Nova heeft de hand weten te leggen op gegevens waaruit blijkt dat separeercellen vaak langdurig worden gebruikt. Meer dan honderdvijftig mensen zouden in de afgelopen vijf jaar langer dan een jaar in een separeercel of afzonderkamer zijn opgesloten, en een vergelijkbaar aantal zou ieder jaar langer dan drie maanden geïsoleerd zijn. Het is schokkend dat zoiets überhaupt mag, terwijl vrij algemeen bekend is dat zelfs redelijk kortdurende separatie vooral geestelijke gezondheidsrisico’s heeft. De VVD eist een onderzoek. Alleen jammer voor die partij dat de conclusie waarschijnlijk zal zijn dat de veelvuldige separaties grotendeels door personeelsgebrek veroorzaakt worden.
Archief voor Vrijheidsbeperkende maatregelen
Andere Tijden: Jolanda Venema, 1988
Vanavond ging Andere Tijden over de controverse rond Jolanda Venema, die in 1988 in de krant kwam, omdat ze naakt vastgebonden lag in de isoleercel van een zwakzinnigeninrichting. De instelling waar ze indertijd verpleegd werd, kwam nu vooral in een positief daglicht, inclusief een prachtig pronkinitiatief voor een woonwerkboerderij voor ernstig gehandicapten met gedragsproblemen. Maar uiteraard werd de uitzending niet voor niets vertoond, gezien de recente ophef over de separeercel en het feit dat afgelopen dinsdag nog bleek dat de Zweedse band nog te vaak wordt gebruikt. Men heeft nu wel weer mooi een intentieverklaring om de onrustband op termijn af te schaffen, maar het is de vraag of dit ook echt gebeurt. Immers, al is de inrichting waar Jolanda verbleef verantwoordelijk voor haar behandeling, het leek er niet op dat deze mensonterende toestand de bedoeling was geweest. Het was een proces dat voortkwam uit vermeende noodzaak volgens het personeel, dat wel wist dat dit niet hoorde, maar niet hoe het anders moest. Als aan dit soort misstanden in de zorg een einde moet komen, moet dit zowel vanuit de behandelaren als vanuit het management en de inspectie en ook vanuit de politiek, worden ondersteund.
Separeerpreventie: de ene vrijheidsbeperking door de andere vervangen?
Zelfs in het nieuws wordt toegegeven dat separaties vaak worden toegepast uit personeelsgebrek. Een voorbeeld waar ik over las, is dat van een suïcidale patiënt. De verpleging meende haar continu in de gaten te moeten houden, en, daar men dat niet kon, is ze langdurig gesepareerd (en daarnaast ook gefixeerd en platgespoten). Tja, je kunt natuurlijk niet op de patiënten gaan zitten om te voorkomen dat ze zichzelf of een ander iets aandoen, maar om iemand nou daarvoor weken achtereen of nog langer te separeren en te fixeren? Men realiseert zich niet altijd hoe vergaand middelen en maatregelen ingrijpen in het leven van de patiënt.
Als alternatief voor separatie wordt nogal eens naar (dwang)medicatie verwezen. Ik heb hier zelf geen ervaring mee – ook niet met separatie trouwens -, maar ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken ook. Als ik, vrijwillig dus, Seresta neem, ga ik meestal onmiddellijk flippen als het is uitgewerkt – één van de redenen dat ik er nogal terughoudend mee ben. Stel je voor dat ik dat spul gedwongen toegediend kreeg als ik stond te flippen: dan lag ik waarschijnlijk bijna constant te maffen. Ik las van een psychiater die het nogal vreemd leek te vinden dat in Nederland de integriteit van het lichaam belangrijker is dan het voorkomen van vrijheidsbeperking door separatie. Waarom het per se de keus is tussen platspuiten of isoleren, vraag ik me af, als we al vaststellen dat patiënten soms gesepareerd worden (en dan als alternatief zouden meoten worden platgespoten) om redenen die daar niet om vragen. De discussie moet niet alleen gaan over separeercellen, maar over dwang in het algemeen. Daar zijn voor zover mij bekend ook alle verbetertrajecten op gericht. Dus kom nou niet aan met een andere vorm van vrijheidsbeperking, als de ene ter discussie staat, om vervolgens te gaan bakkeleien over welke beperking het minst erg is. Overigens wordt voor zover ik weet dwangmedicatie (als het gaat om kortwerkende kalmeringsmiddelen, ik bedoel dus niet het gedwongen toedienen van antipsychotica en dergelijke) bijna altijd gedaan in combinatie met afzondering.
Meer over de opvallende correlatie tussen personeelsgebrek en afzodering
Niet alleen wordt tegenwoordig op mijn afdeling veel sneller iemand afgezonderd dan vroeger – tenminste, dat is mijn ervaring, al bekijk ik het misschien niet objectief -, het lijkt ook dat de hele gedachte achter deze maatregel ineens, in ieder geval in de praktijk, veranderd is. Toen ik hier nog niet zo lang zat, keek ik naar een tv-programma of zoiets waarin afzondering en separatie besproken werden. Een verpleegkundige legde me uit dat separatie en afzondering bedoeld zijn om de patiënt op een veilige manier te kunnen verplegen, en dat het afdelignsbeleid is om deze maatregelen zo min mogelijk te gebruiken. In die tijd zat er ook nooit iemand in de time-out behalve als er toevallig geen gewone kamer meer beschikbaar was (wij hebben vijftien gewone kamers en officieel zestien bedden, heel raar).
Eind december, toen ik zo’n kleine twee maanden opgenomen zat, hoorde ik voor het eerst medepatiënten over de time-out praten: een patiënt waarschuwde mij dat ik er nog wel eens in zou komen als ik doorging met flippen – ze heeft gelijk gekregen -, en men vond dat een andere patiënt hard nodig aan een flinke afzonderperiode toe was. Vuurtje en Miep Kraak waren haar bijnamen, want het was een oudere vrouw die bij iedereen om de minuut om sigaretten en vuur bedelde en ondertussen naar alle medepatiënten kwetsende opmerkingen maakte. De eerste paar weken beweerde de verpleging sowieso dat men niets kon doen, omdat mevrouw “nogal veel afwijst wat wij aanbieden”. Uiteindelijk heeft men haar verboden zich zonder sigaret – en die kreeg ze om de zoveel tijd van de verpleging – in het rookhok op te houden, waar de meeste beledigingen en het zeuren om vuurtjes plaatsvonden. Ik weet niet of ze ooit in de time-out gezeten heeft, maar ik herinner het me in elk geval niet.
Tegenwoordig worden mensen die met enige regelmaat onrust veroorzaken op de afdeling, zonder veel pardon aan de “rustprogramma’s” gezet. Ik ken natuurlijk niet de volledige achtergrond van al mijn medepatiënten, en in eerste instantie kon ik me moeilijk voorstellen dat ze de waarheid spraken over de reden voor hun time-outprogramma. Een patiënt zal toch wel meer gedaan hebben dan zich herhaaldelijk met anderen te bemoeien, te veel bij de verpleging en patiënten over hetzelfde doorzeuren of nonstop half-kwetsend in zichzelf lullen? Allemaal dingen waar ik als degene die het aan moet horen, heel blij mee ben als ik even van ze af ben, maar eerlijk gezegd geen dingen die ik in de categorie “gevaar” zoals bedoeld in de wet BOPZ zou scharen.
Zaterdag sprak ik mijn contactpersoon van de verpleging over mijn eigen time-outprogramma. Ik wilde ervanaf, omdat dit uiteindelijk toch bleek één van de redenen te zijn waarom reso me heeft afgewezen. De verpleegkundige vond het op zich wel best en ik ben er dan ook sinds maandag vanaf, maar ze maakte op een gegeven moment wel een kanttekening: mijn time-outprogramma was bedoeld voor als ik “meer zorg nodig had dan wat wij kunnen bieden”. Mijn idee hoor, maar dat zegt volgens mij meer over jullie bezettingsgraad dan over mijn toestand, en “personele onderbezetting” staat zeker weten niet in de omschrijvan van “gevaar” volgens de BOPZ.
Man overlijdt in separeercel
Gisteren hoorde ik in een actualiteitenprogramma dat een man in een separeercel bij een GGZ-instelling is overleden. Het zal niet de eerste en niet de laatste zijn, vrees ik. In Nederland wordt veel sneller gesepareerd dan in andere landen, de personele bezetting is beroerd door chronische bezuinigzucht, en hierdoor is het toezicht op gesepareerde patiënten ook nog eens lastig. In dit specifieke geval waren dan ook nog de raampjes van twee separeers beschadigd, waardoor de verpleging niet in de cellen kon kijken. Ik hoorde van medepatiënten dat er in sommige separeerruimtes gordijntjes voor de ramen hangen. Dat schijnt ook het geval te zijn bij de time-outkamers die op onze afdeling zijn – wij hebben geen separeers, maar de andere gesloten afdeling wel. En vaak genoeg merk ik – niet persoonlijk (ik heb al eeuwen niet in de time-out gezeten), maar via medepatiënten -, dat verpleegkundigen heel laat op een bel reageren. Natuurlijk zijn er patiënten die om de minuut bellen omdat ze uit de time-out willen, terwijl er verder niets dringends is, maar je zal maar een keer laat reageren als er wél echt iets aan de hand is.
Veel instellingen beweren tegenwoordig dat ze dwang in de psychiatrie willen terugdringen. Helaas is het dan wel eerst noodzakelijk dat de personele bezetting eens wat beter wordt, zodat je patiënten daadwerkelijk goed kunt begeleiden en escalatie kunt voorkomen. Helemaal voor, alleen zo jammer dat het niet gebeurt. Ik zit nu een klein jaar op deze afdeling (überhaupt veel te lang voor een gesloten opnameafdeling, maar dat is mijn punt niet) en het lijkt wel of er bij ons steeds meer afgezonderd wordt. In de eerste twee maanden van mijn opname, is er maar één of twee keer iemand in de time-outkamer gezet; in de maand daarop een medepatiënt twee of drie keer en ikzelf éénmaal. Tegenwoordig zit er bijna elke dag wel minstens één patiënt in de time-out. Ik gaf eerst de psychiater de schuld. Sinds maart hebben we een nieuwe psychiater en het viel mij op met hoeveel gemak en voor wat voor onzinredenen hij “rustprogramma’s” (kots!) oplegt. Ik kan me nog steeds niet helemaal aan die indruk onttrekken, maar toch zal ook wel meespelen dat de verpleging totaal niet anticipatorisch kan werken, omdat men continu onderbezet is en dus sowieso al niet eens van de afdeling af kan of al te individueel met een moeilijke patiënt bezig kan zijn. Wat trouwens het ook weer moeilijk maakt om toezicht te bieden als een patiënt afgezonderd moet worden.
Naar ik begreep is in de instelling waar de patiënt is overleden, ook sprake geweest van een suboptimale personele bezetting. Het schijnt dat dit is gecorrigeerd, maar het is natuurlijk wel weer een voorbeeld van het kalf en de put. Die raampjes had men trouwens ook wel wat eerder mogen herstellen.
Is men te terughoudend met gedwongen opname?
Wordt er te moeilijk gedaan over het aanvragen van een IBS of RM? Als ik Schaepmans boek mag geloven, vindt de politie van wel. Als iemand voor de zoveelste keer door de politie van straat wordt geplukt omdat hij in verwarde toestand over straat zwerft en mensen lastigvalt, de hele buurt bij elkaar gilt of zijn hele inboedel vernielt, verwacht men dat er nu eindelijk eens iets gebeurt. De crisisdienst kan dan echter lang niet altijd iemand gedwongen laten opnemen. Immers, alleen schreeuwen of zwerven is niet gevaarlijk – dat wil zeggen, niet zo gevaarlijk dat je er een IBS voor krijgt -, en zolang hij alleen zijn eigen spullen vernielt, kan men niets doen.
Er zijn nog schrijnender gevallen. Schaepman noemt in zijn boek het voorbeeld van een dementerende man die al dagen in zijn eigen urine en ontlastig lag te vervuilen en niet naar een verzorgingshuis wou. Verschillende artsen beweerden dat ze niets konden doen. Ik weet niet hoe het in 1994 met het gevaarscriterium in de wet BOPZ stond – die wet was toen net in werking gegaan -, maar mij lijkt dit een overduidelijk geval van gevaar dat betrokkene zichzelf in ernstige mate verwaarloost.
Natuurlijk is de wet BOPZ er niet voor niets. Primair is de nieuwe wet bedoeld om patiëntenrechten te beschermen. Vroeger zou een psychiater een demente persoon die weigerde mee te gaan, gewoon met een smoesje hebben weggelokt en ervanuit gegaan zijn dat de patiënt het toch na tien minuten al vergeten was. Nu mag dat niet meer: er moet eerst een IBS of RM aangevraagd worden en dat kan, in het geval van een RM, weken duren. Uiteraard ben ik het niet eens met één van de door Schaepman geciteerde psychiaters, die beweert dat er toch in de praktijk niets is veranderd behalve dat het langer duurt om mensen opgenomen te krijgen. Je kunt niet zomaar alle psychiatrische patiënten over één kam scheren en besluiten dat ze min of meer wilsonbekwaam zijn en je ze dus gerust met een smoesje de inrichting in mag lokken. Wilsonbekwaamheid is iets heel anders dan gavaar zoals bedoeld in de wet BOPZ.
Ik ben zelf geneigd om het niet eens te zijn met het idee dat er te lang gewacht wordt met het afgeven van een IBS of RM. Ik zie de mensen die binnenkomen met een gerechterlijke maatregel. Ik ken natuurlijk hun achtergronden niet, of alleen dat wat ze mij verteld hebben, en dat kan natuurlijk heel goed vertekend zijn. Mijn indruk is dat sosm wel erg gemakkelijk een IBS wordt afgegeven, zeker bij patiënten die al vrijwillig opgenomen zitten maar graag willen vertrekken. In mijn eigen geval is ermee gedreigd toen ik voor de eerste keer aan het time-outbeleid moest, maar ik heb het niet zo ver laten komen. Ik weet het niet. Misschien is het ook gemakkelijker machtigingen aanvragen als de patiënt al in het ziekenhuis is, omdat de arts dan zelf kan zien welk gevaar veroorzaakt wordt.
Platspuiten
In ethische discussies over de behandeling van dementerenden en ernstig verstandelijk gehandicapten met gedragsproblemen wordt nog wel eens gesproken ove rhet concept “platspuiten”. Ik nam het letterlijk en kon me er tot voor kort weinig bij voorstellen. Tot een verpleegkundige eindelijk tevreden was over de effectiviteit van mijn zo-nodigmedicatie – die ik gelukkig maar zeer zo nodig gebruik.
De allereerste keer dat ik in een flipbui noodmedicatie heb gebruikt, was mijn toenmalige arts heel eerlijk over het gehoopte effect: dat het me “wat zou versuffen”, dus. Ik vond het best, want ik was zo over de rooien dat het me helemaal niets kon schelen wat die rommel zou doen. Inderdaad was ik door dit middel, promethazine (Phenergan, een middel dat officieel bedoeld is tegen allergieën maar dat ook sederende bijwerkingen heeft), wat duffer dan normaal, maar het was nog niet zo erg dat ik niet meer normaal kon functioneren – toen ik drie of vier uur na inname aan het schrijven sloeg, vond ik vooral dat ik iets slordiger typte, maar aan het aantal typefouten was het niet eens te merken. Bijkomend voordeel was dat mijn onrust in ieder geval minder was.
Het broertje van de promethazine, levomepromazine (Nozinan, officieel alleen geïndiceerd bij matige pijn in een beperkte patiëntengroep), heb ik ook nog een tijdje geslikt voor de nacht, maar dat deed er zo gruwelijk lang over om in te werken en werkte vervolgens nog zo vreselijk lang door, dat ik er geen baat bij had. Verder een hele rits benzodiazepines gehad, het merendeel als slaapmiddel, behalve de oxazepam (Seresta). Tien milligram Seresta deed helemaal niets, en ik nam het vooral zodat de verpleging niet kon zeggen dat ik niet probeerde om mezelf weer rustig te krijgen. Uiteindelijk won bij mij toch de gedachte dat, als het niet baat, het zeker mogelijk wel schaadt, en ging ik dus steeds minder vaak op het aandringen van verpleegkundigen in. Dit was tot april, toen mijn behandelaar me adviseerde het toch maar af en toe te nemen. Ze schreef me twintig milligram voor, omdat ik dus voor de zoveelste keer aangaf dat tien niets deed. De eerste keer dat ik het accepteerde, lag ik drie uur te maffen en toen begon de hele saga weer opnieuw. Ik heb toen geen Seresta meer genomen, omdat ik vond dat ik dat ’s middags al had gedaan. Niet elke keer was slapen het effect van de oxazepam, maar meestal wel – en ik was daar niet blij mee midden op de dag. Een verpleegkundige maakte me behoorlijk pissig toen ze, in aanloop naar een behandelplanbespreking, veronderstelde dat de Seresta goed had gewerkt. Hoezo goed werken?
Het zal meestal niet de bedoeling van de arts of verpleegkundige zijn om de patiënt midden op de dag te doen slapen. Eigenlijk is het alleen de bedoeling dat iemands onrust wat beteugeld wordt. En bij sommige patiënten is dit wat Seresta of een ander kalmeringsmiddel doet. Maar voor de verpleegkundigen lijkt het soms bar weinig uit te maken hóe de patiënt rustig wordt, als hij het maar wordt. Desnoods door te liggen maffen. Al is dit niet wat ik onder “rustgevend” versta, is het voor mij af en toe best; ik neem mijn Seresta toch nog niet eens één keer per week. Maar sommige patiënten zitten vrijwel constant aan de kalmeringsmiddelen. Gelukkig heb ik echt “platspuiten” op mijn afdeling nog maar een enkele keer gezien, en dat was kortdurend. Het is als je het mij vraagt een zeer onethische maatregel: niet alleen hebben mensen met de meeste psychiatrische stoornissen voor hun feitelijke problemen geen baat bij de kalmeringsmiddelen die ze ingespoten krijgen (benzodiazepines zijn bijvoorbeeld alleen geïndiceerd bij angststoornissen), maar je grijpt hiermee ernsitg in op iemands fundamentele vrijheden. Prima als het kortdurend echt niet anders kan, maar middelen en maatregelen zijn niet bedoeld als regel.
Directief achter de “dikke deur”
Sinds maandag heb ik weer een time-outbeleid. Het zal wel nodig zijn, want onze psychiater heeft het blijkbaar goedgekeurd, en die heeft bij mij nog redelijk wat credit – heeft er in ieder geval bij mij blijk van gegeven ook normaal te kunnen communiceren, terwijl mijn behandelaar al minstens zes maanden alleen in “zeer directieve mededelingen” spreekt.
Op zich ben ik het er helemaal niet zo mee oneens. Ik bedoel, ik blijf erbij dat het op langere termijn niks oplost – het is immers een beheersmaatregel -, en ik weet niet of het echt zo gruwelijk noodzakelijk is om deze maatregel in te voeren. Maar voor nu is het best. Ik heb zondag bijna twee uur rond het ziekenhuis gezworven en heb buiten waarschijnlijk geschreeuwd of zoiets (kan het me niet goed herinneren). Men vindt het blijkbaar een ernstig incident wat zich niet mag herhalen, en het feit dat ik niet zo één-twee-drie wist hoe ik dat ging voorkomen, was volgens mijn behandelaar reden genoeg voor de “dikke deur”. Niet zo dramatisch als je het mij vraagt – ik heb gisteren eindelijk mijn halfjaar oude crisissignaleringsplan bijgewerkt en, als ik me eraan kan houden, hoef ik toch niet in de time-out, en zo niet, dan hoeven we in ieder geval niet te wachten tot een nieuw incident voor ik achter slot kan worden gezet. Niet dat ik persoonlijk denk dat de “dikke deur” voor dit specifieke gedrag een oplossing is, maar als mijn arts denkt van wel, dan zien we dat vanzelf. Dit was niet het probleem wat ik met mijn behandelaar had, en het is meestal trouwens niet het grootste probleem wat ik met haar heb, want als ik nadenk, zijn haar beslissingen vaak best redelijk. Maar c’est le ton qui fait la musique, en ik snap echt niet waar ze het idee vandaan heeft dat het altijd per se autoritair moet.
Ze heeft vorige maand, na één incident waarvan ze nog niet de helft heeft gezien, geconcludeerd dat je met “zeer directieve instructie” over mijn gedrag kunt bereiken dat ik ophoud met flippen. Schreeuwen dat ik niet moet schreeuwen dus. Letterlijk gezien heeft ze gelijk, maar ophouden betekent nog niet dat ik niet na twee minuten weer opnieuw begin. Bovendien gaat het erom een flipbui te stoppen. Autoritaire preken terwijl ik niet meer aan het flippen ben, hebben er alleen maar toe geleid dat mijn behandelaar steeds verder in mijn achting is gedaald. Zo vond ze het nodig, na het incident van vorige maand, om me, in het bijzijn van nog vier andere medewerkers, een voor haar doen langdurige, zeer dictatoriale preek te geven over alles wat ik nu onmiddellijk, stante pede moest doen om te voorkomen dat ik mijn behandeling “torpedeerde”. Toegegeven: ik had kort daarvoor tegen de maatschappelijk werker geschreeuwd, en dat ze eiste dat ik mijn excuses aanbood, was dus nogal wiedes, maar al de rest leek vooral bedoeld om maar eens even flink te laten zien wie hier de baas is. Achteraf bleek het te gaan om het invullen van een stom kutformuliertje wat nog lang niet hoeft te worden ingevuld. Hoop hijsa om niks dus, en voorkomen dat ik de volgende keer weer tegen de maatschappelijk werker zou schreeuwen, deed het overigens niet.
Maandag heeft ze bij mij weer eens behoorlijk het bloed onder de nagels vandaan gehaald. Om te beginnen was ik het helemaal niet met haar oneens dat wat zondag gebeurd was naar de regels van mijn afdeling een ernstig incident zou zijn (al betwijfel ik of de criteria voor “gevaar” uit de BOPZ daadwerkelijk zijn vervuld). Desondanks begon ze haar betoog al onmiddellijk: “Dit is een mededeling. Over wat er is gebeurd ga ik geen inhoudelijke discussie voeren.” Ik zou het eigenlijk best willen weten, maar niet om erover te discussiëren; mijn beoordelignsvermogen is in een dergelijke staat een stuk slechter dan de ogen en oren van andere mensen. Ze deed een poging me een ultimatum te stellen: ik moest goede afspraken maken om te voorkomen dat een dergelijk incident zich zou herhalen, anders was men genoodzaakt het time-outbeleid weer in te voeren. Ik heb op normale toon aangegeven dat ik best bereid was om afspraken te maken, maar op dit moment niet wist hoe ik een herhaling kon voorkomen. “Dan krijg je dus een time-outprogramma.” Best, voor zolang als het nodig is, maar krijg ik nog een kans om afspraken te maken als het me wel lukt? Ze smeet de (dikke) deur in mijn gezicht dicht door op alles wat ik zei te reageren met: “Ik heb besloten. Het is een mededeling. Geen discussie.”
Op zich kan ik het accepteren als hulpverleners soms flink therapeutisch uit hun slof schieten. Soms is dat gewoon nodig om mijn aandacht te krijgen. Zoals ik schreef: mijn behandelaar heeft gelijk als ze zegt dat je een flipbui tijdelijk kunt stoppen door flink boos te worden, en ik moet uitvinden of ik tijdens die “directieve minuut” in staat ben om afspraken te maken waar ik me vervolgens aan houd, zoals een halfuur op mijn kamer rust nemen (anders moet ik in de time-out). Maar als het langer dan een paar uur geleden is dat ik iets heb geflikt, heb ik dat meestal allang door – tenminste, op deze afdeling, want wat ooit een reden voor maatregelen was, zal dat nog wel zijn (niet dus, dan had ik het beleid veel eerder gehad) -, en is professioneel flippen vaak op zijn minst onnodig en op zijn meest ethisch onjuist (vrijwillige patiënten moeten akkoord gaan en zo) en ineffectief. Het komt wel voor dat ik me niet realiseer hoe schijnbaar gevaarlijk mijn gedrag is, maar dat wordt ook niet duidelijker als niemand het me uitlegt, en hoe voorkom ik dat gevaar dan als ik niet meer op deze afdeling zit? Maandag heb ik uiteindelijk mijn mond maar gehouden, maar dat zegt niet dat ik het ook begrijp.
Gevaren van fixatie
Vanavond ging Netwerk onder andere over de gevaren bij het gebruik van de Zweedse band. Twee patiënten zijn recent overleden doordat ze waren vastgebodnen op bed. Als de band namelijk te los of te strak zit, is dit zeer gevaarlijk. Helaas denken nog steeds veel verpleeghuisartsen dat er geen alternatief voor fixatie is. Als een patiënt bijvoorbeeld uit bed dreigt te vallen, bedenkt men niet dat je ook het bed lager kunt maken, een matras naast het bed kunt leggen of zachte vloerbedekking kunt gebruiken, zodat de patiënt zich niet bezeert. Bovendien blijkt dat in verpleeghuizen waar de Zweedse band niet meer wordt toegepast, niet meer ongelukken gebeuren dan in verpleeghuizen waar patiënten nog wel worden vastgebonden, en dat sommige patiënten zelfs door de fixatie juist onrustiger worden – en moet je ze daar weer kalmeringsmiddelen voor geven? Reden temeer om deze mensonterende maatregel te verbieden als je het mij vraagt.
Fixatie
Tot ik recentelijk meer ging lezen over middelen en maatregelen, dacht ik dat vastbinden van patiënten uit de tijd was. Nu blijkt dat het gewoon nog gebeurt. Alleen is er voor het gemak een politiek correcte term voor bedacht: fixatie.
Wat is fixatie?
Fixatie is het beperken van de lichamelijke bewegingsvrijheid om gevaar te voorkomen c.q. af te wenden. De patiënt wordt met onrustbanden (die om de buik bevestigd worden) en eventeel pols- en/of enkelbanden vastgebonden op een matras, bed of stoel. In de psychiatrie wordt fixatie in principe toegepast in combinatie met afzondering of separatie (het moet dan wel als een dubbele maatregel worden geregistreerd!). In het verpleeghuis wordt een patiënt vaker op zijn eigen bed gefixeerd, omdat hier het gevaar vaak bestaat uit valincidenten of dwalen. Fixatie kan ook worden uitgevoerd door een patiënt in een diepe stoel of kantelstoel te plaatsen, waar hij niet op eigen kracht uit kan opstaan.
Waarvoor dient fixatie?
Uiteraard is fixeren alleen toegestaan om gevaar voor de patiënt zelf of de omgeving te voorkomen danwel af te wenden. Het kan bijvoorbeeld gaan om ernstige psychomotore onrust, agressie naar anderen of een niet te bedwingen neiging tot automutileren. Het moet wel nagegaan worden of andere methoden beter kunnen worden gebruikt, zoals medicatie. Fixeren is een ingrijpende maatregel die mogelijk grote lichamelijke risico’s met zich meebrengt en de onaantastbaarheid van het lichaam schendt. Het is dus zaak de maatregel alleen toe te passen als dit echt noodzakelijk is. Uiteraard moet fixatie zo kort mogelijk worden toegepast. Bij een langer durende fixatie moet uitdrukkelijk worden overwogen of bijvoorbeeld medicatie een beter alternatief is.
Procedure
Een arts heeft eindverantwoordelijkheid voor het besluit tot fixatie. Als dit besluit in een noodsituatie door verpleegkundigen wordt genomen, moet uiteraard de arts zo snel mogelijk op de hoogte gebracht worden. Bij fixatie conform een behandelplan meldt de verpleging aan de arts dat er conform het beleid over is gegaan tot fixatie.
Wat betreft de procedure is het zaak dat er minimaal twee verpleegkundigen de patiënt fixeren. Bij een niet-coöperatieve patiënt kan eventueel meer assistentie worden ingeroepen. Het is ook belangrijk om zorgvuldig te controleren of het fixatiemateriaal goed is aangelegd. Het mag niet te strak zitten, maar ook niet te los (voor onrustbanden moet een platte hand tussen de band en de huid kunnen) en het mag nooit gedraaid zitten. Als de patiënt in een kantelstoel gezet wordt om hem te beletten op te staan, moet deze voor hem worden aangemeten door een ergotherapeut. Controleer tijdens de fixatie goed op eventuele lichamelijke complicaties. De ledenmaten moeten regelmatig bewogen worden.
Rechten van de patiënt
Net als elke patiënt heeft een gefixeerde patiënt recht op informatie over zijn behandeling. Vertel dus altijd wat je gaat doen en geef de reden aan. Een patiënt die gefixeerd is, mag ook altijd de PVP’er, advocaat, rechter, inspecteur of andere justitiële autoriteit ontvangen. Over ander bezoek, telefoneren en dergelijke moeten individuele afspraken worden gemaakt met de patiënt.