Archief voor Ziekenhuizen

Ziekenhuizen lokken personeel bij elkaar weg

Ziekenhuizen lokken tegenwoordig personeel met aantrekkelijke bonussen en extraatjes. Er schijnt namelijk een enorm tekort aan verpleegkundigen te zijn. Dat dacht ik ook altijd, maar ik zie het niet echt. Dat wil zeggen, ik zie de onderbezetting vaak genoeg, maar dat komt niet doordat men de mensen niet kan krijgen, maar omdat er voor verpleegkundigen nog steeds een vacaturestop is. Kunnen onze afgedankte medewerkers met een beetje bijscholign in de ziekenhuizen aan de slag, inclusief bonus?

Laat een reactie achter

Cardiostick

De Maastrichtse bedenkers van de zogenaamde “Cardiostick” hebben met de uitvinding de Gezondheidszorgprijs van verzekeraar Univé gewonnen. De Cardiostick is een USB-stick die hartpatiënten bij zich dragen. Op de stick staat relevante medische informatie, zoals over hartstoornissen, ECG’s, röntgenfoto’s en dergelijke. De informatie is in verschillende talen beschikbaar.

Uiteraard is het hebben van een Cardiostick handig in noodsituaties, en men meent natuurlijk weer eens dat het medische fouten voorkomt. Dat lijkt tegenwoordig wel een modegril: het EPD moest er ineens ook snel komen, omdat het medische missers zou voorkomen. De Cardiostick is minder uitgebreid en daarom naar mijn mening privacyvriendelijker. Bovendien draagt de patiënt de stick zelf bij zich. Ik heb zelf bezwaar gemaakt tegen het EPD, omdat ik vind dat lang niet al mijn medische informatie alle zorgverleners iets aangaat. Als ik ooit, om één of andere onwaarschijnlijke reden, nog eens iets nuttigs bij een oogarts te zoeken had (je weet nooit wat de technologie ons zal brengen), mag die man best mijn oogheelkundige gegevens hebben, maar gaat het hem niets aan dat ik toevallig meer dan een jaar in de psychiatrie gezeten heb. Andersom zie ik niet in wat een psychiater te zoeken heeft in de details van mijn oogaandoening. Als ik ooit een hartinfarct krijgt, gaat het de cardioloog geen van tweeën wat aan. Dan wil ik best een Cardiostick bij me dragen, mocht ik ooit nog eens een hartaanval krijgen en toevallig niet dicht in de buurt van mijn ziekenhuis zijn, maar de spreekwoordelijke oogarts of psychiater hoeft die details dan weer niet te zien.

Laat een reactie achter

Medische fouten tijdens routine-ingrepen

In Missers werd vandaag een zaak besproken van een vrouw die om het leven kwam tijdens een routine-ingreep: een catheter, nodig bij nierdialyse, prikte een slagader lek, waardoor de patiënt doodbloedde. Deze complicatie – volgens de chirurg in het Missers-panel was het geen fout – is zeer zeldzaam. Toch verwacht je, als je het woord “routine-ingreep” hoort, niet dat je eraan overlijdt.

Tussen de artsen in het panel ontstond een korte discussie over de vraag of zeer zeldzame complicaties bij operaties vermeld moesten worden. De afspraak is dat complicaties die vaker voorkomen dan één op de 200 gevallen, gemeld worden aan de patiënt. In dit geval was dit bijvoorbeeld de mogelijkheid dat bij het inbrengen van de catheter het longvlies lekgeprikt zou worden, waardoor een klaplong ontstaat. Of dit in deze specifieke zaak aan de patiënt verteld is, werd mij niet duidelijk. Natuurlijk zegt het woord “routine-ingreep” niets over de risico’s – als een arts duizenden keren een risicovolle operatie uitvoert, is dit voor hem ook een routine-ingreep -, maar als patiënt geloof je algauw dat er niks mis zal gaan, en ben je verontwaardigd als dit toch gebeurt terwijl de arts dit niet had vermeld. Het móet wel fout gedaan zijn, anders overlijdt iemand niet na een simpele ingreep!

Aan de andere kant wil je als arts de patiënt ook niet bang maken met lange lijsten aan mogelijke risico’s. Van medicijnen worden ook nooit alle bijwerkingen verteld – ikzelf ben vaak weinig te spreken over dergelijke informatie, want ik mag blij zijn als ik de meest voorkomende bijwerking te horen krijg -, maar die kun je dan nog lezen in de bijsluiter. Aan de andere kant wil je het als patiënt helemaal niet weten als er niks gebeurt, want dan maak je je alleen maar onnodig zorgen. Stel je voor dat de arts van tevoren de dochter van de te opereren mevrouw had verteld: “U moet weten dat er een zeer klein risico is dat we een slagader lekprikken en uw moeder hieraan overlijdt.” Als er dan niets fout ging, zou dit onnodige stress hebben opgeleverd. Voor één persoon maakt dat niks uit, maar als diezelfde arts dit tegen honderden familieleden van honderden patiënten vertelt, zijn die allemaal op één na onnodig gestresseerd. Achteraf is het natuurlijk makkelijk zeggen dat je het had willen weten.

Overigens is de betreffende arts in de aangespannen tuchtzaak wel berispt. Dit had te maken met de manier waarop hij op de opgetreden complicatie reageerde – mevrouw werd op de intensive care slecht in de gaten gehouden en dus werd haar inwendige bloeding ook niet behandeld – en de manier waarop hij de familie achteraf informeerde. Je hoeft immers als familie niet alles te weten wat er heel misschien wel mis kan gaan, maar dan moet je er wel op kunnen vertrouwen dat de arts op deze zeer zeldzame complicaties wel adequaat reageert.

Laat een reactie achter

Stop wie-het-meest-dokt-krijgt-zorgpraktijk van Quality Medical Services

De SP vraagt ook aandacht voor de praktijken van Quality Medical Services, een bedrijf dat tegen betaling mensen laat voordringen op de wachtlijst in het ziekenhuis. In ruil voor een snelle behandeling krijgen de medisch specialist en het ziekenhuis samen 900 euro per patiënt. Hierdoor bestaat het risico dat mensen met meer geld, die echter minder lang wachten of in een minder urgente situatie verkeren, sneller geholpen worden dan mensen die al langer op de wachtlijst staan of bij wie meer spoed geboden is, maar die te arm zijn om hun arts te laten omkopen door Quality Medical Services. Let wel, het gaat hier niet om privéklinieken, maar om reguliere ziekenhuizen die tot de semi-publieke sector behoren. Marktwerking in de zorg heeft al een hoop nadelen, maar dit gaat me echt te ver. De toegankelijkheid van noodzakelijke behandeling moet gebaseerd zijn op medische indicaties, niet op financiële middelen.

Laat een reactie achter

Taakverschuiving in de zorg

Verpleegkundigen en verzorgenden nemen steeds meer taken over, die tot voorheen niet tot hun bevoegdheden behoorden – zoals het feit dat verpleegkundigen of verzorgenden medische handelingen verrichten of verzorgenden verpleegtechnische taken overnemen. Dit blijkt uit diverse peilingen onder de leden van het Panel Verpleegkundigen en Verzorgenden (NIVEL/LEVV). Het valt me vooral op hoeveel verpleegkundige of medische handelingen door verzorgenden worden uitgevoerd. Van de leden van het panel heef tmaar een kwart de opleiding tot verzorgende IG, waardoor ze gekwalificeerd zouden zijn om in opdracht verpleegtechnische handelingen uit te voeren. Zelfs voorbehouden handelingen worden door verzorgenden uitgevoerd. Dit zijn als ik he t goed begrijp handelingen waarvoor de mogelijkheid om ze van arts op verpleegkundige over te dragen, is geregeld in de wet BIG.

Op zich is het niet slecht dat verpleegkundigen en verzorgenden taken overnemen die zij voorheen niet uitvoerden of mochten uitvoeren. Maar hierbij is het wel zaak, als je het mij vraagt, dat de verpleegkundigen en verzorgenden geschoold zijn in deze handelingen. Waarom bestaat überhaupt de opleiding verzorgende IG, als ook verzorgenden zonder deze deelkwalificatie, verpleegtechnische handelingen (mogen) uitvoeren? Door maar zomaar toe te laten dat men steeds meer handelingen overneemt waarvoor men eigenlijk niet gekwalificeerd is, stimuleer je alleen dat de gastvrouw (die als je geluk hebt de opleiding tot helpende niveau 2 heeft gevolgd, maar meestal zelfs dat niet) verpleegkundige handelingen gaat uitvoeren. Ik was blij toen ik merkte dat een stagiaire helpende, die helaas alleen met een invalkracht werkte op de woonvorm waar ik in het weekend soms mee-at toen ik nog op mijn hok woonde, weigerde een cliënt zijn medicatie te verstrekken, omdat zij dat met haar opleiding niet mag. De invalkracht, die het schijnbaar eigenlijk ook niet mocht, heeft het uiteindelijk maar gedaan. Ik moet trouwens zeggen dat ik het belachelijk vond dat een stagiaire niveau 2 niet boventallig was ingeroosterd en als volledig medewerker kon meedraaien, maar oké. Ik vraag me werkelijk af of dit de manier is om het personeelstekort in de zorg op te lossen. Eerder een manier om de cliëntveiligheid in gevaar te brengen als je het mij vraagt.

Laat een reactie achter

Communicatie bij ziekenhuisopname van mensen met een verstandelijke handicap

Vroeger werden verstandelijk gehandicapten in hun dagelijks leven begeleid doro verpleegkundigen met voldoende kennis van de medische problemen die kunnen voorkomen bij deze doelgroep, zoals syndroomgerelateerde aandoeningen, gedragsproblemen of andere reacties op medicatie. Tegenwoordig wordt de zorg veelal verleend door agogisch opgeleide medewerkers. Niets mis mee op zich, maar door de mindere medische kennis van deze medewerkers, wordt de communicatie met artsen en ziekenhuizen wel moeilijker, en kan de medische zorg te lijden hebben. De Wit (2006) stelt richtlijnen op om een betere continuïteit van zorg te waarborgen wanneer deze cliënten in een ziekenhuis opgenomen moeten worden.

Eén van de meest genoemde aanbevelingen is kennisverbetering bij de persoonlijk begeleiders. Het kan eraan liggen dat de auteur nurse practitioner in opleiding is en dus vanuit verpleegkundig oogpunt naar de situatie kijkt. Zij stelt voor dat er een betere verdeling plaatsvindt tussen het aantal verpleegkundig/verzorgend opgeleide medewerkers (nu nog geen 25% bij haar instelling) en het aantal agogisch opgeleiden. Het is helemaal niet zo’n vreemd idee. Op het revalidatiecentrum voor blinden en slechtzienden waar ik gezeten heb, was een evenredige verdeling tussen verpleegkundigen en SPW’ers. En het is niet omdat blindheid op zichzelf zoveel verpleegvragen met zich meebrengt, maar omdat een aantal revalidanten bijkomende aandoeningen heeft, zoals diabetes. Maar waar dit niet mogelijk is – we hebben tenslotte een enorm tekort aan zorgpersoneel, en door de slechte arbeidsvoorwaarden werkt de gemiddelde verpleegkundige liever in de thuiszorg -, kan ook aanvullende scholing uitkomst bieden.

Maar er is vooral ook behoefte aan duidelijkere communicatie. Daarom ontwikkelde de auteur een overdrachtsysteem, waarin relevante medische en agogische informatie over de cliënt kan worden gedeeld tussen de instelling en het ziekenhuis. Mijns inziens moet een beetje begeleider, die zich bijschoolt met specifieke kennis over de aandoening van de cliënt die hij begeleidt, in staat zijn een overdrachtformulier helder en volledig in te vullen. Informatie die belangrijk is om in de overdracht aan het ziekenhuis te verstrekken is:


  • Naam, adres, geboortedatum cliënt
  • Zorgverzekering en polisnummer
  • Gegevens huisarts / behandelend arts
  • Telefoonnummer en bereikbaarheid contactpersoon (bv. persoonlijk begeleider)
  • Medische gegevens (in te vullen door verwijzend arts):

    • Reden opname
    • Verloop m.b.t. reden opname
    • Evt. speciale afspraken
    • Indien besproken: reanimatiebeleid

  • Verpleegkundige gegevens:

    • Benodigde ADL-hulp
    • Actuele verpleegproblemen
    • Medische/technische zorg
    • Evt. gebruik apparatuur
    • Evt. gebruik materialen
    • Voeding/dieet (voedingsschema’s bijvoegen)
    • Wat weet de cliënt over zijn ziekte? Wat weet familie en dagelijkse begeleiding?

  • Aandachtspunten in de begeleiding:

    • Evt. wensen cliënt
    • Sociale aandachtspunten
    • Levensbeschouwelijek aandachtspunten
    • Overige aandachtspunten

  • Evt. gebruikte hulpmiddelen
  • Andere disciplines betrokken bij de cliënt

Voeg de volgende bijlagen toe:

  • Medische voorgeschiedenis
  • Huidige medicatie incl. reden
  • Persoonsbeeld

Vanuit het ziekenhuis speelt het probleem dat verpleegkundigen daar vaak onterecht denken dat de persoonlijk begeleider verpleegkundige terminologie beheerst en misschien zelfs in staat moet zijn verpleegtechnische handelingen uit te voeren. Het lijkt nuttig hier, als ontslag nadert, duidelijke afspraken over te maken, zodat ook eventueel een verpleegkundige tijdig kan worden ingeschakeld. Anders bevorder je immers alleen dat niet-bekwame medewerkers verpleegtechnische handelingen gaan uitvoeren, omdat er nu eenmaal geen tijd was hiervoor een adequate regeling te treffen. In de overdracht van ziekenhuis naar woonvorm moet dan ook de volgende informatie worden verstrekt:


  • Reden van opname, diagnose
  • Ingestelde behandeling
  • Medicatie bij ontslag
  • Verpleegkundige handelingen die verricht moeten worden
  • Benodigde materialen
  • Evt. andere disciplines
  • Evt. aandachtspunten bij begeleiding
  • Bereikbaarheid en telefoonnummer verpleegafdeling
  • Gegevens behandelend arts

* Wit, S. de (2006), Continuïteit van zorg bij ziekenhuisopname van intramuraal wonende verstandelijk gehandicapte cliënten. Utrecht: Hogeschool Utrecht. Scriptie in het kader van de opleiding Master of Advanced Nursing Practice.

Laat een reactie achter