Het Assertive Community Treatment (ACT) model is ontstaan in de jaren zeventig in de Verenigde Staten. Het is een effectieve behandelmethodiek voor mensen met langdurige, ernstige psychiatrische problemen, eventueel in combinatie met verslavingsproblematiek. In de praktijk zijn veel ACT-teams in Nederland specifiek gericht op cliënten met een (eerste) psychose, maar de doelgroep is hier niet per se toe beperkt.
Uitgangspunten
Uit onderzoek blijken een aantal punten essentieel te zijn voor succes met de ACT-benadering.
- Community locus: de zorg wordt geboden in de eigen woon- of verblijfsomgeving van de cliënt, binnen de samenleving (community). De hulp sluit aan bij de dagelijkse levenssfeer van de cliënt, en vaardigheden die hij hiervoor moet aanleren, worden ook in de eigen omgeving aangeleerd.
- Assertive engagement: de hulpverleners hanteren een outreachenede benadering naar de cliënten toe (“bemoeizorg”).
- Hoge intensiteit: de hulp wordt zo vaak als nodig is geboden, desnoods elke dag.
- Kleine caseload: het hulpverlener/cliënt ratio is laag, ongeveer één op tien. Hierdoor is het makkelijker om de intensieve zorg te kunnen bieden.
- Het ACT-team blijft continu betrokken bij de zorg voor cliënten, ook bij crisissituaties of opname in een klinische setting.
- Het is gewenst dat er een zekere mate van continuïteit binnen het team is. Te veel wisselingen van teamleden is niet bevorderlijk voor de verhouding met de cliënten.
- Teambenadering: binnen een ACT-team werken verschillende hulpverleners samen in teamverband. Alle teamleden kennen de cliënten.
- Multidisciplinaire teams: een ACT-team bestaat uit medewerkers uit verschillende disciplines, zoals een psychiater, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen en een maatschappelijk werker.
- Nauwe samenwerking met het steunsysteem van de cliënt: het ACT-team betrekt de familie of vrienden van de cliënten actief bij de zorgverlening.
Daarnaast moet erbij gezegd worden dat de hulpverlening van ACT-teams meestal langdurend is en relatief onvoorwaardelijk – men ontslaat cliënten niet omdat ze “te weinig vooruitgang boeken”.