Archief voor Psychiatrische problematiek

Inperking vergoeding van benzodiazepines

De vergoeding van benzodiazepines wordt vanaf 1 januari beperkt tot verstrekking bij enkele indicaties. De hoop is dat door deze inperking van de vergoeding, zorgverzekeraars minder hoeven te betalen. Immers, temazepam en oxazepam zijn in Nederland de twee meest voorgeschreven geneesmiddelen.

Indicaties waarvoor benzodiazepines nog wel worden vergoed, zijn:


  • Onderhoudsbehandeling bij epilepsie of noodmedicatie bij een epileptische aanval
  • Angststoornissen, als behandeling met ten minste twee antidepressiva heeft gefaald
  • Meervoudige psychiatrische problematiek, die behandeling met hoge doses benzodiazepines noodzakelijk maakt
  • Palliatieve sedatie bij terminale patiënten

Ik vrees helaas dat in de psychiatrische ziekenhuizen Seresta nog steeds wel als snoep zal worden uitgedeeld. Het gaat hier immers om verstrekking via de apotheek. Bovendien kunnen psychiaters over opgenomen patiënten gemakkelijk volhouden dat ze deze medicatie wegens hun psychiatrische problematiek nodig hebben. Wat er vervolgens gebeurt als de patiënt met ontslag gaat, weet ik niet. Ikzelf gebruik nu misschien eens per maand oxazepam, en als ik dat nog nodig zou hebben, zou ik het dus net zo lief zelf betalen, maar de meeste patiënten gebruiken dagelijks benzodiazepines. Ik neem aan dat bij hen gewoon de indicatie van meervoudige psychiatrische problematiek zal worden aangevoerd, want men onderneemt weinig om ons van de benzo’s af te houde: wel één verpleegkundige heeft eens gevraagd of de benzo echt nodig was, met argumentatie dat deze vanaf 1 januari niet meer zou worden vergoed. Niet dat de gemiddelde patiënt daarnaar luistert als hij helemaal opgefokt is, maar oké.

Laat een reactie achter

“Ze zeggen dat ik psychotisch ben geweest.”

Gisteren kreeg ik een brief van een zorgaanbieder voor welke ik was aangemeld. Het betrof het verslag van het gesprek dat ik met de zorgbemiddelaar had gehad. Er stond onder andere in dat ik indertijd opgenomen was met een psychose. Voor wie het niet weet: ik ben opgenomen met suïcidale gedachten en nadat ik een aantal keer had gezworven en hierdoor met politie in aanraking gekomen was. Als het aan mij ligt, ga ik sowieso niet naar die zorginstelling, maar ik vond het toch nodig om die fout (en een paar andere fouten) uit het verslag te corrigeren. Ik ging dus naar de verpleging om te vragen wat ik ermee moest. Toen ik de situatie aan een invalkracht had uitgelegd, vond deze het nodig na te vragen aan een vaste medewerker of ik psychotisch was geweest. Niet dus, kreeg hij bevestigd, en de opmerking dat “flippen” misschien zo geïnterpreteerd wordt. Tja, ik heb hiervoor ooit zelfs antipsychotica geslikt (indicatie “onrust” bij mensen met autisme), maar het is niet hetzelfde.

Het doet me eraan denken hoe je op mensen reageert als je hoort dat ze een bepaalde psychiatrische ziekte hebben (gehad). Op zich kan een persoon natuurlijk gelijk hebben, maar iemand die glashard staat te ontkennen dat hij ooit psychotisch is geweest, kan ook gewoon “gebrek aan ziekte-inzicht” hebben. Dit is over mij zelfs ook ooit gezegd, toen ik eind 2006 hulp zocht maar niet kon uitleggen waarvoor. Het is een zelfverwijzende situatie: natuurlijk geloof jij niet dat je psychotisch bent, daar ben je veel te verward voor. Of waar ik zelf altijd bang voor ben geweest: natuurlijk ben jij het niet eens met een diagnose van gedragsstoornis (die ik overigens niet heb), het tegenspreken van autoriteitsfiguren en de schuld afschuiven voor je wangedrag zijn hier immers kenmerken van. Het kan waar zijn, maar degene die het gerucht over de ziekte heeft gecreëerd (de arts die de diagnose heeft gesteld of iemand anders dus), kan er ook naast zitten, zoals in het geval van het verslag. Toch zullen mensen – ikzelf incluis, heb ik helaas gemerkt – soms eerder geneigd zijn te geloven wat “de professional” zegt dan wat de patiënt zelf beweert.

Laat een reactie achter

Woonvorm voor Marokkanen met schizofrenie

Een paar dagen geleden was op het journaal een reportage over een woonvorm voor Marokkaanse Nederlanders met schizofrenie. In de Marokkaanse cultuur is nog minder begrip voor deze ziekte dan in de Nederlandse, maar psychoses komen bij Marokkanen wel vaker voor dan bij autochtone Nederlanders. Natuurlijk is het goed dat er nu een woonvorm is voor deze doelgroep, maar het is wel raar dat bij de RIBW’s in de grote steden allochtonen ondervertegenwoordigd zijn. Eén woonproject is een begin, maar het is nog lang niet het einde van de interculturalisatie binnen de geestelijke gezondheidszorg.

Laat een reactie achter

Is men te terughoudend met gedwongen opname?

Wordt er te moeilijk gedaan over het aanvragen van een IBS of RM? Als ik Schaepmans boek mag geloven, vindt de politie van wel. Als iemand voor de zoveelste keer door de politie van straat wordt geplukt omdat hij in verwarde toestand over straat zwerft en mensen lastigvalt, de hele buurt bij elkaar gilt of zijn hele inboedel vernielt, verwacht men dat er nu eindelijk eens iets gebeurt. De crisisdienst kan dan echter lang niet altijd iemand gedwongen laten opnemen. Immers, alleen schreeuwen of zwerven is niet gevaarlijk – dat wil zeggen, niet zo gevaarlijk dat je er een IBS voor krijgt -, en zolang hij alleen zijn eigen spullen vernielt, kan men niets doen.

Er zijn nog schrijnender gevallen. Schaepman noemt in zijn boek het voorbeeld van een dementerende man die al dagen in zijn eigen urine en ontlastig lag te vervuilen en niet naar een verzorgingshuis wou. Verschillende artsen beweerden dat ze niets konden doen. Ik weet niet hoe het in 1994 met het gevaarscriterium in de wet BOPZ stond – die wet was toen net in werking gegaan -, maar mij lijkt dit een overduidelijk geval van gevaar dat betrokkene zichzelf in ernstige mate verwaarloost.

Natuurlijk is de wet BOPZ er niet voor niets. Primair is de nieuwe wet bedoeld om patiëntenrechten te beschermen. Vroeger zou een psychiater een demente persoon die weigerde mee te gaan, gewoon met een smoesje hebben weggelokt en ervanuit gegaan zijn dat de patiënt het toch na tien minuten al vergeten was. Nu mag dat niet meer: er moet eerst een IBS of RM aangevraagd worden en dat kan, in het geval van een RM, weken duren. Uiteraard ben ik het niet eens met één van de door Schaepman geciteerde psychiaters, die beweert dat er toch in de praktijk niets is veranderd behalve dat het langer duurt om mensen opgenomen te krijgen. Je kunt niet zomaar alle psychiatrische patiënten over één kam scheren en besluiten dat ze min of meer wilsonbekwaam zijn en je ze dus gerust met een smoesje de inrichting in mag lokken. Wilsonbekwaamheid is iets heel anders dan gavaar zoals bedoeld in de wet BOPZ.

Ik ben zelf geneigd om het niet eens te zijn met het idee dat er te lang gewacht wordt met het afgeven van een IBS of RM. Ik zie de mensen die binnenkomen met een gerechterlijke maatregel. Ik ken natuurlijk hun achtergronden niet, of alleen dat wat ze mij verteld hebben, en dat kan natuurlijk heel goed vertekend zijn. Mijn indruk is dat sosm wel erg gemakkelijk een IBS wordt afgegeven, zeker bij patiënten die al vrijwillig opgenomen zitten maar graag willen vertrekken. In mijn eigen geval is ermee gedreigd toen ik voor de eerste keer aan het time-outbeleid moest, maar ik heb het niet zo ver laten komen. Ik weet het niet. Misschien is het ook gemakkelijker machtigingen aanvragen als de patiënt al in het ziekenhuis is, omdat de arts dan zelf kan zien welk gevaar veroorzaakt wordt.

Laat een reactie achter

Thuislozen met psychiatrische problemen: tussen wal en schip in de zorg

Ik heb net het boek Een gek in de Vrolijkstraat van Kees Schaepman gelezen. Het boek is gedateerd (1994), maar het laat zich niet blijken dat het probleem dat Schaepman constateert, in de afgelopen veertien jaar kleiner is geworden. Het boek beschrijft, van buitenaf weliswaar, de wereld van de “onaanraakbaren” van Nederland: de mensen die door psychiatrische ziekenhuizen zelfs nog geweigerd worden omdat ze te lastig en/of verslaafd zijn, of omdat ze net niet gevaarlijk genoeg zijn voor een gedwongen opname. De verslavingszorg wil ze niet hebben als ze psychiatrische problemen hebben, de beschermde woonvormen wijzen ze af omdat ze te hulpbehoevend zijn en/of überhaupt geen hulp willen, en zelfs de slaaphuizen hebben geen trek in mensen die overlast veroorzaken. Ik ken medepatiënten van wie ik weet dat ze (bijna) in een dergelijke situatie gezeten hebben. Een deel weigert hulp of is te ziek om hulp te kunnen accepteren, maar ik ken mensen en heb van mensen gehoord die wanhopig de hulpverlening bellen omdat ze zichzelf niet meer in de hand kunnen houden, en dan nog worden weggewuifd totdat ze daadwerkelijk een misdrijf begaan. Rijp voor de FOBA (Forensische Observatie- en Begeleidignsafdeling, de psychiatrische toren van de Bijlmerbajes) dus, als ze geluk hebben.

Aan de ene kant zou je zeggen: stop mensen die anderen mishandelen, in de gevangenis, waar criminelen horen – en het simpele feit dat iemand zo psychotisch als een deur is, zorgt er niet voor dat het delict niet gepleegd is. Aan de andere kant kan een gewone gevangenis niets met psychiatrische patiënten en zijn de wachtlijsten voor TBS-klinieken eindeloos.

En tja, wat moet er gebeuren met de mensen die wel lastig, of zelfs potentieel gevaarlijk, maar niet crimineel zijn? Sommigen belanden in de psychiatrie. Maar lastige gevallen en draaideurpatiënten worden gemakkelijk door psychiatrische ziekenhuizen afgedaan als “persoonlijkheidsgestoord”, wat erop neerkomt dat het niet de taak van de psychiater is deze patiënt te helpen – omdat de psychiater er geen pillen in kan stoppen (want vroeger waren persoonlijkheidsstoornissen juist wel het terrein van de psychiatrie)? Het komt volgens Schaepman voor dat psychisch gestoorde mensen voor een half verzonnen misdaad worden opgepakt, zodat de samenleving in ieder geval even van ze af is. Als politie kun je niets meer als je al voor de zoveelste keer de crisisdienst belt en die blijft zeggen dat de patiënt niet ernstig genoeg is voor een (gedwongen) opname of niet aan een psychiatrische ziekte lijdt. Niet dat het huis van bewaring wel iets kan doen, maar dat zal de buurtbewoners een zorg zijn.

Laat een reactie achter

Bezuinigingen op de AWBZ-zorg voor mensen met autisme en ADHD

Ik maakte me tot voor kort geen zorgen over het uitkleden van de AWBZ. Ik ben wel solidair met anderen, maar voor mij zou het allemaal wel meevallen. Vorige maand kopte het nieuws nog dat Jet Bussemaker, de staatssecretaris voor VWS, wil snijden in de AWBZ-zorg voor jongeren met autisme en ADHD, omdat deze zorg eigenlijk thuishoort bij de school of de jeugdzorg. Dat is wel begrijpelijk: waarom de AWBZ aanspreken als we de jeugdzorg en de scholen hebben? Maar hier gaat het niet om.

De ondersteunende en activerende begeleiding gaat waarschijnlijk binnenkort over van de AWBZ naar de Wmo. Dit betekent dat gemeenten de verantwoordelijkheid van het rijk overnemen, wat in de praktijk neerkomt op forse bezuinigingen, nog meer rompslomp en mogelijk zelfs willekeur. Twee CIZ-kantoren maakten bij mijn verhuizing van Apeldoorn naar Nijmegen al ruzie over mijn indicatie, maar dat zou dan nog lastiger worden. Gewoon wonen in de gemeente met de meest lucratieve Wmo (niet per definitie die met het meest linkse college trouwens, want hie rin Nijmegen he bik meer moeite om voorzieningen te krijgen dan ik in Apeldoorn had), maar zo werkt dat natuurlijk niet. Daarnaast zou de aanbesteding leiden tot minder kwaliteit van zorg, omdat dan alleen de goedkoopste aanbieders via zorg in natura kunnen worden bekostigd. Jammer voor mensen met specifieke hulpvragen, zoals dit bij ondersteunende en activerende begeleiding nog veel meer geldt dan bij huishoudelijke zorg. Het gaat in veel gevallen, zeker waar er sprake is van psychiatrische problematiek, verder dan het doen van de administratie.

Daarnaast speelt er nog een veel groter probleem: Bussemaker realiseert zich kennlijk niet wat haar zogenaamde “gedragsstoornissen” in de praktijk betekenen in onze maatschappij. Het is namelijk niet zo dat de jeugdzorg en de scholen toch al gefinancierd worden om de hulp te bieden die autisten en ADHD’ers nodig hebben, maar dat Bussemaker veronderstelt dat deze jongeren het met wat goede wil prima zonde rAWBZ-hulp redden. Mijn idee hoor, maar dan mag ze eerst met haar collega van onderwijs om de tafel om het competentiegericht leren weer af te schaffen, want dit is een buitengewoon auti-onvriendelijke onderwijsmethode. En de mythe dat autisten en ADHD’ers zonder verstandelijke handicap – want “ernstig verstandelijk gehandicapten” is uiteraard de belangrijkste categorie zogenaamde “zware gevallen” – geen ernstige problemen kunnen hebben, mag ze bij mij op de gesloten afdeling komen checken.

Met de oplossing die Bussemaker aandraagt, ben ik het volkomen eens. Helaas ligt die buiten haar politieke macht: ze bepleit een maatschappelijke verandering. Afwijkend gedrag zou volgens haar weer geaccepteerd moeten worden. Ik ben hier uiteraard fervent voorstander van. Ik ben nog net van de generatie dat niet iedereen die geïnteresseerd was in dinosaurussen in plaats van Idols, de diagnose syndroom van Asperger kreeg en in de sociale vaardigheidstraining werd gestopt, maar het afschaffen van AWBZ-hulp voor deze groep gaat er echt niet voor zorgen dat deze kinderen niet meer gepest worden. Bovendien heeft het categorisch uitsluiten van bepaalde groepen mensen van hulp, tot gevolg dat ook die mensen die niet kunnen worden geholpen met een pestprotocol op school, zonder zorg komen te zitten. Het gaat er niet om welk etiket een persoon heeft en of dit etiket hem naar de mening van de staatssecretaris tot een “zwaar geval” maakt danwel tot een onfortuinlijk slachtoffer van de huidige maatschappij, maar op welke gebieden de persoon problemen ervaart en of het oplossen hiervan of helpen omgaan hiermee de taak van de AWBZ-gefinancierde hulp is. Echte solidariteit, die ik van een PvdA-bewindspersoon verwacht, biedt alle personen gelijke kansen om in de maatschappij tot hun recht te komen, en zegt dus niet tegen een persoon: “Jouw probleem wordt veroorzaakt doordat de samenleving je niet accepteert, dus jij krijgt geen hulp.” Ik ontvang echter graag een E-mail van Bussemaker als de door haar en mij zo vurig gewenste maatschappelijke verandering heeft plaatsgevonden en ik zonder AWBZ-gefinancierde hulp geaccepteerd word in de gemeenschap.

Laat een reactie achter

Psychofarmaca en suïcidaliteit

Steeds vaker verschijnen in de media alarmerende berichten over de ernstige gevolgen van het gebruik van psychofarmaca. De ernstigste is de conclusie dat mensen die psychofarmaca gebruiken – specifiek antidepressiva zoals Prozac en middelen tegen ADHD zoals Ritalin -, een risico lopen op suïcidaliteit. Men springt dan al gauw naar de conclusie dat deze middelen de patiënten suïcidaal maken. Toch wat ironisch voor antidepressiva, hè? Het werkt dan ook niet zo. Wat de gealarmeerde media over het hoofd zien, is dat psychiatrische ziektes geen simpele verzamelingen van symptomen, die door medicatie onderdrukt kunnen worden, zijn.

Of er daadwerkelijk wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan, weet ik niet, maar de meest logisce verklaring voor een verhoogde suïcidaliteit onder de gebruikers van SSRI antidepressiva, is dat deze middelen niet tegelijkertijd alle symptomen van depressie bestrijden. Zo wordt depressie gekenmerkt door een sombere stemming, maar ook door een beduidend gebrek aan energie. Als het antidepressivum nu zo werkt dat de patiënt er eerst energieker van wordt, voordat zijn sombere stemming verbetert, kun je wel beredeneren waar dit op uitdraait: het leven zuigt nog steeds, maar nu kan de depressieve patiënt zijn bed uit komen om er een eind aan te maken. Als je dit weet, weet je dat je een patiënt juist extra goed in de gaten moet houden als hij een antidepressivum krijgt. Niet omdat die middelen zo gevaarlijk zijn, maar omdat je nooit weet welk effect bij deze patiënt als eerste zal optreden – zo’n pil kan heus niet nadenken welke effecten therapeutisch zijn en welke wij bijwerkingen zouden noemen.

Met Ritalin en andere middelen tegen hyperactiviteit, ligt het nog gecompliceerder. Hier was gisteren een item over in het nieuws: kinderen worden veel te snel aan de Ritalin of Concerta gezet, zonder dat wordt nagegaan waar het drukke gedrag vandaan komt. De arts ziet het symptoom van de hyperactiviteit en weet dat Ritalin of Concerta dit vermindert. Ja, dat zal wel, maar de psychiatrische toestand van het kind is misschien wel helemaal niet samen te vatten in de simpele term “hyperactief”. Iedere kinder- en jeugdpsychiater zou moeten weten dat depressies zich bij kinderen soms manifesteren als hyperactiviteit. En daar doet Ritalin echt niks tegen.

Ik heb niet genoeg kennis van psychofarmacologie om te weten of er evidentie is dat psychofarmaca direct bijdragen tot suïcidaliteit bij patiënten. Dit zou immers heel goed kunnen door de biochemische werking van bepaalde middelen. Ik wil hiermee dus niet zeggen dat de pillen zeker veilig zijn, maar dat ze vermoedelijk een stuk veiliger gebruikt kunnen worden als psychiaters eens de moeite nemen hun patiënten echt serieus te onderzoeken voor ze met pillen aan komen zetten. Bij geen patiënt die Prozac voorgeschreven krijgt, is het onomstotelijk duidelijk dat hij te weinig serotonine in zijn hersenen heeft – dit wordt met de huidige diagnostische technieken nog niet vastgesteld -, en van Ritalin is de werking nog niet eens vastgesteld, maar dan mag je wel verwachten dat de medisch-psychiatrische diagnose die ten grondlsag ligt aan de behandeling, zorgvuldig is uitgevoerd en dat de patiënt nauwkeurig wordt gevolgd. Als de huisarts iemand met hartkloppingen kalmeringsmiddelen voorschrijft zonder dat eerst een ECG is gemaakt, en die persoon sterft vervolgens aan een hartkwaal, dan schrijft men toch ook niet in de krant dat het betreffende kalmeringsmiddel hartproblemen veroorzaakt? Zo eenvoudig werkt de farmacologie immers niet, en waarom zou dit bij de psychofarmacologie anders zijn? Het probleem is dat de psychiatrische diagnostiek nog lang niet zo geavanceerd is als de somatische, maar wat die diagnostiek al wel kan, moet ze dan ook doen.

Laat een reactie achter

Assertive Community Treatment (ACT)

Het Assertive Community Treatment (ACT) model is ontstaan in de jaren zeventig in de Verenigde Staten. Het is een effectieve behandelmethodiek voor mensen met langdurige, ernstige psychiatrische problemen, eventueel in combinatie met verslavingsproblematiek. In de praktijk zijn veel ACT-teams in Nederland specifiek gericht op cliënten met een (eerste) psychose, maar de doelgroep is hier niet per se toe beperkt.

Uitgangspunten

Uit onderzoek blijken een aantal punten essentieel te zijn voor succes met de ACT-benadering.


  • Community locus: de zorg wordt geboden in de eigen woon- of verblijfsomgeving van de cliënt, binnen de samenleving (community). De hulp sluit aan bij de dagelijkse levenssfeer van de cliënt, en vaardigheden die hij hiervoor moet aanleren, worden ook in de eigen omgeving aangeleerd.
  • Assertive engagement: de hulpverleners hanteren een outreachenede benadering naar de cliënten toe (“bemoeizorg”).
  • Hoge intensiteit: de hulp wordt zo vaak als nodig is geboden, desnoods elke dag.
  • Kleine caseload: het hulpverlener/cliënt ratio is laag, ongeveer één op tien. Hierdoor is het makkelijker om de intensieve zorg te kunnen bieden.
  • Het ACT-team blijft continu betrokken bij de zorg voor cliënten, ook bij crisissituaties of opname in een klinische setting.
  • Het is gewenst dat er een zekere mate van continuïteit binnen het team is. Te veel wisselingen van teamleden is niet bevorderlijk voor de verhouding met de cliënten.
  • Teambenadering: binnen een ACT-team werken verschillende hulpverleners samen in teamverband. Alle teamleden kennen de cliënten.
  • Multidisciplinaire teams: een ACT-team bestaat uit medewerkers uit verschillende disciplines, zoals een psychiater, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen en een maatschappelijk werker.
  • Nauwe samenwerking met het steunsysteem van de cliënt: het ACT-team betrekt de familie of vrienden van de cliënten actief bij de zorgverlening.

Daarnaast moet erbij gezegd worden dat de hulpverlening van ACT-teams meestal langdurend is en relatief onvoorwaardelijk – men ontslaat cliënten niet omdat ze “te weinig vooruitgang boeken”.

Laat een reactie achter

Metahypochonder

Ooit heb ik erover gedacht een online zelfhulpgroep op te richten voor mensen die bang zijn dat ze misschien hypochonders zijn – metahypochonders? Ik ben op zich iemand die zich snel zorgen maakt, in het algemeen, en enige ziekteangst hoort daarbij. Bij mij heeft de ziekteangst een zelfde karakter als andere zorgen, bijvoorbeeld de angst dat er ingebroken zou worden op mijn hok als ik vergat de deur op het nachtslot te draaien – waardoor ikdit iedere avond minstens tien keer controleerde. Ik controleerde standaard ook iedere avond heel vaak of de lampen uit waren en mijn stekkerdozen uit – want ik was bang een torenhoge energierekening te krijgen -, of mijn wekker aanstond – want anders zou ik me misschien verslapen – en of mijn verwarming uit en raam open waren – want anders kreeg ik misschien koolmonoxidevergifitiging. Toen ik klein was, was ik bang voor alle dingen die ik in het nieuws hoorde, op eenzelfde manier waarop andere kinderen bang zijn voor monsters onder hun bed. Ik was bang voor landmijnen en dacht dat iemand er één in de tuin had verstopt. Ik was bang voor giftige slangen (niet voor wurgslangen overigens, want ik ging ervanuit dat ik die wel aankon), en toen we naar Apeldoorn verhuisden, was ik bang daar midden op straat een adder tegen te komen, want ik had gehoord dat die beesten op de Veluwe voorkwamen. En ik was dus bang voor ziektes: in die tijd was de Leprastichting goede doel van de eeuw of zoiets, want het kwam heel vaak in het nieuws. Omdat ik gehoord had dat je tenen eraf vielen als je lepra had, telde ik ze iedere avond minstens vijf keer – alsof die ziekte in één dag toeslaat, maargoed.

Ik was in ieder geval tot vorig jaar niet iemand die de spreekkamer van de huisarts platliep met wissewasjes. Als ik naar de huisarts ging, was het meestal wel “niks”, maar ik ging gemiddeld één keer per jaar met een klacht waarvan een ander ook vond dat ik ermee naar de huisarts moest gaan. Toen ik nog op mijn hok zat, liep ik wel redelijk de spreekkamer van de huisarts plat met kleine dingetjes, maar ik wilde graag geloven dat ze aan stress of een recente verkoudheid lagen of dat het logisch was dat een klacht lang duurde (ik had al eerder de regel ingevoerd dat ik met elke klacht minimaal twee maanden moest rondlopen, en mag hopen dat ik die niet letterlijk neem als ik ooit een hartaanval krijg), en kwam daarna niet meer met dezelfde klacht terug (ik heb nog steeds een klacht die afgelopen september in de categorie wissewasjes belandde, maar laat maar hangen).

Nu zeur ik al maanden over darmklachten, waarvan de kans steeds groter is dat ze in de categorie wissewasjes gaan belanden. Het bloedonderzoek was normaal en toen ik gevraagd werd een verpleegkundige te vragen mijn ontlasting te beoordelen, vonden twee van de drie verpleegkundigen die dit gedaan hebben, het normaal. Voor mij is het alles behalve normaal, maar ik schreef ook al dat ik moeite heb de signalen van mijn lichaam juist te interpreteren.

Ik heb me voorgenomen volgende week aan de verpleging te vragen het predikaat “niks” maar vast aan de huisarts voor te stellen, voordat die het zelf doet. Ik kan toch niet meer beoordelen of mijn klachten op een bepaald moment overeenkomen met de beoordeling van één van de twee verpleegkundigen die het niet significant vonden, of met die op het moment dat de verpleegkundige er wel enige afwijking in zag (niet dramatisch overigens). Ik heb geen zin om weer een klacht, nu na maanden, voor niet-significant te hebben worden uitgemaakt. Dan weet je ook dat je niet langer serieus genomen wordt, ook al doe je je best om niet te snel te concluderen dat je een medisch probleem hebt, door hiervoor allerlei regels in te voeren, zoals de twee-maandenregel (die trouwens strenger is als een klacht binnen het officiële normale bereik valt, bijvoorbeeld doordat de “diarree” nooit langer duurde dan vijf dagen achtereen). Ik wil niet overkomen als iemand die de dokter zijn tijd verspilt met onzinklachten, en het is voor mij al moeilijk om uit te maken of dit op een bepaald moment komt door overdreven zorgen of door een verkeerde interpretatie van lichamelijke signalen of door alletwee, en laat staan dat een dokter – die in het algemeen niet eens snapt dat er mensen zijn die hun eigen lichaamssignalen niet kunnen interpreteren – deze beoordelign juist maakt.

Op zich is mijn “metahypochondrie” – mijn angst om voor hypochonder versleten te worden -, deels te verklaren door het feit dat je als hypochonder in het algemeen niet serieus genomen wordt door artsen. “Just because you’re paranoid doesn’t mean they aren’t out to get you,” en zo geldt dat voor hyochondrie ook: hypochonders hebben net zo’n hoog of laag risico op het krijgen van de ernstige ziektes waar ze voor vrezen, als hun psychisch normale medemensen. Maar een andere reden is het feit dat ziekteangst vaak gezien wordt als een vorm van aanstelleritis, terwijl het net zo’n serieus te nemen angst is als elke andere angst. Toen ik bang was longkanker te krijgen omdat ik jarenlang een steen die schijnbaar een soort asbest was (volgens iemand met verstand van mineralen ongevaarlijk), in mijn bezit heb gehad of dacht dat ik Alzheimer zou krijgen omdat ik mobiel belde (weer zo’n it’s-been-in-the-news angst: mobiele bellers hebben meer alfagolven in de hersenen), waren dit net zulke hinderlijke zorgen als de angst dat ik toch uit elke woonplek zou worden weggeschopt vanwege mijn gedrag of de angst voor inbraak als ik de deur niet op het nachtslot had, alleen minder logisch. Daarom nog niet niet-bestaand. Niet “niks” dus! Overigens: geen gezondheidswerker heeft mij tot nu toe ooit voor hypochonder uitgemaakt. De reden dat ik mijn “metahypochodnrie” ontwikkelde, is dat ik in 2005 door mijn ouders hier regelmatig voor werd uitgemaakt, plus het feit dat ik altijd vast anticipeer (mogelijk onterecht) op wat een hulpverlener van me kan vinden.

Laat een reactie achter

Wat is een gedragsstoornis echt?

In veel situaties wordt de term “gedragsgestoord” veel ruimer gebruikt dan hoe het begrip feitelijk is bedoeld. Ik ben af en toe acitef op een forum, ConductDisorders.com, maar zou er nooit zijn gekomen als er alleen ouders van kinderen met deze zeer ernstige gedragsstoornis kwamen. ADHD, bipolaire stoornissen beginnend in de kinderleeftijd, Asperger… niet echt Conduct Disorders of zo. Maar het wordt wel zo genoemd. Helaas niet alleen op internet: toen ik nog geen diagnose van mijn Asperger had (die was verloren gegaan toen ik naar Nijmegen verhuisde en moest opnieuw gedaan worden) en al wel opgenomen zat, en zelfs toen ik de herdiagnose al had, kreeg ik nog van veel verpleegkundigen opmerkingen in de trant van: “Jij hebt geen psychiatrische ziekte, jouw probleem is meer gedragsmatig.” En als ik dan zei dat ik niet simpelweg gedragsgestoord was, kreeg ik het weerwoord dat ook niemand had gezegd dat het simpel was. Wat is een gedragsstoornis echt?

In de DSM-IV staan gedragsstoornissen samen met ADHD in de categore aandachttekort- en gedragsstoornissen. Er zijn twee specifieke stoornissen, plus de “niet anderszins omschreven”(NAO) categorie. De specifieke stoornissen zijn:


  • Oppositional Defiant Disorder (ODD, oftewel oppositioneel-opstandige gedragsstoornis), waarbij sprake is van vijandig, negativistisch en openlijk ongehoorzaam gedrag, maar waarbij geen geweld voorkomt. Kenmerken zijn bijvoorbeeld het met opzet ergeren van anderen, anderen de schuld geven van eigen fouten of wangedrag, weigeren zich aan regels van ouders/volwassenen te houden, en vaak boos of prikkelbaar zijn. Deze kenmerken moeten regelmatig voorkomen over een periode van tenminste zes maanden, en buitenproportioneel zijn voor de leeftijd of het ontwikkelignsniveau van het kind. De symptomen mogen niet uitsluitend voorkomen vanuit het beloop van een psychotische of stemmingsstoornis – hoewel stemmingsstoornissen wel vaak voorkomen bij kinderen met ODD.
  • Conduct Disorder (CD, oftewel antisociale gedragsstoornis), waarbij sprake is van het geregeld schenden van de grondrechten van andere mensen of van belangrijke sociale regels. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om agressie tegenover mensen en dieren, wapengebruik, regelmatig vechten, liegen, stelen, spijbelen, van huis weglopen, brandstichting of vernieling. Tenminste drie kenmerken moeten in de afgelopen twaalf maanden aanwezig zijn geweest, in een zodanige mate dat dit nie tpast bij het ontwikkelingsniveau of de leeftijd van het kind. Deze stoornis komt zowel bij individuele kinderen voor als in groepsverband (dit laatste is minder ernstig). Als een persoon ouder is dan achttien, moet worden nagegaan of hij niet voldoet aan de criteria voor een antisociale persoonlijkheidsstoornis.

Mijn standaard verpleegkudnig etiket was lange tijd “boos en ontevreden” – van die kortzichtigheid werd ik boos en ontevreden, maarja. Een aantal kenmerken van de opstandige gedragsstoornis valt binnen deze categorie – gelukkig zijn het er precies drie – en he tis moeilijk weerlegbaar dat mijn gedrag aan deze kenmerken voldoet. Maar is het daarmee een gedragsstoornis? Niet letterlijk natuurlijk – je moet voor een etiket aan vier kenmerken voldoen -, maar figuurlijk? Zoals: ze zouden me wellicht het etiket disruptieve gedragsstoornis NAO kunnen opplakken. Terecht? I don’t think so.

De meeste stoornissen in de DSM-IV worden op basis van gedragskenmerken gedefinieerd. Asperger ook. Dit is precies de bedoeling van de DSM-IV: objectief meetbare definities van stoornissen geven. Maar zijn alle stoornissen daarmee gedragsstoornissen? In wezen wel, maar ze worden in de huidige psychiatrie en psychologie – die gelukkig van het puur behavioristische denkkader is afgestapt en overgegaan nar een gedeeltelijk cognitief en biologisch denkkader -, niet allemaal zo benoemd en behandeld. Een zelfs bij de gedragsstoornissen is in de bheandeling plaats voor een cognitieve aanpak, waarbij kinderen niet alleen gestraft of beloond worden, maar hen ook geleerd wordt over de gevolgen van hun gedrag en de gevoelens van anderen na te denken. Het blijkt immers dat veel kinderen met gedragsstoornissen moeite hebben met inlevingsvermogen (dit is geen gedragskenmerk maar eenc ognitief-sociale vaardigheid), en gedragsmodoficatie zal ze dit niet aanleren.

Als zelfs de officieel zo genoemde gedragsstoornissen niet puur met gedragsmodificatie te behandelen zijn, hoe moet je dan stellen dat een zeer complexe ontwikkelignsstoornis als Asperger of een ernstige stemmingsstoornis zoals een bipolaire stoornis, een gedragsstoornis is? Wellicht vertonen mensen met deze stoornissen problematisch gedrag – ik in ieder geval wel -, maar dat is niet hetzelfde. Soms wordt over kindern met ODD en CD gesuggereerd dat ze zich “zomaar” misdragen, en misschien is dat ook zo (ik twijfel eraan, maar ken geen mensen met deze stoornissen), maar het is meer dan een beetje kortzichtig om een dergelijke achtergrond te veronderstellen bij iemand met een complexere stoornis, overigens zelfs ls deze persoon daarnaast ook de diagnose van een gedragsstoornis heeft (wat regelmatig voorkomt, gedragsstoornissen komen zelden in hun eentje voor). Gedragsstoornissen zijn al niet simpel, maar iemand met probleemgedrag, is niet per definitie gedragsgestoord.

Laat een reactie achter

Oudere Berichten »