Archief voor Wetgeving
april 20, 2009 bij 6:36 pm
· Ingedeeld onder Continuïteit van zorg, Financiering / Bezuinigingen, Geestelijke gezondheidszorg, Gehandicaptenzorg, Toegankelijkheid van zorg, Verpleeg- en verzorgingshuizen, Wetgeving
Afgelopen week is de meldactie AWBZ van start gegaan. Het meldpunt is geopend naar aanleiding van de bezuinigingen in de AWBZ die per 1 januari 2009 van kracht zijn. Het CIZ is namelijk enkele weken terug gestart met de herkeuring van alle mensen die een indicatie voor begeleiding (zowel ondersteunde als activerende begeleiding) hebben. Ik las pas dat men verwacht dat mogelijk wel 60.000 mensen na de herkeuring helemaal geen begeleiding meer krijgen, terwijl het totaal aantal mensen dat nu een dergelijke indicatie heeft, hooguit 147.000 bedraagt.
Ikzelf fok me de laatste tijd weer behoorlijk op over mijn eigen indicatie. Waarschijnlijk hoef ik niet herkeurd te worden, omdat mijn indicatie in 2009 afloopt. Eind december pas, dus als ik de berichten goed begrijp, heb ik daarmee nog geluk, dat ik zo lang als mogelijk is onder de oude wetgeving val. Ik zou niet weten wat ik kan verwachten van mijn herkeuring. Voor een deel komt dat natuurlijk doordat ik nog in resocialisatie ben, en het best zou kunnen dat ik ook zonder wetswijziging met minder zorg toe zou kunnen. Dat weet ik nog niet. Maar buiten dat hangt het er natuurlijk vanaf op welke grond ik begeleiding krijg en of die grond na de wetswijziging nog bestaat. Gronden waarvoor geen aanspraak meer bestaat op begeleiding, zijn:
- Persoonlijke verzorging: ik vraag me af of dit is omdat dit zijn eigen AWBZ-functie is, of omdat mensen die gestimuleerd moeten worden om zichzelf te verzorgen, maar gewoon moeten blijven stinken.
- Hulp in de huishouding, waaronder niet alleen schoonmaakwerk valt (wat al in de Wmo is ondergebracht), maar ook zorg voor de maaltijden en kleding. Vraag me af hoe Jet Bussemaker dacht dat mensen die hier niet of moeilijk zelf voor kunnen zorgen, zoals ik, dit opgelost krijgen.
- Maatschappelijk leven, waar alles onder valt wat buitenshuis gebeurt. De smoes om dit door te voeren zal wel zijn dat zogenaamd veel gehandicapten hun dure begeleiders inschakelen om “leuke” activiteiten met ze te ondernemen, of die ene transseksueel die Bussemaker kent, die zijn zorggeld gebruikte voor een cursus om een partner te vinden. De consequentie is natuurlijk dat mensen met een handicap die niet zelf hun dag kunnen invullen en/of geen vrienden hebben, op last van de staat de hele dag mogen bankzitten.
- Psychisch welbevinden. Men bedoelt dat depressie, angst of eenzaamheid geen reden meer zijn voor begeleiding. Ik vind dit een hele rare: alsof deprssie en angst niet serieus zijn! Nou ja, preventieve cursussen zoals “In de put, uit de put” vallen tegenwoordig onder de basisverzekering, en ik neem aan dat een deel van dergelijke hulp ook vanuit de Wmo gefinancierd wordt (Algemeen Maatschappelijk Werk en dergelijke). Ik kan me er wel iets bij voorstellen dat mensen die alleen maar eenzaam zijn, niet zo nodig naar bijvoorbeeld dagverzorging hoeven, omdat ze ook bij goedkopere activiteiten voor bijvoorbeeld senioren terecht kunnen (ouderenwelzijnswerk etc.). Maar gebrek aan “psychisch welbevinden” kan in combinatie met andere factoren wel degelijk zorgen voor serieuze problemen waar een buurthuis of vrijwilliger geen oplossing voor biedt. Ik ben zelf opgenomen met een probleem dat in deze categorie valt (mijn etiket was destijds “aanpassingsstoornis” of zo), maar ik geloof er geen barst van dat ik langer dan een paar dagen was opgenomen, zelfs in 2007, als ik alleen maar geen “psychisch welbevinden” had. Natuurlijk zou je dan zeggen dat er dan heus nog wel serieuze gronden zouden zijn geweest (ik ben immers opgenomen vanwege gevaarlijk gedrag), maar dit hele vage verhaal houdt geen rekening met de relatie tussen deze factoren: stel dat ik minder zorg zou krijgen dan ik nodig heb (we weten het niet, vooralsnog is het pas in december en ik weet nog niet eens waar ik dan ben), dan is dat waarschijlijk een irrelevant probleem van “psychisch welbevinden” zolang ik niet doordraai. Mijn begeleidster zei vanmorgen al dat een arts haar eens had gezegd om het maar te laten escaleren, zodat het CIZ zou zien hoe beroerd het ging met haar onvoldoende-geïndiceerde cliënt. Been there, done that: ik hoef dat geen tweede keer.
Gronden die nog wel tellen, zijn:
- Sociale redzaamheid. Om de één of andere rare reden wordt dit op de website van VWS uitgelegd als “regie over het eigen leven kunnen voeren”. Mij doet die omschrijving altijd denken aan iets wat met wilsbekwaamheid samenhangt, maar sociale redzaamheid begrijp ik als het kunnen omgaan met noodzakelijke instanties, financiën, zelfstandig naar de dokter kunnen, etc.
- Probleemgedrag (agressief of dwangmatig, aldus VWS).
- Beperkingen in het voortbewegen. Die vind ik vaag: bedoelt men dat je een begeleider kunt inhuren om je rolstoel te duwen – dat lijkt me nog eens geldverspilling! -, of wordt het als grondslag gebruikt om bijvoorbeeld mobiliteitstrainers en ergotherapeuten, die mensen leren omgaan met hulpmiddelen, te betalen, of nog iets anders? Ik snap het eigenlijk niet, want juist sinds ergens in 2008 kunnen mensen met alleen een lichamelijke handicap helemaal geen ondersteunende begeleiding krijgen.
- Beperkingen in de waarneming, concentratie en/of het denken. Hmmm, geen flauw idee wat men daaronder verstaat: het zal wel een reden zijn om psychiatrische patiënten AWBZ-zorg te kunnen verlenen, maar bepaalt transparant is dit niet.
- Beperkingen in de oriëntatie en/of het geheugen. Dmentie, dus? Geen idee.
Nou ja, laat ik het er maar op houden dat het een bezuinigingsmaatregel is en iedereen dus minder zorg krijgt. Bullshit natuurlijk, wat VWS schrijft, dat de begeleiding van mensen die het niet echt nodig hebben, voor 2009 ten koste ging van de mensen voor wie de AWBZ is bedoeld: ik durf te wedden dat zelfs de mensen voor wie de AWBZ al tientallen jaren is bedoeld, erop achteruitgaan.
Permalink
oktober 29, 2008 bij 9:01 pm
· Ingedeeld onder Continuïteit van zorg, Financiering / Bezuinigingen, Toegankelijkheid van zorg, Wetgeving, Zorgplanning
Jet Bussemaker in de bocht, volgens een reportage in Netwerk vanavond: volgend jaar moeten alle mensen die AWBZ-zorg krijgen, worden herkeurd, en krijgt praktisch iedereen minder of geen zorg. Voor een aantal mensen zal dit betekenen dat ze in een instelling moeten gaan wonen, terwijl ze tot nu toe altijd thuis hebben gewoond. Ik zie niet in wat hier het voordeel van is, aangezien verblijf nogal duur is. Er zijn natuurlijk gevallen waarin men met verblijfszorg minder zorg uit andere functies, zoals onderesteunende begeleiding of verpleging, nodig heeft. Ik ben zelf hier een voorbeeld van: op het trainingshuis had ik ongeveer zeven uur begeleiding per week (volgens mijn indicatie dan, volgens mij had ik in de praktijk meer), maar toen ik op mezelf ging wonen, werd dat zestien uur. Dan nog merk ik dat ik in mijn huidige instelling soms in de problemen kom, als ik individueel ergens hulp bij nodig heb – want met een bezetting van inmiddels structureel twee verpleegkundigen op zestien patiënten, gaat dat eigenlijk niet. Maargoed, in mijn eentje op mijn hok had ik nog meer hulp nodig. Maar voor lang niet alle gehandicapten geldt dit. De jongen in de reportage zou waarschijnlijk nog wel meer zorg nodig hebben, omdat dan zijn ouders niet meer elke nacht voor hem kunnen zorgen – je kunt moeilijk van de ouders verwachten dat ze ’s nachts naar de instelling komen om hun zoon te verplegen. Erg jammer dat de staatssecretaris dan zo moeilijk doet over indicaties voor zorg thuis.
Bijkomend is natuurlijk de vraag of je moet willen dat gehandicapten in instellingen verdwijnen door de bezuinigzucht van de staatssecretaris van VWS. Ik dacht dat het motto van dit kabinet begon met “Samen leven”, maar als je toevallig gehandicapt bent, en het niet redt met de minimale zorg waar je volgens het CIZ recht op hebt, geldt dat waarschijnlijk niet. Ik had het eigenlijk als vooruitgang willen zien, toen ik kort geleden ontdekte dat zorginstellingen tegenwoordig kunnen kiezen om verblijfszorg in de thuissituatie aan te bieden (niet dat ik denk dat er één het zal doen), maar blijkbaar was ik toch iets te optimistisch. Wie niet mee kan komen of te duur is, zoekt het zelf maar uit of verdwijnt uiteindelijk in de toch al niet al te kwalitatief hoogstaande instelling.
Permalink
juli 21, 2008 bij 10:22 pm
· Ingedeeld onder Ethiek, Financiering / Bezuinigingen, Geneeskunde, Pijn, Wetgeving
Vanavond handelde 1Vandag onder andere over een man die zijn eigen medicinale marijuana kweekte. Formeel mag het niet – hij had meer dan veertig planten, en je mag er maar een paar hebben voor eigen gebruik -, maar om het spul via de apotheek te krijgen, is gigantisch duur, want veel zorgverzekeraars vergoeden het niet.
Het ethische en juridische dilemma is natuurlijk of iemand voor medische doeleinden de Opiumwet mag overtreden. Medicinale wiet is legaal in Nederland, en de dosis die deze patiënt gebruikte, mag ook, maar het zelf kweken van hennepplanten, is verboden. Nou zou je kunnen zeggen dat het mag omdat dit nodig is voor de gezondheid van de patiënt. Desnoods zou je de wet kunnen aanpassen om dit toe te laten. Maar hoe ga je controleren of een persoon zijn wiet voor medische doeleinden gebruikt? De grens, dat je maar een paar platen (ik geloof vijf) voor eigen gebruik mag hebben, is er natuurlijk niet voor niets: men wil niet het risico lopen dat je de wiet gaat verhandelen. Aan de andere kant: moeten patiënten zichzelf in de schulden steken om hun pijn dragelijk te maken? Het medische nut van marijuana is allang bewezen, dus het gaat er niet om dat mensen zelf moeten weten waar ze in geloven om van hun pijn af te komen, maar het dan wel zelf moeten betalen. Maar het zou, neem ik aan, te duur worden als men gewoon de medicinale wiet in het basispakket van de zorgverzekering stopt – want dat spul kost algauw tien euro per gram als je het in de apotheek (of in de coffeeshop, for that matter) koopt. Aan de andere kant, hoe vaak komt het voor dat patiënten medicinale wiet nodig hebben? Er zitten stukken duurdere en vaker voorkomende behandelingen in het basispakket. Het blijft natuurlijk goedkoper als je je eigen wiet kweekt, maar we zullen nog zien wat de Hoge Raad hiervan zegt.
Permalink
juni 29, 2008 bij 10:29 pm
· Ingedeeld onder Geestelijke gezondheidszorg, Wetgeving
Bij een voorwaardelijke machtiging kan een psychiatrische patiënt gedwongen opname in een GGZ-instelling voorkomen door zich te houden aan bepaalde voorwaarden. De criteria voor een voorwaardelijke machtiging zijn dan ook iets anders dan bij een gewone rechterlijke machtiging: voor het afgeven van een RM moet het duidelijk zijn dat het gevaar dat de patiënt veroorzaakt, niet kan worden afgewend buiten het psychiatrisch ziekenhuis. Daarentegen is het feit dat het gevaar wél kan worden afgewend buiten het ziekenhuis, juist het uitgangspunt van de voorwaardelijke machtiging, met dien verstande dat het gevaar alleen kan worden afgewend als de patiënt zich aan bepaalde regels houdt. De reden dat de machtiging wordt ingesteld, is om de patiënt een stok achter de deur te geven: hij kan voorkomen dat hij gedwongen opgenomen wordt, maar dan moet hij zich wel aan bepaalde afspraken houden.
De voorwaarden waar de patiënt zich aan moet houden, worden in het algemeen vastgelegd in het behandelplan. Dit behandelplan moet door de patiënt ondertekend zijn – immers, dwangbehandeling buiten het ziekenhuis is niet mogelijk. De rechter zal dus alleen een voorwaardelijke machtiging afgeven, als blijkt dat de patiënt met de voorwaarden instemt – anders kan de behandelaar beter een gewone RM aanvragen. Voorwaarden die kunnen worden vastgelegd in het behandelplan zijn bijvoorbeeld het innemen van medicatie, het deelnemen aan therapie, contact houden met de behandelaar, afzien van drugsgebruik of het vermijden van bepaalde voor de patiënt risicovolle plaatsen. Bij het vaststellen van voorwaarden moet wel worden nagegaan of de vrijheidsbeperking die deze voorwaarden opleggen, acceptabel is gezien het gevaar dat de patiënt zou veroorzaken als hij zich niet aan de voorwaarden hield. Voorwaarden mogen uiteraard nooit zaken beperken zoals de vrijheid van godsdienst.
Houdt de patiënt zich niet aan de voorwaarden en/of veroorzaakt hij gevaar, dan wordt de voorwaardelijke machtiging omgezet in een gewone RM en wordt de patiënt dus opgenomen. Indien absoluut noodzakelijk kan hij dan onder dwang behandeld worden. Overigens gelden, ook als de patiënt zelf opgenomen wil worden, de regels voor een gedwongen opname.
Een voorwaardelijke machtiging werkt iets anders dan de zogenaamde “paraplumachtiging” die uit jurisprudentie is ontstaan toen de voorwaardelijke machtiging nog niet bestond. Bij een paraplumachtiging wordt een patiënt opgenomen middels een gewone RM en vervolgens vrijwel direct met voorwaardelijk ontslag gestuurd. Onder de “paraplu” van de RM kan de patiënt weer gedwongen worden opgenomen als hij zich niet aan de voorwaarden houdt, zonder dat eerst weer de hele procedure voor een RM moet worden afgewerkt. Het belangrijkste verschil tussen de voorwaardelijke machtiging en de paraplumachtiging is echter dat de patiënt met een voorwaardelijke machtiging, in moet stemmen met de voorwaarden. Dit was niet het geval met de paraplumachtiging, omdat een patiënt niet ingestemd hoeft te hebben met de voorwaarden voor een voorwaardelijk ontslag. Daarnaast is iemand met een paraplumachtiging, ofschoon zeer kortdurend, opgenomen geweest voordat hij met voorwaardelijk ontslag ging, terwijl iemand met een voorwaardelijke machtiging in de samenleving kan blijven zolang hij zich aan de voorwaarden houdt en geen gevaar veroorzaakt.
Permalink
juni 19, 2008 bij 11:59 pm
· Ingedeeld onder Geestelijke gezondheidszorg, Wetgeving
Een rechterlijke machtiging (RM) is de verzamelnaam voro de voorlopige machtiging, de machtiging tot voortgezet verblijf en de rechterlijke machtiging op eigen verzoek. Met een RM kan een patiënt gedwongen worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis voor een langere periode, waarbij de voorlopige machtiging geldt voor zes maanden en de machtiging tot voortgezet verblijf steeds voor maximaal een jaar.
De criteria voor een rechterlijke machtiging zijn globaal hetzelfde als die voor een IBS. Het verschil is echter dat men een IBS ook mag afgeven als nog niet zeker is dat een persoon een geestesstoornis heeft, maar hiervoor wel een ernstig vermoeden bestaat. Daarentegen moet het gevaar bij een IBS wel zo dringend zijn dat de procedure voor een RM of observatiemachtiging (machtiging waarbij een patiënt, die ervan verdacht wordt een geestesstoornis te hebben, tot maximaal drie weken ter observatie wordt opgenomen), niet kan worden afgewacht. De procedure voor een RM kost namelijk wel aanzienlijk meer tijd dan die voor een IBS:
- Eerst wordt een verzoek ingediend bij de officier van justitie. Dit kan gedaan worden door de behandelaar (bv. bij aanvragen van een RM na een IBS) of anders door de partner, ouders, andere meerderjarige bloedverwanten in de rechte lijn of zijlijn tot en met de tweede graad, de voogd, curator of mentor.
- Er moet een geneeskundige verklaring worden bijgevoegd met het verzoek. Deze moet zijn opgemaakt door een bij voorkeur onafhankelijk psychiater en ten hoogste vijf dagen voor het indienen van het verzoek zijn ondertekend.
- De officier van justitie stelt vervolgens een vordering tot verlenen van een RM in bij de rechter, tenzij het verzoek kennelijk ongegrond is of er minder dan één jaar is verstreken sinds de afwijzing van een eerdere vordering en er niet blijkt van nieuwe feiten.
- De rechter hoort de patiënt en indien nodig deskundigen of andere betrokkenen. De behandelaar en de psychiater die de geneeskundige verklarign heeft opgesteld, moeten bereikbaar zijn voor inlichtingen.
- Als de rechter uitspraak heeft gedaan, moet de patiënt binnen twee weken worden opgenomen. De behandelaar maakt hierover afspraken met het psychiatrisch ziekenhuis.
Permalink
juni 15, 2008 bij 10:30 am
· Ingedeeld onder Geestelijke gezondheidszorg, Wetgeving
Een inbewaringstelling (IBS) is een ordemaatregel om psychiatrische patiënten in noodsituaties snel gedwongen te laten opnemen in het ziekenhuis. Als een persoon met een (vermoedelijke) geestelijke stoornis (psychiatrische ziekte, verstandelijke handicap of dementie) een acuut (dreigend) gevaar voor zichzelf of anderen vormt, waarbij het dus niet mogelijk is om de procedure voor een rechterlijke machtiging af te wachten, kan men de burgemeester (of een verantwoordelijk wethouder) verzoeken een IBS af te geven. In theorie kan iedereen dit verzoek doen, maar in de praktijk zal het gaan om de dienstdoende arts van de crisisdienst of soms de politie.
Voordat het verzoek tot afgeven van de IBS wordt gedaan, moet een (niet-behandelend) arts of psychiater een geneeskundige verklaring opstellen, waarin hij de geestelijke toestand en het hierdoor dreigende gevaar beoordeelt. Dit doet hij bij voorkeur op basis van onderzoek dat hij bij de patiënt heeft verricht. Maar als onderzoek van de patiënt niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat hij zich in zijn woning verschanst en weigert de arts binnen te laten, kan de arts de verklaring ook baseren op informatie van anderen. De geneeskundige verklaring moet worden meegestuurd met het verzoek om een IBS.
Als de burgemeester de IBS afgeeft, kan de patiënt worden opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis. Dit moet binnen 24 uur gebeuren. Ziekenhuizen hebben een opnameverplichting; desnoods kunnen ze door de officier van justitie gedwongen worden de patiënt op te nemen of elders een plaats te regelen. Een patiënt heeft recht op bijstand door een advocaat zodra de IBS is afgegeven, maar de burgemeester hoeft niet op de advocaat te wachten voordat hij de IBS oplegt.
De burgemeester stuurt de beschikking uiterlijk de volgende werkdag naar de officier van justitie, die vervolgens weer binnen één werkdag bij de rechter een verzoek indient tot verlenging van de IBS. De rechter ziet dan binnen drie werkdagen de patiënt (dit is dus uiterlijk vijf werkdagen na de opname in het ziekenhuis). De behandelaar en psychiater moeten bereikbaar zijn om indien gewenst extra informatie aan de rechter te verstrekken. Nadat de rechter heeft beoordeeld of inderdaad aan de criteria voor een IBS is voldaan, doet hij uitspraak en wordt dus eventueel de IBS verlengd. Dit gebeurt met een periode van drie weken. In uitzonderlijke gevallen kan de IBS daarna nog eens met drie weken worden verlengd.
Permalink
juni 4, 2008 bij 11:59 pm
· Ingedeeld onder Levenseinde, Wetgeving
Je vraagt je bijna af of het een politieke stunt is voor de ChristenUnie of de PvdA, maar het schijnt toch echt een serieus medisch-ethisch onderwerp te zijn: embryoselectie. Het mag in Nederland, maar gebeurt alleen als een erfelijk belast kind honderd procent zeker de ziekte krijgt. En voor één keer ben ik het met Hans Galjaard eens: als je een risico van tachtig procent, zoals dat bij erfelijke borstkanker, een goede standaard vindt voor embryoscreening, waarom dan geen vijftig of vijfentwintig of tien?
Ik ben persoonlijk niet zo’n fan van hellende-vlaktheorieën. De oorspronkelijke euthanasiewetgeving in Nederland, die zeer helder was, werd door pro-lifers in het buitenland al een eerste stap op het hellende vlak genoemd. Achteraf kregen ze voor een deel gelijk, toen in 2004 ineens ook ouders voor hun jonge kinderen tot euthanasie mochten besluiten. Familie mag dit niet voor wilsonbekwame volwassenen, tenminste nog niet. Maar de stap hier is, als je het mij vraagt, even groot als het verschuiven van een volledige zekerheid naar een (zeer grote) waarschijnlijkheid bij embryoscreening: als we besliten dat iemand anders dan de patiënt zelf tot euthanasie mag besluiten, zoals de ouders van kinderen of de familie van demente ouderen, waarom dan alleen zij? De nazi-vergelijkingen werden al getrokken toen de eerste euthanasiewetgeving werd ingevoerd, maar die zijn een heel stuk begrijpelijker geworden sinds ook anderen dan de patiënt zelf tot euthanasie mogen besluiten – al is dit uiteraard nog weer heel iets anders dan een officieel, onpersoonlijk, door de overheid uitgevoerd euthanasieprogramma. Naar mijn mening mag alleen de patiënt zelf toestemming geven voor euthanasie – we vertrouwen het uitvoeren (gedeeltelijk) aan medici toe, omdat zij geacht worden de juiste medische kennis in huis te hebben en je de pil van Drion nu eenmaal niet in de supermarkt kunt verkopen -, en is er sprake van een hellend vlak als wordt overgegaan van “alleen de patiënt” op “ook bepaalde andere personen”. Bij embryoscreening gaat het om “zekerheid” versus “waarschijnlijkheid” of een “verhoogd risico”. En dan is het moeilijker om je grenzen met argumenten te staven, want een risico van tien procent om een ziekte te krijgen, is in de meeste gevallen al “ernstig verhoogd”, gegeven het feit dat die ziektes normaal maar bij één op de paarduizend mensen voorkomen.
Permalink
april 17, 2008 bij 9:16 pm
· Ingedeeld onder Medische fouten, Wetgeving
Medisch tuchtrecht is bedoeld om aan artsen, verpleegkundigen, GZ-psychologen en andere gezondheisprofessionals sancites te kunnen opleggen als zij medische fouten maken. De patiënt of zijn familie kan een klacht indienen bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, dat vervolgens bepaalt of de klacht gegrond is. Ook de werkgever (zorginstelling) of de Inspectie voor de Gezondheidszorg kan de hulpverlener voor de tuchtrechter dagen.
Straffen
Het tuchtcollege bepaalt of de klacht gegrond is. Als dat zo is, kan het College een maatregel opleggen. Het College mag zelf bepalen welke maatregel het oplegt, en houdt hierbij geen rekening met de eisen of wensen van de klager. Maatregelen zijn:
- Waarschuwing
- Berisping
- Geldboete (te betalen aan de Staat)
- Schorsing voor een bepaald eperiode, maximaal een jaar
- Gedeeltelijke ontzegging
- Doorhaling van de BIG-registratie, waardoor de persoon het beroep niet meer kan uitoefenen
Het tuchtcollege kan geen schadevergoeding toekennen; vordering hiertoe moet via de civiele rechter of in een enkel geval via de strafrechter.
Vanuit cliëntenperspectief is een waarschuwing of berisping een lichte maatregel. De arts of andere hulpverlener heeft vaak ernstige fouten gemaakt, en toch wordt hij “alleen maar berispt”. Echter voor een professional is het erg ingrijpend om door het tuchtcollege op de vingers getikt te worden.
Overigens heb ik me altijd verbaasd over de redenen die het tuchtcollege hanteert om een klager niet-ontvankelijk te verklaren. Eind 2003 was ik hoogst verbaasd toen het Regionaal Tuchtcollege in Groningen Volkert van der G. niet-ontvankelijk verklaarde, toen hij de psychiater die dacht hem via de media het etiket stoornis van Asperger te kunnen opplakken, voor het College had gedaagd. De reden was dat er geen sprake van een arts-patiëntrelatie was.
Daarnaast worden klachten vrij vaak ongegrond verklaard, terwijl andere medici vinden dat er wel degelijk fouten zijn gemaakt. Hierover hoor je veel in Missers, het AVRO-programma over medische fouten. Soms zijn de wegen van het medisch tuchtrecht ondoorgrondelijk.
Permalink
maart 30, 2008 bij 11:45 pm
· Ingedeeld onder Geestelijke gezondheidszorg, Vrijheidsbeperkende maatregelen, Wetgeving
Het verandert mijn mening niet, maar ik moet toch even een rectificatie plaatsen. In mijn post over dwangbehandeling heb ik een fout gemaakt door onterecht te veronderstellen dat de criteria voor dwangbehandeling gelijk zijn aan die voor middelen en maatregelen. Bij gedwongen toedienen van medicatie is er in de wet een onderscheid tussen toedienen van medicatie als maatregel en als onderdeel van dwangbehandeling. Bij de maatregel van ongewild toedienen van medicatie, gaat het erom een tijdelijke noodsituatie te overbruggen. Denk bijvoorbeeld aan het toedienen van kalmeringsmiddelen bij een patiënt met ernstige onrust. Deze medicatie is dan niet specifiek gericht op het verminderen van de geestelijke stoornis, maar op het beheersen van de door de patiënt veroorzaakte overlast. Bij dwangbehandeling gaat het er echter om (een deel van) het behandelplan uit te voeren zonder toestemming van de patiënt. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat een schizofrene patiënt die behandeling weigert, ongewild zijn antipsychotica toegediend krijgt.
De wettelijke bepalingen met betrekking tot dwangbehandeling zijn strenger dan die betreffende middelen en maatregelen en die betreffende gedwongen opname. Hierdoor kan het gebeuren dat iemand wel een IBS of RM krijgt, maar niet zodanig gevaarlijk is dat hij gedwongen behandeld kan worden. Bovendien geldt het gevaarscriterium bij gedwongen opname voor gevaar buiten het ziekenhuis, en dat voor dwangbehandeling binnen het ziekenhuis, en als een patiënt binnen het ziekenhuis geen gevaar vormt, is er dus geen grond voor dwangbehandeling, ook al zou hij wel weer een gevaar vormen als hij naar buiten ging. Geeft me trouwens wel te denken over mijn dwangbehandelde medepatiënten, die in ieder geval in mijn bijzijn geen substantieel gevaar veroorzaakten.
Permalink