Vandaag is de ergotherapeut van blindeninstelling Sensis langs geweest. Ik fokte me er van tevoren enorm over op, omdat de verpleging enorm hooggespannen verwachtingen van haar leek te hebben. Hoewel ik gelukkig nu wel al wat therapieonderdelen heb, heb ik namelijk op de afdeling nog bar weinig te doen, en zei de verpleging iedere keer als ik iets nog niet kon: “Maar binnenkort komt die ergotherapeut van Sensis, en die gaat ons leren hoe we jou kunnen helpen deze vaardigheden te leren.” Nou, het eerste doel is anders gericht op oriëntatie en mobiliteit, niet op huishoudelijke vaardigheden, en ik kan trouwens je zelf ook wel vertellen dat koffie zetten best non-visueel kan. Alleen niet voor vijftien man, want onze koffiepot is veel te zwaar om te tillen zonder mijn coördinatie te verliezen bij het overschenken in de (toch al niet heel handige) thermoskannen.
Helaas gebeurde bijna het omgekeerde van wat ik had gevreesd: de ergotherapeut hield een enorm verhaal over alles wat zo logisch is als je het niet kan zien, en stelde aan mijn zorgcoördinator voor een keer een voorlichting, compleet met simulatiebrillen, te komen geven. Het team is helaas gruwelijk enthousiast. Ik niet: ik ben veel te bang dat de verpleegkundigen, die misschien eens in de tien jaar een blinde begeleiden, aan de officiële heilige huisjes van wat volgens zienden handig zou zijn voor blinden, te veel waarde hechten. Zo wil men ineens een cactus, die me überhaupt nog niet was opgevallen, verplaatsen van naast één van de buitendeuren, waar het ding niemand kwaad doet, naar God mag weten wat voor sta-in-de-wegplaats, omdat ik er anders wellicht tegenaan zou lopen. De andere grote kamerplant, die naast de boekenkast staat en waar ik iedere keer tegen aanloop, mag gewoon blijven staan. En ineens liep mijn zorgcoördinator vanavond mee met de dagelijkse avondwandeling, die ik met een paar andere patiënten maak. Ze leidde me af met onnodige opmerkingen over de omgeving en leverde steeds commentaar over hoe het het handigst zou zijn mij aanwijzingen te geven, terwijl mijn afdelingsgenoten en ik dat allang hadden uitgevonden. De reden was, bleek later, dat een andere verpleegkundige had gezegd dat het gisteren nogal chaotisch was gegaan. Dat kwam omdat ik gigantisch onrustig was. Pfff, werkelijk waar: ik heb de grootste moeite eenvoudige aanpassingen te krijgen voor problemen die anders echt onoverkomelijk voor me zijn, als die problemen niet (duidelijk) aan mijn blindheid liggen, maar de afdelingscactus moet wijken voor een hypothetische aanvaring met mij.