Archief voor Wonen

Ineens heeft reso gen functie meer

En ineens heeft reso geen functie meer… Ik heb vier maanden keihard mijn best gedaan, van juni tot oktober, om aangenomen te worden op de resocialisatieafdeling – ik werd de eerste keer afgewezen vanwege het tiem-outbeleid, maar heb zelfs de PVP’er erbij gehaald om de reso over te halen me alsnog aan te nemen -, en ineens wordt het “even uitgesteld” omdat “er anders zoveel tegelijk gebeurt”. Reden: vorige week heeft RIBW Oost-Veluwe mijn maatschappelijk werker gebeld dat ze een woonplek voor me hebben. Ik had na mijn intakegesprek begin oktober helemaal niets van ze gehoord, zelfs niet of ik überhaupt wel aangenomen was, en kreeg ook nu geen informatie – alles wat ik ervan weet, weet ik via de woningbouwcorporatie, de gemeente (het project is in een nieuwbouwwijk) en een andere zorgaanbieder die in hetzelfde gebouw appartementen huurt. Ze zouden me een brief sturen, maar dat kon nog wel een week duren want men moest nog overleggen of zij de woonvorm zouden inrichten danwel of cliënten zelf meubels moesten meenemen. Ik flipte toen ik dat hoorde: bij mijn verhuizing naar Nijmegen moest ik ook zo nodig naar de Ikea om meubilair te kopen, terwijl ik mijn hok nog nooit gezien had en het nog niet zeker was dat überhaupt één zorgaanbieder me wilde begeleiden, laat staan hoe of wanneer. De maatschappelijk werker ontkent me alleen daarheen te willen sturen om zo snel mogelijk van me af te zijn – ze mag het best toegeven, na vijftien maanden kan ik het me voorstellen -, maar haar overenthousiasme als er nul informatie is (waarop baseert ze überhaupt haar idee dat het project “veel mogelijkheden biedt”?) en haar afzeggen van bijna alle andere lopende zaken (mijn gesprek met de RIBW hier gaat wel door, Godzijdank), doet anders vermoeden. Terwijl ze wellicht helemaal niet dat resultaat bereikt: ik sta ergens bovenaan de wachtlijst voor de reso, dus wat als er tijdens het “even uitstellen” een plek vrijkomt?

Ik ben altijd van mening geweest dat de reso een functie had in mijn “behandeling”. De maatschappelijk werker sprak dat tijdens mijn allereerste gesprek met de psycholoog daar tegen, door al mijn opmerkingen over waar ik nog aan moest werken om naar een woonvorm (het ging in die tijd specifiek om Glasnost, een andere woonvorm, maar toch) te kunnen overgaan, te nuanceren en voor “te letterlijk” in de prullenbak te gooien (sinds het haar goed uitkomt, ben ik ineens “letterlijk”, want ik ben autist en ik kan aannamecriteria lezen). Het leidde tot een extra argument voor de reso om me af te wijzen, want ik zou geen behandel- maar een woonvraag hebben. Echter, behalve de maatschappelijk werker vond iedereen dat ik wel iets nuttigs te “halen” had daar en dat de reso de meest geschikte plek zou zijn om aan een overplaatsing naar een woonvorm te werken (duh, daar *is* resocialisatie voor). De definitieve beslissing om me daarheen te sturen in voorbereiding op ofwel Glasnost ofwel RIBW Oost-Veluwe, is bijna acht maanden geleden tijdens een behandelplanbespreking genomen. En toch is blijkbaar iedereen het er, buiten een behandelplan om, over eens om mijn toeleiding naar daar “even uit te stellen” nu men denkt (maar men denkt wel eens vaker iets hier) me sneller kwijt te zijn direct naar het RIBW. Van uitstel komt op mijn afdeling altijd afstel, en de twee consequenties die ik me nu kan voorstellen zijn een nog langer onnodig verblijf op de gesloten afdeling, en een slecht geregelde overplaatsing naar Apeldoorn, want ik kan je één ding met zekerheid zeggen: een overdracht van een gesloten afdeling (de deur is voor mij weliswaar niet dicht, maar alle andere aspecten zijn er wel) naar een beschermde woonvorm (en we weten niet eens hoeveel begeleiding daar is) in een andere regio van een cliënt die met meerdere instanties te maken moet hebben (RIBW, GGZ, blindeninstelling), gaat niet snel. Been there, done that, mark my words. Maar wie krijgt er uiteindelijk de schuld?

Uiteraard vind ik niet dat ik aan pietluttige dingetjes moet gaan werken op reso als een woonvorm me wil hebben zonder. Glasnost had overduidelijke eisen die in de aannamecriteria stonden; zonder daaraan te voldoen, kon je het wel schudden (het “letterlijk” sloeg misschien op het feit dat er wel kleine uitzonderingen zijn op enkele punten, maar ik voldoe aan de helft van de criteria niet). Van RIBW Oost-Veluwe heb ik die tot nu toe niet gezien, maar dat is geen garantie dat ze er niet zijn. Immers, ik heb helemaal niets gezien waaruit blijkt dat mij een hok wordt aangeboden, en toch schijnt het zo te zijn. Als duidelijk is dat het RIBW het niet noodzakelijk vindt dat ik naar een reso-afdeling ga, omdat ze me zo ook wel goed vinden, en als dit blijkt uit juiste informatie over mijn huidige toestand, ja, waarom zouden we dan het traject onnodig vertragen? Maar er blijkt uit niets dat het RIBW überhaupt juiste informatie heeft over mijn huidige situatie (ik heb ze sinds oktober niet gezien of gesproken, en in het intakegesprek heb ik volgens mij een hypothetische situatie geschetst omdat ik de gesloten afdeling niet met een woonvorm vergelijkbaar vind), dus hoe kan nou blijken of ze dat “zo ook wel goed vinden”? Misschien is het natuurlijk zo, en dat is dan mooi meegenomen, maar ik moet het eerst nog zien. Om nou bij voorbaat alweer van alles op de lange baan te schuiven omdat je ervanuit gaat dat het zo ook (of beter) werkt, dat heb ik geleerd niet te vertrouwen. Been there, done that, mijn maatschappelijk werker haar favoriet: in april heb ik ooit een plek op open opname afgewezen omdat ik twee dagen daarvoor had geconcludeerd dat reso inderdaad (zoals de verpleging dacht) beter was. Bottom line is dat ik helemaal nergens heen ging. Natuurlijk is er nu feitelijk nog geen plek voor me op de reso en is voorlopig alleen een gesprek van afgelopen maandag afgezegd en geen nieuwe afspraak gemaakt, maar ik heb geleerd welke gevolgen zulke eenvoudige dingen soms kunnen hebben.

Laat een reactie achter

Poging tot omgekeerde integratie in gehandicaptenzorg

’s Heeren Loo doet een poging tot omgekeerde integratie, door middel van een nieuw wooncomplex waar 25 ernstig meervoudig gehandicapten op de begane grond wonen en op de bovenliggende woonlagen, zestien appartementen aan particulieren verhuurd worden. Potentiële huurders kwamen van tevoren op een ontmoetingsbijeenkomst met de cliënten van ’s Heeren Loo, zodat ze wisten waarvoor ze kozen. Blijkbaar meldden mensen zich nog ook. Eindelijk eens niet: “Best hoor, gehandicapten, alleen niet in mijn achtertuin.”

Maar je moet je er nog niet te veel bij voorstellen. De initiatiefnemers van het project hopen dat de buren straks bijvoorbeeld gezamenlijk feestjes zullen houden, maar sommige niet-gehandicapte huurders zien het al niet zitten om bij hun onderburen op de koffie te gaan, omdat ze dat toch te eng vinden. Het is natuurlijk te hopen dat dit in de loop der tijd verandert.

Laat een reactie achter

Woonvorm voor Marokkanen met schizofrenie

Een paar dagen geleden was op het journaal een reportage over een woonvorm voor Marokkaanse Nederlanders met schizofrenie. In de Marokkaanse cultuur is nog minder begrip voor deze ziekte dan in de Nederlandse, maar psychoses komen bij Marokkanen wel vaker voor dan bij autochtone Nederlanders. Natuurlijk is het goed dat er nu een woonvorm is voor deze doelgroep, maar het is wel raar dat bij de RIBW’s in de grote steden allochtonen ondervertegenwoordigd zijn. Eén woonproject is een begin, maar het is nog lang niet het einde van de interculturalisatie binnen de geestelijke gezondheidszorg.

Laat een reactie achter

De wereld draait door als je opgenomen zit, oh duh!

De wereld draait door als je opgenomen zit. Dat wist ik natuurlijk wel, maar ik word er de laatste tijd erg verdrietig van dat ik hierdoor nu alles kwijt ben wat ik had voor ik opgenomen ben. Ik heb twee jaar gewerkt, in een revalidatiecentrum en een trainingshuis, om naar Nijmegen te kunnen gaan om te studeren. Nu is het mislukt en dat ligt niet geheel aan mijn (gebrek aan) vaardigheden: voor een deel is het ook beroerd geregeld. Zo was pas drie weken van tevoren duidelijk dat Pluryn me zou begeleiden, had ik pas een week van tevoren een indicatie, was mijn ergotherapeut de eerste paar weken in mijn nieuwe hok op vakantie, had ik pas een gesprek om alle aanpassingen voor mijn studie te regelen terwijl de studie al begonnen was (ik had al wel eerder gesproken met de studieadviseur en studentendecaan, maar er was nog niets concreets) en werd mijn huishoudelijke hulp pas goedgekeurd toen ik al drie maanden op mijn hok woonde en in een neerwaardse spiraal op weg naar crisis was. Ik ben de dag daarna opgenomen. Dan is het wel erg gemakkelijk om te concluderen dat letterlijk álles in mijn “nieuwe”, zelfstandige leven niet deugt: mijn huis, mijn stad, mijn begeleiding, mijn studierichting, mijn universiteit, mijn contacten… you name it, we blame it.

Daarnaast wordt nogal makkelijk, door mij en door de afdeling, vergeten dat het wel *mijn* crisis was. Mijn huis, mijn stad, mijn begeleiding, mijn universiteit etc. zijn niet in crisis geraakt. Er zijn bar weinig situaties waarbij iedereen of bijna iedereen die erin terechtkomt, zodanig in crisis raakt dat een opname noodzakelijk is. Ik kan me moeilijk voorstellen dat mijn situatie tot die groep behoort, en na een jaar opname kan ik ook niet echt zeggen dat het feit dat ik uit mijn oorspronkelijke situatie ben weggehaald, mijn problemen volledig, of zelfs grotendeels, heeft opgelost. Niet alleen is het tamelijk zinloos iemand een jaar met “Het gaat wel over” gerust te proberen te stellen, maar, als je dan de zaken aanhaalt die in mijn omstandigheden zouden moeten veranderen om te zorgen dat mijn problemen overgaan, zie je dat die nooit honderd procent oké worden. Natuurlijk zou een autist geen problemen ervaren als de wereld autismevriendelijk was, maar zo één-twee-drie gaat dat niet veranderen.

Natuurlijk wil ik hiermee niet het omgekeerde standpunt al te sterk aanmoedigen. Dat standpunt stelt dat ik als persoon volkomen mislukt ben en gewoon flink moet worden vergedragsmodificeerd en dan alles kan wat de maatschappij van een vrouw van 22 verwacht. Zo werkt het nu ook weer niet, simpelweg omdat autisme niet weg te gedragsmodificeren is (en dat wat mij betreft ook niet moet, ik ben een actief voorstander van de neurodiversiteitsgedachte). Het is een wisselwerking tussen persoon en omstandigheden. Als ik een ander persoon was geweest, was ik vast niet in crisis geraakt, maar in andere omstandigheden, was het misschien ook niet gebeurd.

Nu zijn we een jaar verder en ben ik mijn huis binnenkort kwijt, zit ik nog steeds op een gesloten afdeling – wat überhaupt in eerste instantie al nooit de bedoeling was om me daar te plaatsen -, ben ik gestopt met mijn studie en moet ik zeer waarschijnlijk verhuizen naar een beschermde woonvorm in Apeldoorn, “omdat ik daarvandaan kom”. Vorig jaar zou ik de kans met beide handen aangegrepen hebben – ik vond het vreselijk dat ik na een weekend in Apeldoorn moest worden overgeplaatst naar Nijmegen, “omdat ik daar ‘woonde’” -, maar de wereld draait door. Mijn vrienden en kennissen uit Apeldoorn zijn ofwel verhuisd, of het contact is verwaterd, ik heb nieuwe kennissen hier in de omgeving leren kennen, mijn ouders gaan misschein volgend jaar al naar Meeden (Oost-Groningen, waar ze een tweede huis hebben), mijn vriend woont hier in de buurt en na anderhalf jaar weet ik meer van de voorzieningen hier dan daar (ik heb daar weliswaar elf jaar gewoond, maar was de laatste jaren alleen maar bezig met voorbereiden op mijn verhuizing naar hier). Ik kan niet meer studeren, want in Apeldoorn is geen hogeschool en de dichtstbijzijnde universiteit (Utrecht) is bijna anderhalf uur met het OV. Het is jammer dat ik pas zo laat echt besef wat ik al maanden roep als ik weer eens ergens over klaag en dan hoor dat ik maar moet wachten tot ik bij Glasnost (woonvorm voor autisten in Apeldoorn) ben: dat het leven niet stilstaat tijdens een opname. Nu ben ik alles kwijt, raak ik het beetje wat ik nog heb, ook nog kwijt en weet ik nog nauwelijks hoe ik beter met mijn situatie om moet gaan. Het stemt me volstrekt moedeloos.

Laat een reactie achter

Commentaar over een potentiële woonvorm en de regelzucht van mijn maatschappelijk werker

De laatste dagen bevind ik me in een soort stroomversnelling. Ik had het natuurlijk kunnen weten en toch ontregelt het me. Ik heb zelf een paar weken terug een zorginstelling gevonden die mensen met een psychiatrische beperking begeleidt. Ik was al in gesprek met RIBW Oost-Veluwe, maar ik dacht: we kunnen er allicht naar informeren. De consequentie was dat mijn maatschappelijk werker, zodra ze de woorden “geen wachtlijst” hoorde, helemaal enthousiast werd en van weinig anders meer wilde horen. Ik was natuurlijk ook blij, maar ook weer niet, want moeten we niet eerst goed kijken wat het eigenlijk inhoudt?

Het gaat om een project in Nunspeet, een soort beschermde woonvorm voor mensen met psychiatrische problemen. Op zich ben ik niet blij met een plek in Nunspeet, omdat het een heel eind van Nijmegen (waar mijn vriend in de buurt woont) af is en ook nauwelijks voorzieningen heeft, maar als men er plek heeft en me wil hebben… Ik kan tenslotte niet eeuwig op deze afdeling blijven. Maar aan de andere kant ben ik in ieder geval nu nog niet afgewezen door het RIBW, en weet ik zeker dat zij voor mij een redelijk geschikte plek kunnen zoeken. Van de instelling in Nunspeet is het te betwijfelen of ze iets van autisme afweten of bereid zijn hierover te leren (ik krijg wel ambulante behandeling, maar je moet toch met die begeleiders in je dagelijks leven omgaan). Bovendien blijkt het, nu ik de brochure lees, veel beschermder te zijn dan ik dacht en dan ik nodig denk te hebben, en is het ook nogal een grootschalige locatie.

Op zich zeg ik hiermee nog niets over of het wel of niet doorgaat. Na een jaar opname moet je niet zeuren, want het ziekenhuis is geen hotel. Echter, je moet je wel goed informeren voor je je ergens in stort, zeker, als je weet dat er nog (betere) alternatieven beschikbaar zijn. Ik erger me aan de houding die zegt: “Oh wat cool, nou nu ga je dan maar naar Nunspeet, vergeet RIBW Oost-Veluwe maar want we hebben al iets anders.” Het RIBW kan me natuurlijk nog afwijzen omdat ik blind ben – onterecht, maar weten zij veel -, of een zodanig lange wachtlijst hebben dat het absoluut waanzinnig zou zijn die in een ziekenhuis te overbruggen zonder andere reden. Maar dat weten we nog niet en daar krijgen we nog bericht over, want met het RIBW heb ik uitgebreid gesproken maandag en die intaker brengt mij in de plaatsingscommissie in. Nu even geen sneltrein graag. Over een paar weken, als er meer duidelijkheid is, misschien.

Laat een reactie achter

De lusten (en vooral lasten) van het ouderinitiatief

In een bepaald opzicht is zorg via een persoonsgebonden budget (PGB) heel handig. Je kunt immers je eigen hulpverlener kiezen en bent minder afhankelijk van de willekeur van zorgaanbieders. Wonen en zorg zijn gescheiden, dus als je van je hulpverlenr af wilt, betekent dit niet gelijk dat je uit je huis moet. En je bent niet zo afhankelijk van de regeltjes die bestaande zorgaanbieders hebben. Zo koos ik voor mijn huishoudelijke hulp – die ik nooit kreeg, want een dag na de goedkeuring van de aanvraag werd ik opgenomen – voor een PGB, omdat ik dan een schoonmaakbedrijf zou kunnen inhuren dat ook zou kunnen werken als ik niet in de woning aanwezig was, terwijl reguliere thuiszorgorganisaties verplichten dat je overdag thuis bent als de huishoudelijke hulp komt.

Veel oudercollectieven kiezen ook voor het PGB, zelfs als ze met een HKZ-gecertificeerde zorgaanbieder in zee gaan. Immers, de vereniging die het ouderinitiatief opricht, houdt zo de regie in handen: als de zorgaanbieder niet meer de kwaliteit levert die de oudervereniging wenst, zoekt de vereniging gewoon een andere. Zo kan de vereniging eisen stellen aan bijvoorbeeld de kwaliteit van het personeel. De vereniging MHOOM, die het project waar ik voor op de wachtlijst sta, beheert, heeft bijvoorbeeld in haar statuten staan aan welke functie-eisen begeleiders moeten voldoen.

Het PGB heeft ook nadelen. Eén van de nadelen die ik zelf heb gemerkt, is wat gebeurde toen bleek dat ik geen gebruik ging maken van mijn huishoudelijke hulp: de gemeente joeg achter mijn onterecht gekregen PGB aan, terwijl het Centraal Administratie Kantoor (CAK) een eigen bijdrage voor de niet ontvangen zorg eiste, omdat ik het geld voor die zorg immers wel ontvangen had (maar weer terug moest betalen omdat ik het niet kon verantwoorden). Ik heb daarentegen al ruim een halfjaar een indicatie voor verblijf, op basis van zorg in natura, waar geen gebruik van wordt gemaakt (de indicatie is alvast aangevraagd voor het geval ik bij Pluryn zou gaan wonen, maar hij loopt eerder af dan dat ik verwacht überhaupt een woonplek te hebben), maar hier heb ik nog niets over een eigen bijdrage gehoord, aangezien het CAK blijkbaar dondersgoed weet dat ik geen zorg ontvang. Voor het al of niet ontvangen van zorg, ben je als PGB-houder zelf verantwoordelijk.

Daarnaast ben je uiteraard voor al je niet-zorggreleateerde zaken verantwoordelijk. Een PGB-houder huurt of koopt zelf een woning en is hier dus zelf verantwoordelijk voor. Dat geldt ook voor alle bijkomende kosten, zoals gas en elektra, verzekeringen, huishoudelijke uitgaven en dergelijke. Ik vrees dat ik een hoop kritiek zou krijgen van mijn ex-hulpverlener van het trainingshuis als ik haar vertelde dat mijn financiën op het moment een puinhoop zijn en me enorm veel stress bezorgen (nog een geluk dat ik geen verkwister ben, want ik houd altijd geld over) en de maatschappelijk werker en mijn ambulant woonbegeleider me pushen om budgetbeheer aan te vragen (wil ik tot nu toe niet): vroeger kon ik toch zo goed met geld omgaan? Dan vergeet ze wel dat ik vroeger over mijn grootste kostenpost – huishoudelijke uitgaven – al niet eens na hoefde te denken, omdat ik contant mijn voedingsbudget (schoonmaakartikelen en dergelijke kreeg je van de instelling) kreeg en heus ook wel kon zien of ik nog over had, en dat ik nog geen 150 euro aan eigen bijdrage AWBZ kwijt was per maand en je daarmmee plus mijn zorgverzekering de vaste lasten wel zo ongeveer had gehad. Als ik bij de woonvorm van MHOOM ga wonen (als ik aangenomenw wordt), wordt het nog ingewikkelder, want de SSHN is vrij genereus met zijn bij de prijs inbegrepen services. Omdat het een ouderinitiatief betreft, heb je van één ding weliswaar geen last: het PGB wordt door een stichting beheerd en de zorgaanbieder staat al vast.

Bij ouderinitiatieven heb je helaas niet de voordelen die je bij een “gewoon” individueel PGB hebt. Immers, het gaat hier om een groep ouders die samen een project begint en voor dit doel een woonlocatie huurt. Dan heb je ineens niet meer de situatie dat zorg en wonen gescheiden zijn. Ik ken mensen die dreigden hun huis kwijt te raken toen de vereniging besloot van zorgaanbieder te wisselen terwijl de betreffende cliënt liever zijn oude begeleiders had. Natuurlijk bestaat er ook nog zoiets als de huurbeschermingswet, maar die geldt ineens niet meer als je uit een vereniging, die oorspronkelijk de woningen huurde, bent gezet of gestapt.

Uiteraard bepaalt de oudervereniging ook wie er om te beginnen tot het project toegelaten wordt. En in de criteria wordt natuurlijk de zorgvraag van de cliënt vaak betrokken – bij MHOOM tenminste wel, alle overige rompslomp is voor mij geen probleem -, dus ook niet echt bepaald scheiden wonen/zorg. Het is in zekere zin te vergelijken met het hospiteren voor studentenhuizen, met dat verschil dat je daar meestal voor meerdere huizen tegelijk kunt opteren. Er zijn ook wel meerdere projecten (als ik in heel Nederland kijk dan, MHOOM zit in mijn oude woonplaats Apeldoorn en is daarom “uitverkoren”), maar ik ben er maar voor één aangemeld. En verder kunnen je huisgenoten je er, als je het hospiteren hebt overleefd, niet meer uit zetten. Leuk hoor, al die eigen verantwoordelijkheid, maar van de keuzevrijheid en individuele zorgplanning waar het PGB oorspronkelijk voor was bedoeld, blijft weinig over als je toevallig een steunpunt nodig hebt en dus niet buiten het groepswonen kunt.

Laat een reactie achter

Zelfstandigheid is geen einddoel

Toevallig vond ik bij het opruimen van mijn kamer in het ziekenhuis een audio-cd van een leerboek woonbegeleiding (deelkwalificatie WZ 410) van de SPW-opleiding. Niet dat ik die opleiding ooit gevolgd heb, maar blijkbaar heb ik het boek besteld uit interesse. In het boek wordt vreselijk de nadruk gelegd op het stimuleren van de zelfredzaamheid en zelfstandigheid van cliënten. Vroeger was dit niet zo: tot in de jaren zeventig verbleven cliënten in inrichtingen, waar alles voor ze werd bepaald. Dat was een slechte filosofie, en dus is men er gelukkig van afgestapt. Maar we zijn weer doorgeschoten naar de andere kant: nu ineens moeten we allemaal zelfstandig en zelfredzaam zijn – never mind dat niemand, ook geen “gezonde” mensen, dat is.

Let wel, ik heb er niets tegen dat mensen streven naar zoveel mogelijk zelfstandigheid. Ik heb zelf twee jaar in revalidatie en training gezeten om dit te bereiken. Ik ben ook blij met de vaardigheden die ik heb geleerd: toen ik nog op mijn hok woonde, was ik blij toen ik eindelijk twee keer per week kon koken, zodat ik van de smakeloze kant-en-klaarmaaltijden was verlost (ik kookte net zoveel dat ik er voor de rest van de week genoeg aan had). Ik ben ook blij dat ik een aantal schoonmaakwerkzaamheden zelfstandig kan uitvoeren, want ik kan niet wachten tot mijn moeder één keer in het halfjaar langskomt. En nu ben ik blij dat ik niet van de taxiservice of het gebrek daaraan van Valys (bijnaam: Verlies) afhankelijk ben om naar mijn vriend of familie te gaan, omdat ik zelfstandig met de trein in het hele land kan komen. Maar zelfstandigheid – dat wil zeggen, de zelfstandigheid waar woonbegeleiders hun carrière van maken om mij in te trainen – is voor mij helemaal geen doel op zichzelf. Ik walg van de opmerking die mijn zus ooit maakte, toen ik besloten had met iemand mee te rijden naar een afspraak op de universiteit, dat ik eigenlijk de trein moest nemen vanuit Apeldoorn naar Nijmegen, “omdat ik het kon”.

Ik kan me de logica enigszins voorstellen. Immers, als zelfstandigheid voor mij geen doel op zichzelf is, zou ik niet ongelooflijk lui worden als de service van Valys beter werd, de kant-en-klaarmaaltijden lekkerder en mijn moeder iedere week langs zou komen om mijn huis te schrobben? Maar dit is hypothetical speak en bovendien gaat die logica ervanuit dat er maar één instrumentele reden is om zelf met het openbaar vervoer te reizen, te koken en je huis schoon te maken. Ik kan bij elk van deze taken nog een heleboel andere redenen verzinnen, die voordat ik een jongen wordt nog niet zijn opgelost. Allemaal instrumentele redenen of extrinsieke motivatoren, maar ik ken ontzettend weinig niet-gehandicapte mensen die voor de lol hun huis staan te boenen – en trouwens, ik reis wel voor de lol met bussen. En waar zelfstandigheid wel een doel op zichzelf lijkt – bijvoorbeeld bij pubers die dolgraag uit huis willen -, is het dat meestal ook niet. Ik geef eerlijk toe dat ik uit huis wilde omdat ik naar Nijmegen wilde om te studeren en omdat ik niet meer bij mijn ouders wilde wonen, en dat zijn hele normale, doch extrinsieke, motivatoren.

Voor mij is zelfstandigheid een belangrijke waarde – ik heb er twee jaar voor getraind en dat was mijn eigen keuze -, maar het is zeker niet de belangrijkste waarde. Ik gebruik mijn vaardigheden om op een zo prettig en efficiënt mogelijke manier deel te nemen in de maatschappij. Daarbij ga ik uit van een aantal vaststaande zaken, zoals het feit dat ik een aantal taken prima zelf kan uitvoeren en een aantal taken als het moet ook wel zou kunnen, mijn familie en vrienden allemaal in andere steden wonen en ze bovendien niet mijn hulphondjes maar mijn familie c.q. vrienden zijn en dat professionele dienstverleners en services niet altijd betrouwbaar, vriendelijk of goedkoop zijn. Ik ben vrij pragmatisch wat betreft het benutten van mijn zelfstandigheidsvaardigheden, al moet ik met zo’n opmerking op dit moment een beetje uitkijken. Voor ik het weet, verwijt mijn familie of een ex-hulpverlener me dat ik lui ben of mijn handicaps als een excuus gebruik om niet zelfstandig te hoeven zijn. Laat ik dan maar meteen erbij vermelden dat ik niet zeg dat mijn huidige toestand qua zelfstandigheid voor mij ideaal is – dat is niet zo. Het enige wat ik ermee wil zeggen, is dat “omdat ik het kan” voor mij geen argument is. Ik kies ervoor om met de trein naar mijn vriend te gaan omdat het hondered keer efficiënter is dan gebruik te maken van Valys (ik heb trouwens geen Valys-pas, maar al had ik er één). Aan de andere kant kies ik er ook voor om met de (dure) taxi naar het station te gaan als ik mijn vriend bezoek, omdat dit in het weekend efficiënter is dan de bus.

Ik heb anderhalf jaar in een trainingshuis gewoond, waar zelfstandigheid een doel op zichzelf was. Vervolgens vertrok ik naar Nijmegen om zelfstandig te wonen – want dat kon ik wel aan volgens mij begeleiders en bovendien kon het niet anders, zei men -, en raakte binnen drie maanden mijn zelfstandigheid kwijt. Niet omdat ik spontaan de vaardigheden niet meer had – oké, ik heb nooit geleerd wat het meest efficiënte systeem is om mijn hok te stofzuigen, maar mijn stofzuiger kan ik prima bedienen -, maar omdat allees me boven eht hoofd groeide en op me af kwam. Ja, ontzettend leuk dat mijn zelfstandigheid zo gestimuleerd was. Vooral omdat ik er op lange termijn zo vreselijk veel aan heb gehad, maar niet heus.

Ik begrijp natuurlijk het nut van activering wel. Het is vreselijk om jarenlang te moeten wegkwijnen in inrichtingen, zoals cliënten met blijvende handicaps of aandoeningen dat vroeger deden. “Normale” deelname aan de samenleving kan daarbij juist een verrijkende en prettige ervaring zijn. Zo ben ik blij met mijn – overigens zeer nieuwe, ik kon dit niet toen ik nog op het trainingshuis woonde – vaardigheid om met de trein mijn vriend te bezoeken. Ik ben ook blij (nou ja, niet altijd, maar wie wel?) met de huishoudelijke taken die ik op de afdeling kan uitvoeren, en tot op zekere hoogte verrijkte de woontraining me – toen die me nog niet overweldigde. Maar activering en stimulering puur omdat de huidige zorgfilosofie het dicteert, is waanzin.

Laat een reactie achter

Villawijk ziet liever geen gehandicapten


In een villawijk in Enschede is onrust ontstaan vanwege de komst van een groep verstandelijk gehandicapten. De Stichting Aveleijn SDT heeft één van de tien villa’s aan het Weldammerbos gekocht en is aan het verbouwen
geslagen om over een paar maanden onderdak te kunnen bieden aan vijf of zes gehandicapten. Sommige buurtbewoners zitten daar niet op te wachten en tekenden bezwaar aan. (Bron: AD)

Het gaat de buurtbewoners er niet eens om dat de verstandelijk gehandicapten overlast zouden kunnen veroorzaken, zoals dit soms gebeurt als licht verstandelijk beperkten met ernstige gedragsproblemen ergens moeten worden geplaatst. Wat de buurtbewoners steekt, is het feit dat er misschien in de toekomst wel bewoners komen die overlast veroorzaken. Immers, zij hebben geen invloed op wie er in de woonvorm komen te wonen, en als Aveleijn besluit het project op te doeken, is de villa ongeschikt voor verkoop aan particulieren. Dan komen er, vreest de buurt, wellicht studenten of ex-criminelen in te wonen. Op zich vind ik dit een onzinargument. Ze hebben er immers nooit invloed op wie de villa’s koopt, ook niet als het om particulieren gaat.

Daarnaast vrezen de buurtbewoners dat hun huizen in prijs zullen dalen als er gehandicapten in de buurt komen wonen. Lijkt mij een typische kwestie van de self-fulfilling prophecy als je de vooroordelen van de buurt instanthoudt. “We hebben niks tegen gehandicapten, alleen niet in mijn buurt.” Tuurlijk.

De klagers voeren aan dat de gehandicapten toch ook in een wijk kunnen worden gehuisvest waar 2000 huizen staan in plaats van tien. Sorry hoor, maar soms is een rustige omgeving de beste plaats voor een persoon, bijvoorbeeld als hij een ernstige verstandelijke of meervoudige handicap heeft. En het is uit de tijd om te concluderen dat zulke mensen per definitie in de inrichting horen.

Laat een reactie achter

Grote fusie in de zorg

De Tweede Kamer wil dat minister Vogelaar de fusie tussen Philadelphia (instelling voor gehandicaptenzorg), Evean (thuiszorg) en WoonZorg Nederland (woningbouwcorporatie) tegenhoudt. Zij is de enige die dit kan doen, omdat zij de statutenwijzigign van WoonZorg moet goedkeuren. Maar waarom wil de Tweede Kamer dat de fusie niet doorgaat?

Ik snap op zich dat de Kamer bang is voor een (bijna) monopolie, omdat de nieuwe organisatie dan verreweg de grootste van Nederland zou worden. Als je zo groot bent, kun je de prijs hoog houden en slechte kwaliteit van zorg leveren zonder dat gemeenten of cliënten om je heen kunnen. Daarnaast is er het risico dat de organisatie alleen maar bureaucratischer wordt. Op zich zou ik de regering eerder aanraden wat van de ingewikkelde regeltjesbende te schrappen, als ze dan van de bureaucratie af willen, want dat kost alleen cliënturen, maargoed.

Het argument dat de organisaties aanvoeren, is dat de cliënt dan voor wonen en zorg bij hetzelfde loket terecht kan. Ja, als die organisatie toevallig de zorg biedt die de cliënt nodig heeft. Toen ik nog bij Philadelphia woonde, in het trainingshuis, hoorde ik als argument dat de organisatie dan meer in de melk te brokkelen heeft bij de politiek. Lijkt me eerder reden voor samenwerking dan fusie: als heel veel zorgorganisaties met zijn allen tegen een onzinnig wetsvoorstel van de politiek protesteren, heeft dat meer invloed dan als één mega-organisatie dat doet. Dat wekt dan eerder de indruk dat de organisatie het voor zijn eigen belangen doet.

Dan nog vind ik het vreemd dat de conclusie automatisch getrokken wordt dat een grote organisatie slecht is voor de cliënt. Je hebt op zo’n manier wel een grotere kans dat zorgprofessionals met elkaar beter samenwerken, omdat ze tot dezelfde organisatie behoren. Krijg je niet meer die waanzin dat de woonbegeleider iemands verzorging moet doen omdat de thuiszorg het af laat weten. Mag je hopen tenminste. Maar ik persoonlijk voel meer voor intensieve samenwerking dan fusie. Dan houdt de cliënt tenminste de keuzevrijheid, maar wordt de afstemming van zorg wel beter geregeld.

Reactie (1)

Sociaal pension


EINDHOVEN – Op de derde etage laat hij trots de deur van zijn eigen kamer openzwaaien. “Let niet op de rommel”, zegt Geert van der Duin. Dat blijkt mee te vallen. Zijn bed is opgemaakt, alles is opgeruimd. “Ach, ik probeer het best wel netjes te houden.” (Bron: Eindhovens Dagblad.)

Geert woont met een aantal andere (oudere) ex-bewoners van een maatschappelijk opvanghuis in een sociaal pension. Mijns inziens is dit een goed initiatief op weg naar modernisering van de maatschappelijke opvang. Mensen die ondersteuning nodig he bben bij het leven in de samenleving, hebben net als iedereen recht op rust en privacy. Ik moet er zelf, bijna twaalf jaar nadat mijn zus per se een eigen slaapkamer wou en ik er dus ook één moest (ik heb maar één zus) niet meer aan denken dat ik mijn kamer met iemand zou moeten delen. In het psychiatrisch ziekenhuis heb je ook je eigen kamer, en dat is maar goed ook, want ik word soms al knetter als ik te lang op de afdelign ben. Dit initiatief doet zoveel als mogelijk is recht aan de behoeften van mensen die niet zelfstandig kunnen wonen. Goed idee dat er meer initiatieven komen.

Laat een reactie achter

Oudere Berichten »