Archief voor Medische fouten

Schadevergoedingen en medische fouten: Nederland vs. Amerika

Op het moment lees ik het boek De slapende moordenaar van Harold Klawans. Dr. Klawans is neuroloog in de Verenigde Staten en zijn boek gaat over zaken waarbij hij als getuige-deskundige in de rechtszaal heeft opgetreden. Meestal gaat het om schadezaken wegens medisch fout handelen. Tuchtrecht zoals hier lijken ze daar nauwelijks te kennen – in één geval werd de bevoegdheid van een neurochirurg door de staat ingetrokken nadat hij al bij te veel ziekenhuizen een proces aan zijn broek had en steeds ontslagen was. De zaak waarin Dr. Klawans getuigde, was ook wel heel belachelijk: de arts had een middel wat alleen oraal of intraveneus mag worden toegediend, in het ruggemerg van de patiënt ingespoten. Dit geneesmiddel had haar hele hersenen en ruggemerg vernietigd en ze was overleden. Maargoed, verder kunnen alle artsen, nadat hun verzekeringsmaatschappij de dikke schadevergoeding heeft betaald, gewoon doorgaan met werken, totdat er geen maatschappij meer is die ze wil verzekeren.

In het algemeen vallen me twee zaken op als ik Klawans’ boek lees: de soms twijfelachtige redenen waarvoor artsen voor het gerecht worden gedaagd en de hoge schadevergoedingen. Over het eerste is in Nederland een behoorlijke discussie: wanneer is iets een complicatie en wanneer is het een fout? Een voorbeeld uit het boek is een vrouw die een vernauwing in de halsslagaders had, wat een verhoogd risico op een beroerte is. Ze moest volgens de vaatchirurg worden geopereerd, en er was geen andere oplossing. De operatie zorgde er echter juist voor dat ze een beroerte kreeg. Dat is een bekende complicatie. Waar de chirurg voor verantwoordelijk werd gehouden, waren de stelligheid waarmee hij had beweerd dat er absoluut geen andere oplossing was en de vrouw zonder operatie zeker een beroerte zou krijgen – ze is maar aan één kant geopereerd en heeft aan de andere kant nooit een beroerte gekregen -, en het feit dat hij haar niet had gewaarschuwd dat ze een beroerte kon krijgen als gevolg van de operatie. In Nederland zou zo’n arts hooguit berispt worden. Hetzelfde zou gelden voor een neuroloog die zijn patiënt ten onrechte de diagnose ALS had gegeven. Zelfs ik weet dat ALS gediagnosticeerd wordt door andere aandoeningen uit te sluiten, en in dit geval had de arts een ruggemergtumor over het hoofd gezien. Die zou hij volgens Klawans hebben gezien als hij een myelogram, wat het ook wezen mag, had gedaan, maar dat had de arts niet gedaan. Als gevolg van deze nalatigheid had de patiënt niet alleen onterecht een dodelijke prognose gekregen, maar was hij onnodig in een rolstoel beland, impotent en incontinent geworden – al deze klachten waren niet ontstaan als de tumor op tijd was ontdekt en verwijderd (het was een goedaardig gezwel). Natuurlijk is dit een misser, maar ik denk dat hier in Nederland niet zo’n harde zaak van zou worden gemaakt.

Aan de andere kant legt Klawans ook uit hoe de hoge schadevergoedingen die worden geëist zich verhouden tot de daadwerkelijk geleden schade. Enkele patiënten waren pas in de twintig toen ze invalide raakten. Die zouden nog veertig jaar moeten werken. Volgens Klawans was een jaarinkomen van $20000 geen vetpot, dus dan heb je al $800000 verlies van te verwachten inkomsten alleen. Toch zou dit in Nederland ongehoord zijn in medische zaken.

Laat een reactie achter

Medische fouten tijdens routine-ingrepen

In Missers werd vandaag een zaak besproken van een vrouw die om het leven kwam tijdens een routine-ingreep: een catheter, nodig bij nierdialyse, prikte een slagader lek, waardoor de patiënt doodbloedde. Deze complicatie – volgens de chirurg in het Missers-panel was het geen fout – is zeer zeldzaam. Toch verwacht je, als je het woord “routine-ingreep” hoort, niet dat je eraan overlijdt.

Tussen de artsen in het panel ontstond een korte discussie over de vraag of zeer zeldzame complicaties bij operaties vermeld moesten worden. De afspraak is dat complicaties die vaker voorkomen dan één op de 200 gevallen, gemeld worden aan de patiënt. In dit geval was dit bijvoorbeeld de mogelijkheid dat bij het inbrengen van de catheter het longvlies lekgeprikt zou worden, waardoor een klaplong ontstaat. Of dit in deze specifieke zaak aan de patiënt verteld is, werd mij niet duidelijk. Natuurlijk zegt het woord “routine-ingreep” niets over de risico’s – als een arts duizenden keren een risicovolle operatie uitvoert, is dit voor hem ook een routine-ingreep -, maar als patiënt geloof je algauw dat er niks mis zal gaan, en ben je verontwaardigd als dit toch gebeurt terwijl de arts dit niet had vermeld. Het móet wel fout gedaan zijn, anders overlijdt iemand niet na een simpele ingreep!

Aan de andere kant wil je als arts de patiënt ook niet bang maken met lange lijsten aan mogelijke risico’s. Van medicijnen worden ook nooit alle bijwerkingen verteld – ikzelf ben vaak weinig te spreken over dergelijke informatie, want ik mag blij zijn als ik de meest voorkomende bijwerking te horen krijg -, maar die kun je dan nog lezen in de bijsluiter. Aan de andere kant wil je het als patiënt helemaal niet weten als er niks gebeurt, want dan maak je je alleen maar onnodig zorgen. Stel je voor dat de arts van tevoren de dochter van de te opereren mevrouw had verteld: “U moet weten dat er een zeer klein risico is dat we een slagader lekprikken en uw moeder hieraan overlijdt.” Als er dan niets fout ging, zou dit onnodige stress hebben opgeleverd. Voor één persoon maakt dat niks uit, maar als diezelfde arts dit tegen honderden familieleden van honderden patiënten vertelt, zijn die allemaal op één na onnodig gestresseerd. Achteraf is het natuurlijk makkelijk zeggen dat je het had willen weten.

Overigens is de betreffende arts in de aangespannen tuchtzaak wel berispt. Dit had te maken met de manier waarop hij op de opgetreden complicatie reageerde – mevrouw werd op de intensive care slecht in de gaten gehouden en dus werd haar inwendige bloeding ook niet behandeld – en de manier waarop hij de familie achteraf informeerde. Je hoeft immers als familie niet alles te weten wat er heel misschien wel mis kan gaan, maar dan moet je er wel op kunnen vertrouwen dat de arts op deze zeer zeldzame complicaties wel adequaat reageert.

Laat een reactie achter

Man overlijdt in separeercel

Gisteren hoorde ik in een actualiteitenprogramma dat een man in een separeercel bij een GGZ-instelling is overleden. Het zal niet de eerste en niet de laatste zijn, vrees ik. In Nederland wordt veel sneller gesepareerd dan in andere landen, de personele bezetting is beroerd door chronische bezuinigzucht, en hierdoor is het toezicht op gesepareerde patiënten ook nog eens lastig. In dit specifieke geval waren dan ook nog de raampjes van twee separeers beschadigd, waardoor de verpleging niet in de cellen kon kijken. Ik hoorde van medepatiënten dat er in sommige separeerruimtes gordijntjes voor de ramen hangen. Dat schijnt ook het geval te zijn bij de time-outkamers die op onze afdeling zijn – wij hebben geen separeers, maar de andere gesloten afdeling wel. En vaak genoeg merk ik – niet persoonlijk (ik heb al eeuwen niet in de time-out gezeten), maar via medepatiënten -, dat verpleegkundigen heel laat op een bel reageren. Natuurlijk zijn er patiënten die om de minuut bellen omdat ze uit de time-out willen, terwijl er verder niets dringends is, maar je zal maar een keer laat reageren als er wél echt iets aan de hand is.

Veel instellingen beweren tegenwoordig dat ze dwang in de psychiatrie willen terugdringen. Helaas is het dan wel eerst noodzakelijk dat de personele bezetting eens wat beter wordt, zodat je patiënten daadwerkelijk goed kunt begeleiden en escalatie kunt voorkomen. Helemaal voor, alleen zo jammer dat het niet gebeurt. Ik zit nu een klein jaar op deze afdeling (überhaupt veel te lang voor een gesloten opnameafdeling, maar dat is mijn punt niet) en het lijkt wel of er bij ons steeds meer afgezonderd wordt. In de eerste twee maanden van mijn opname, is er maar één of twee keer iemand in de time-outkamer gezet; in de maand daarop een medepatiënt twee of drie keer en ikzelf éénmaal. Tegenwoordig zit er bijna elke dag wel minstens één patiënt in de time-out. Ik gaf eerst de psychiater de schuld. Sinds maart hebben we een nieuwe psychiater en het viel mij op met hoeveel gemak en voor wat voor onzinredenen hij “rustprogramma’s” (kots!) oplegt. Ik kan me nog steeds niet helemaal aan die indruk onttrekken, maar toch zal ook wel meespelen dat de verpleging totaal niet anticipatorisch kan werken, omdat men continu onderbezet is en dus sowieso al niet eens van de afdeling af kan of al te individueel met een moeilijke patiënt bezig kan zijn. Wat trouwens het ook weer moeilijk maakt om toezicht te bieden als een patiënt afgezonderd moet worden.

Naar ik begreep is in de instelling waar de patiënt is overleden, ook sprake geweest van een suboptimale personele bezetting. Het schijnt dat dit is gecorrigeerd, maar het is natuurlijk wel weer een voorbeeld van het kalf en de put. Die raampjes had men trouwens ook wel wat eerder mogen herstellen.

Laat een reactie achter

Te veel juridische rompslomp bij medische missers

Vanavond was in het RTL nieuws onder andere een item over medische missers en de lange juridische procedures die slachtoffers vaak moeten voeren. Zelfs als ze gelijk krijgen van het Medisch Tuchtcollege, dan wil dat nog niet zeggen dat ze ook schadevergoeding krijgen – dit kan het tuchtcollege namelijk niet toekennen. Er is dus nog een extra civiele procedure nodig om die schadevergoeding wel te krijgen. Bovendien moet de patiënt c.q. familie met de bewijslast komen, terwijl deze in handen van het ziekenhuis is in de vorm van het medisch dossier. Ik heb hier al eerder over geschreven en blijf erbij dat de procedures voor genoegdoening bij medische fouten moeten worden versimpeld.

Laat een reactie achter

Medisch tuchtrecht

Medisch tuchtrecht is bedoeld om aan artsen, verpleegkundigen, GZ-psychologen en andere gezondheisprofessionals sancites te kunnen opleggen als zij medische fouten maken. De patiënt of zijn familie kan een klacht indienen bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, dat vervolgens bepaalt of de klacht gegrond is. Ook de werkgever (zorginstelling) of de Inspectie voor de Gezondheidszorg kan de hulpverlener voor de tuchtrechter dagen.

Straffen

Het tuchtcollege bepaalt of de klacht gegrond is. Als dat zo is, kan het College een maatregel opleggen. Het College mag zelf bepalen welke maatregel het oplegt, en houdt hierbij geen rekening met de eisen of wensen van de klager. Maatregelen zijn:


  • Waarschuwing
  • Berisping
  • Geldboete (te betalen aan de Staat)
  • Schorsing voor een bepaald eperiode, maximaal een jaar
  • Gedeeltelijke ontzegging
  • Doorhaling van de BIG-registratie, waardoor de persoon het beroep niet meer kan uitoefenen

Het tuchtcollege kan geen schadevergoeding toekennen; vordering hiertoe moet via de civiele rechter of in een enkel geval via de strafrechter.

Vanuit cliëntenperspectief is een waarschuwing of berisping een lichte maatregel. De arts of andere hulpverlener heeft vaak ernstige fouten gemaakt, en toch wordt hij “alleen maar berispt”. Echter voor een professional is het erg ingrijpend om door het tuchtcollege op de vingers getikt te worden.

Overigens heb ik me altijd verbaasd over de redenen die het tuchtcollege hanteert om een klager niet-ontvankelijk te verklaren. Eind 2003 was ik hoogst verbaasd toen het Regionaal Tuchtcollege in Groningen Volkert van der G. niet-ontvankelijk verklaarde, toen hij de psychiater die dacht hem via de media het etiket stoornis van Asperger te kunnen opplakken, voor het College had gedaagd. De reden was dat er geen sprake van een arts-patiëntrelatie was.

Daarnaast worden klachten vrij vaak ongegrond verklaard, terwijl andere medici vinden dat er wel degelijk fouten zijn gemaakt. Hierover hoor je veel in Missers, het AVRO-programma over medische fouten. Soms zijn de wegen van het medisch tuchtrecht ondoorgrondelijk.

Laat een reactie achter

Communicatie bij medische fouten

Ik ben verknocht aan het AVRO-programma Missers, waarin medische fouten en misstanden in de zorg aan de kaak worden gesteld. De bedoeling is niet om artsen en verpleegkundigen aan de schandpaal te nagelen, maar om missers openlijk bespreekbaar te maken. Immers, waar gehakt wordt, vallen spaanders, maar medici zijn nogal eens niet geneigd dit toe te geven.

Wat je ziet wanneer slachtoffers of nabestaanden naar het medisch tuchtcollege stappen, is voornamelijk dat het ze erom te doen is om hun gelijk te halen. Immers, als patiënt heb je weinig aan zo’n tuchtzaak: de arts wordt waarschijnlijk (als de patiënt in het gelijk gesteld wordt) gewaarschuwd of berispt, verder niks. Maar het is een manier om toegegeven te krijgen dat er fouten zijn gemaakt. Idealiter zou de arts of verpleegkundige hier zelf openlijk over communiceren. De verminking van het lichaam gaat niet over of de overledene komt niet terug, maar in ieder geval straal je daarmee empathie uit naar de patiënt c.q. nabestaanden. Bovendien kun je dan de zaak mogelijk laten rusten – als de familie er geen rechtzaak van maakt – en werken aan het voorkomen van nieuwe fouten. Ik ben begonnen deze post te schrijven voordat ik de aflevering van Missers van vandaag gezien had, maar toevallig wordt in deze aflevering aan dit onderwerp aandacht besteed. Er komen enkele zaken aan de orde waarbij de arts c.q. het ziekenhuis eerlijk toegaf dat er fouten waren gemaakt, schade vergoedde en verbeteringen doorvoerde. De aflevering is nog terug te kijken op de Missers site. Op het forum wordt deze week gediscussieerd over de stelling dat artsen die hun fouten openlijk toegeven, niet voor de tuchtrechter hoeven te worden gesleept.

Laat een reactie achter