Archief voorMedicatie

Pillen zijn geen vervanger voor de juiste hulp

Vandaag precies een jaar geleden begon ik met Risperdal. Op zich was het consult uitgebreid en was er niets mis met de manier waarop de arts probeerde een beeld te krijgen van mijn toestand. Het grootste probleem was dat eigenlijk noch ik, noch de begeleider die met me meeging, precies wist waarom ik eigenlijk aan de medicatie moest of wou. Mijn SPV’er had een consult voorgesteld, maar ik ben er nooit precies achtergekomen waarom, behalve dat het voorstel kwam toen mijn begeleider haar op een middag de week ervoor opbelde toen ik net vreselijk geflipt was en uren had lopen herhalen over alles wat met Nijmegen te maken had. Ik vond het wel best: op 25 juli, één week voor mijn verhuizing naar mijn hok, was ik ten einde raad. Alles wat me door deze chaos heen kon slepen, was prima. Zelfs een medicijn waarvan de meerderheid van mijn mede-autisten me zegt dat je onmiddellijk een andere arts moet zoeken als deze je het voorschrijft. Ik kon ook moeilijk anders: al vind ik voor die tijd al dat er een aantal belangrijke zaken over het hoofd waren gezien in mijn zoektocht naar een hok, en al heb ik achteraf ervaren dat die essentieel waren, dan nog kon ik daar een week voor de verhuizing niets aan doen. En mijn toestand werd echt niet beter omdat hij door omstandigheden werd veroorzaakt of verergerd, dus toen ik het aannemelijk achtte dat een medicament die toestand kon verlichten, had ik er niets op tegen het te nemen. Maar dit wil nog niet zeggen dat medicatie een gepast alternatief is voor goede zorg, of dat je als hulpverlener een houding moet aannemen die dit suggereert. Eén van de weinige dingen die de artsen van de afdeling waar ik opgenomen zit, meteen goed hebben gedaan, is dat ze geen prop-haar-vol-met-pillen-tot-ze-normaal-doet-en-trap-haar-dan-de-straat-weer-ophouding hadden.

Dit is echter niet bedoeld als anti-medicatiepropaganda, maar als een oproep om de zorg voor mensen met een ontwikkelingsstoornis serieus te nemen. Er is soms absoluut een plaats voor medicamenteuze behandeling voor mensen met autisme of een verstandelijke handicap, maar het is zinloos als de hulpverlening rond het individu niet goed geregeld is. Als je niet weet waardoor het probleemgedrag van de cliënt wordt veroorzaakt, weet je ook niet hoe je de cliënt kunt helpen zijn probleemgedrag te beheersen. Dan is het gemakkelijk aankomen met pillen. En als je wel weet wat het probleemgedrag veroorzaakt, maar je kunt of wilt hier op dit moment niets aan doen, is medicatie alleen tijdelijk een oplossing. Dit was in mijn geval ook de bedoeling, maar dan ging men er wel vanuit dat alle problemen waarover ik me druk maakte, opstartproblemen zouden zijn. Nou kunnen we debatteren over welke termijn je rekent voor opstartproblemen (ik ben immers na drie maanden opgenomen), maar één ding weet ik zeker: zelfs met medicatie waren mijn problemen op mijn hok vele malen erger dan ze waren geweest toen ik, zonder pillen, op het trainingshuis begon.

Het is natuurlijk wel makkelijk, en kosten-effectief, om een patiënt vol te stoppen met pillen tot hij niet meer laat merken dat hij overweldigd is, zodat je hem geen hulp meer hoeft te bieden om deze overprikkeling te verminderen. Maar daarmee is het natuurlijk nog niet ethisch. Medicatie kan een hulpmiddel zijn in de behandeling van mensen met ontwikkelingsstoornissen, maar het is geen vervanger voor de juiste begeleiding.

Reacties

Psychofarmaca en suïcidaliteit

Steeds vaker verschijnen in de media alarmerende berichten over de ernstige gevolgen van het gebruik van psychofarmaca. De ernstigste is de conclusie dat mensen die psychofarmaca gebruiken - specifiek antidepressiva zoals Prozac en middelen tegen ADHD zoals Ritalin -, een risico lopen op suïcidaliteit. Men springt dan al gauw naar de conclusie dat deze middelen de patiënten suïcidaal maken. Toch wat ironisch voor antidepressiva, hè? Het werkt dan ook niet zo. Wat de gealarmeerde media over het hoofd zien, is dat psychiatrische ziektes geen simpele verzamelingen van symptomen, die door medicatie onderdrukt kunnen worden, zijn.

Of er daadwerkelijk wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan, weet ik niet, maar de meest logisce verklaring voor een verhoogde suïcidaliteit onder de gebruikers van SSRI antidepressiva, is dat deze middelen niet tegelijkertijd alle symptomen van depressie bestrijden. Zo wordt depressie gekenmerkt door een sombere stemming, maar ook door een beduidend gebrek aan energie. Als het antidepressivum nu zo werkt dat de patiënt er eerst energieker van wordt, voordat zijn sombere stemming verbetert, kun je wel beredeneren waar dit op uitdraait: het leven zuigt nog steeds, maar nu kan de depressieve patiënt zijn bed uit komen om er een eind aan te maken. Als je dit weet, weet je dat je een patiënt juist extra goed in de gaten moet houden als hij een antidepressivum krijgt. Niet omdat die middelen zo gevaarlijk zijn, maar omdat je nooit weet welk effect bij deze patiënt als eerste zal optreden - zo’n pil kan heus niet nadenken welke effecten therapeutisch zijn en welke wij bijwerkingen zouden noemen.

Met Ritalin en andere middelen tegen hyperactiviteit, ligt het nog gecompliceerder. Hier was gisteren een item over in het nieuws: kinderen worden veel te snel aan de Ritalin of Concerta gezet, zonder dat wordt nagegaan waar het drukke gedrag vandaan komt. De arts ziet het symptoom van de hyperactiviteit en weet dat Ritalin of Concerta dit vermindert. Ja, dat zal wel, maar de psychiatrische toestand van het kind is misschien wel helemaal niet samen te vatten in de simpele term “hyperactief”. Iedere kinder- en jeugdpsychiater zou moeten weten dat depressies zich bij kinderen soms manifesteren als hyperactiviteit. En daar doet Ritalin echt niks tegen.

Ik heb niet genoeg kennis van psychofarmacologie om te weten of er evidentie is dat psychofarmaca direct bijdragen tot suïcidaliteit bij patiënten. Dit zou immers heel goed kunnen door de biochemische werking van bepaalde middelen. Ik wil hiermee dus niet zeggen dat de pillen zeker veilig zijn, maar dat ze vermoedelijk een stuk veiliger gebruikt kunnen worden als psychiaters eens de moeite nemen hun patiënten echt serieus te onderzoeken voor ze met pillen aan komen zetten. Bij geen patiënt die Prozac voorgeschreven krijgt, is het onomstotelijk duidelijk dat hij te weinig serotonine in zijn hersenen heeft - dit wordt met de huidige diagnostische technieken nog niet vastgesteld -, en van Ritalin is de werking nog niet eens vastgesteld, maar dan mag je wel verwachten dat de medisch-psychiatrische diagnose die ten grondlsag ligt aan de behandeling, zorgvuldig is uitgevoerd en dat de patiënt nauwkeurig wordt gevolgd. Als de huisarts iemand met hartkloppingen kalmeringsmiddelen voorschrijft zonder dat eerst een ECG is gemaakt, en die persoon sterft vervolgens aan een hartkwaal, dan schrijft men toch ook niet in de krant dat het betreffende kalmeringsmiddel hartproblemen veroorzaakt? Zo eenvoudig werkt de farmacologie immers niet, en waarom zou dit bij de psychofarmacologie anders zijn? Het probleem is dat de psychiatrische diagnostiek nog lang niet zo geavanceerd is als de somatische, maar wat die diagnostiek al wel kan, moet ze dan ook doen.

Reacties

Therapietrouw

Hoe motiveren artsen hun patiënten om de voorgeschreven behandeling te blijven volgen? Essentieel hierbij is dat de patiënt begrijpt waarom de behandeling zinvol is. De patiënt moet actief geïnformeerd worden over en betrokken bij de uitvoering van de behandeling. “Deze pil maakt u beter,” is voor de gemiddelde patiënt van tegenwoordig geen argument om hem daadwerkelijk te slikken. Ja, je mag wel hopen dat een pil je beter maakt, als de dokter hem voorschrijft, maar we willen anno 2008 toch wel iets meer informatie, graag.

Daarnaast is het belangrijk dat de therapie in iemands leefstijl past. Iemand die ’s ochtends geen hap door zijn keel krijgt, kun je moeilijk een medicjn voorschrijven dat hij met het ontbijt moet innemen, en, als er geen duidelijke andere redenen zijn, is het niet heel verstandig om iemand die als de dood is voor spuiten, een injectie voor te schrijven.

Maar daarnaast speelt nog een ander aspect, dat voor mij meestal doorslaggevend is als ik een behandeling weiger of staak: dat het (te verwachten) effect niet opweegt tegen de (te verwachten) risico’s of bijwerkingen. Ik ben bijvoorbeeld na 2 1/2 maand in 2007 gestopt met Risperdal (risperidon, een antipsychoticum). Niet omdat ik niet begreep waarom ik het slikte: ik had mijn klachten - aan autisme gerelateerde, door stress verergerde onrust/overprikkeling die leidde tot onaangepast gedrag (”flippen”) - vrij uitgebreid met een psychiater besproken en wist bovendien uit mijn eigen research dat Risperdal voor dergelijke klachten vaak effectief is (volgens de literatuur, die wel enigszins bevooroordeeld is aangezien weinig hoof-intelligente volwassenen in de studies betrokken worden). En ook niet omdat het middel niet in mijn leefpatroon paste: ik moest ’s middags bij de lunch en ’s avonds voor het naar bed gaan, een halve tablet innemen, wat me goed lukte aangezien beide momenten aan vaste tijdstippen gekoppeld waren. De reden dat ik er echter uiteindelijk, na lang aandringen bij mijn huisarts (ik ben een week nadat ik de voorschrijvende arts had geconsulteerd, van Apeldoorn naar Nijmegen verhuisd, waar ik nog niet bij de GGZ bekend was), mee stopte, had te maken met het feit dat de effecten niet opwogen tegen de bijwerkingen die ik van het middel kreeg.

Ik heb altijd een lage dosis van 1mg geslikt. Op deze dosis ervoer ik de eerste twee weken een bijna perfect effect: ik was rustiger, had minder snel last van zintuigelijke prikkels, flipte minder en sliep iets beter. Na twee dagen had ik iets wat op een paniekaanval leek - hartkloppingen en een gevoel van angst -, maar de voorschrijvende arts ging ervanuit dat deze door mijn stress en niet door de medicatie werd veroorzaakt, want ik had de klacht niet vanaf het begin af aan gehad. Helaas hielden de paniekaanval-achtige reacties niet op, was ik enigszins duf en afgevlakt (hoewel dat dragelijk was zolang ik positieve effecten ervoer) en verminderde wel het gewenste effect na twee weken. Toegegeven: ik heb op eigen houtje aan mijn dosering zitten sleutelen, omdat ik de bijwerkingen vervelend vond, maar ook toen ik na mijn huisarts geconsulteerd te hebben, alweer wekenlang op mijn normale dosis van 1mg zat, was het middel niet meer effectief. De bijwerkingen waren in de loop van de maanden iets verminderd, maar baat het niet, dan schaadt het mogelijk wel degelijk. De dosis verhogen, was voor zowel mij als mijn huisarts geen goed idee. Zij wilde eigenlijk dat ik nog een aantal weken doorging op 1mg, omdat het middel eerder wel effectief was geweest en het sleutelen aan mijn dosis niet goed gevallen was, maar toen ik na twee maanden nog geen effect merkte, dreef ik mijn zin door en bouwde de Risperdal af.

Op zich had ik tamelijk milde bijwerkingen, die te tolereren zouden zijn geweest als ik baat had gehad bij het middel. Op mijn afdeling zie ik patiënten die veel ernstigere bijwerkingen ondervinden van antipsychotica dan die ik heb gehad. Zowel mijn huisarts als ik vonden echter dat het niet verstandig was een hogere dosis te proberen, omdat ik liever zo min mogelijk pillen slikte en zij dacht dat ik wel in staat moest zijn mijn flippen gedragsmatig te beheersen. De reden dat mijn huisarts terughoudend was over het afbouwen van de medicatie, was dat ze me niet off-meds kende. Er was toch een zeker risico aan verbonden als ik met de pillen zou stoppen, want mijn toestand was ongewijzigd. Bij mij viel, volgens de huisarts, nog wel te verwachten dat de toestand zou verbeteren en ik dus naderhand met de pillen kon stoppen - alleen nu (eind september 2007) nog niet -, maar veel patiënten moeten hun pillen jarenlang slikken. Misschien had ik ook nu nog aan de pillen gezeten, als ik mijn zin in september niet doorgedreven had.

Daarbij komt nog een andere factor: waar ik mijn medicatie slikte om een reële, op dit moment bestaande stoornis te verlichten, slikken veel mensen pillen tegen “risico’s”. Met hoge bloeddruk of een te hoog cholesterolgehalte is op zich niets mis; het probleem is dat het een risicofactor vomrt voor ernstige ziekten. Als ik nu een te hoge bloeddruk heb en geen middelen hiertegen slik, zal ik niet zo één-twee-drie volgende week een hartaanval krijgen, zoals er wel het risico was dat ik na het stoppen met de Risperdal binnen een week doorflipte. Veel mensen zullen dus, bij het afwegen van bijwerkingen versus therapeutische effecten, moeten bedenken dat de therapeutische effecten pas op lange termijn voordelen geven, en, sterker nog, deze voordelen alleen maar statistisch zijn: misschien krijgt iemand die lange tijd een te hoge bloeddruk heeft en hiervoor geen medicatie slikte, nooit een hartaanval, terwijl een ander, die keurig zijn bloeddruk op peil houdt met pillen, wel een hartaanval krijgt. Dan is het lastig motiveren: we willen graag zo lang mogelijk zo gezond mogelijk blijven, maar als we nu een heleboel bijwerkingen hebben van medicatie, vermindert dit onze kwaliteit van leven. De ziekte of het probleem is misschien vervelend - ik haat mijn onrusttoestand (direct, niet alleen vanwege het eruit voortkomende gedrag) -, maar bijwerkingen van medicatie zijn soms minstens net zo vervelend. En als je pillen slikt om het mogelijke risico op een ernstige ziekte te verkleinen, moet je je helemaal afvragen of je voor de statistiek de bijwerkingen van je medicatie op de koop toe wilt nemen.

Reacties

Platspuiten

In ethische discussies over de behandeling van dementerenden en ernstig verstandelijk gehandicapten met gedragsproblemen wordt nog wel eens gesproken ove rhet concept “platspuiten”. Ik nam het letterlijk en kon me er tot voor kort weinig bij voorstellen. Tot een verpleegkundige eindelijk tevreden was over de effectiviteit van mijn zo-nodigmedicatie - die ik gelukkig maar zeer zo nodig gebruik.

De allereerste keer dat ik in een flipbui noodmedicatie heb gebruikt, was mijn toenmalige arts heel eerlijk over het gehoopte effect: dat het me “wat zou versuffen”, dus. Ik vond het best, want ik was zo over de rooien dat het me helemaal niets kon schelen wat die rommel zou doen. Inderdaad was ik door dit middel, promethazine (Phenergan, een middel dat officieel bedoeld is tegen allergieën maar dat ook sederende bijwerkingen heeft), wat duffer dan normaal, maar het was nog niet zo erg dat ik niet meer normaal kon functioneren - toen ik drie of vier uur na inname aan het schrijven sloeg, vond ik vooral dat ik iets slordiger typte, maar aan het aantal typefouten was het niet eens te merken. Bijkomend voordeel was dat mijn onrust in ieder geval minder was.

Het broertje van de promethazine, levomepromazine (Nozinan, officieel alleen geïndiceerd bij matige pijn in een beperkte patiëntengroep), heb ik ook nog een tijdje geslikt voor de nacht, maar dat deed er zo gruwelijk lang over om in te werken en werkte vervolgens nog zo vreselijk lang door, dat ik er geen baat bij had. Verder een hele rits benzodiazepines gehad, het merendeel als slaapmiddel, behalve de oxazepam (Seresta). Tien milligram Seresta deed helemaal niets, en ik nam het vooral zodat de verpleging niet kon zeggen dat ik niet probeerde om mezelf weer rustig te krijgen. Uiteindelijk won bij mij toch de gedachte dat, als het niet baat, het zeker mogelijk wel schaadt, en ging ik dus steeds minder vaak op het aandringen van verpleegkundigen in. Dit was tot april, toen mijn behandelaar me adviseerde het toch maar af en toe te nemen. Ze schreef me twintig milligram voor, omdat ik dus voor de zoveelste keer aangaf dat tien niets deed. De eerste keer dat ik het accepteerde, lag ik drie uur te maffen en toen begon de hele saga weer opnieuw. Ik heb toen geen Seresta meer genomen, omdat ik vond dat ik dat ’s middags al had gedaan. Niet elke keer was slapen het effect van de oxazepam, maar meestal wel - en ik was daar niet blij mee midden op de dag. Een verpleegkundige maakte me behoorlijk pissig toen ze, in aanloop naar een behandelplanbespreking, veronderstelde dat de Seresta goed had gewerkt. Hoezo goed werken?

Het zal meestal niet de bedoeling van de arts of verpleegkundige zijn om de patiënt midden op de dag te doen slapen. Eigenlijk is het alleen de bedoeling dat iemands onrust wat beteugeld wordt. En bij sommige patiënten is dit wat Seresta of een ander kalmeringsmiddel doet. Maar voor de verpleegkundigen lijkt het soms bar weinig uit te maken hóe de patiënt rustig wordt, als hij het maar wordt. Desnoods door te liggen maffen. Al is dit niet wat ik onder “rustgevend” versta, is het voor mij af en toe best; ik neem mijn Seresta toch nog niet eens één keer per week. Maar sommige patiënten zitten vrijwel constant aan de kalmeringsmiddelen. Gelukkig heb ik echt “platspuiten” op mijn afdeling nog maar een enkele keer gezien, en dat was kortdurend. Het is als je het mij vraagt een zeer onethische maatregel: niet alleen hebben mensen met de meeste psychiatrische stoornissen voor hun feitelijke problemen geen baat bij de kalmeringsmiddelen die ze ingespoten krijgen (benzodiazepines zijn bijvoorbeeld alleen geïndiceerd bij angststoornissen), maar je grijpt hiermee ernsitg in op iemands fundamentele vrijheden. Prima als het kortdurend echt niet anders kan, maar middelen en maatregelen zijn niet bedoeld als regel.

Reacties

Big Pharma’s marketingtechnieken

Maandag zag ik in het TROS-programma Radar een uitzending over de verkooptrucs van de famaceutische industrie. Artsenbezoekers geven eenzijdige informatie over de pillen die ze slijten, lat de dokter door allerlei communicatietrucs geloven da thij nog steeds zelf bepaalt wat hij voorschrijft, en maken misbruik van het feit dat ziekenhuizen extra mogen worden gepaaid en huisartsen/apothekers niet, door het voor elkaar te krijgen dat de huisarts toch altijd de medicatie van het ziekenhuis overneemt. Eén artsenbezoeker ging zelfs zo ver dat ze reclame maakte ove rhaar middel tegen een patiënt, hetgeen verboden is in Nederland. En trouwens, de bijscholing voor artsen is verre van onafhankelijk: de meeste cursussen worden bijna voor niks verzorgd door de farmaceutische industrie. Dus hoe weet je dan dat je dokter je het best passendste en goedkoopste medicijn (de verzekerde betaalt immers zijn premie) voorschrijft? Wellicht gewoon he tmiddel waarover hij gisteren door een artsenbezoeker is “voorgelicht”. Zie voor een veelzeggende reportage van de slinkse streken die Big Pharma indirect met ons lichaam uithaalt, de tweedelige reeks van Radar.

Reacties

Seresta: het snoepje van de psychiatrie?

Vandaag voor het eerst in twee maanden weer oxazepam (Seresta) genomen, omdat ik helemaal over de rooie was vanwege een tegenvallend bezoek aan een mogelijke vervolgplek. Ik had al twee maanden überhaupt geen medicatie geslikt en zeker geen benzodiazepines, dus deze keer werkte het wel redelijk. Toch ben ik geen echte voorstander van Seresta, en wordt het naar mijn mening te veel voorgeschreven, zeker in de psychiatrie.

Seresta is het meest gebruikte geneesmiddel in Nederland. Het is officieel een kalmeringsmiddel. Als ik vroeger aan kalmeringsmiddelen dacht, dacht ik dat ze voorgeschreven werden bij angststoornissen. Dat is ook één van de bekendste indicaties. Echter Seresta wordt op veel meer gronden voorgeschreven Niet alleen word thet ook als slaapmiddel voorgeschreven, maar op mijn afdeling heb je algauw een recept voor Seresta te pakken als je op welke manier dan ook de orde op de afdeling verstoort. Ik heb het zelf denk ik (zoals ik eerder schreef, weet ik de details niet) voorgeschreven gekregen na een incident waarin ik me verbaal agressief gedroeg.

De werking van Seresta is in een dergelijke situatie moeilijk vast te stellen. Het heeft immers, net als andere benzodiazepines, ook een lichamelijk versuffend effect. Dan kun je je afvragen of iemand zich echt niet meer agressief voelt, of dat hij gewoon te suf is om agressief te worden. Je kunt dan als verpleegkundige algauw concluderen dat het middel werkt, ook al heeft de patiënt er geen baat bij. Het is dan ook mijns inziens van belang duidelijk te hebben hoe de onrust zich bij een patiënt manifesteert, en waar deze door veroorzaakt wordt. In mijn geval hielp Seresta me vanavond bijvoorbeeld wel, toen ik vooral in mijn gedachten extreem onrustig was en hierdoor over de rooie ging. Het helpt mij echter niet als ik door overprikkeling agressief gedrag vertoon. Aan overprikkeling doet het immers niks. Dan werkt een ander middel misschien beter. En let vooral op de situaties waarin iemand volkomen terecht opgefokt is: dan kan je iemand wel volstoppen met pillen, maar bij een persoon zonder psychiatrische achtergrond zou je dat dan ook niet doen. Artsen zouden dus eens terughoudend moeten zijn met het voorschrijven, en verpleegkundigen met het aanbieden van Seresta. Het is immers geen snoepje.

Reacties

Informed consent en psychiatrische medicatie

Volgens de WGBO (Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst) heb je als patiënt recht op informed consent. Dat betekent dat de arts de patiënt informatie moet hebben gegeven over de voorgestelde behandeling, effecten, risico’s van behandelen en niet behandelen en eventuele alternatieven, en dat de patiënt op basis van deze informatie zijn toestemming moet geven voor de behandeling. Ik begin me zelf echter steeds meer gedesillusioneerd te voelen over de praktijk van informed consent, zeker waar dit psychiatrische behandeling betreft.

Afgelopen zomer vond ik het vreemd dat mijn psychiater me niet fatsoenlijk informeerde over de te verwachten bijwerkingen van de medicatie die ze me voorschreef. Nu moet ik blij zijn dat ze me überhaupt informatie verstrekte. Sinds ik opgenomen zit, heb ik zelf zes verschillende psychofarmaca voorgeschreven gehad. Met het eerste middel, het slaapmiddel temazepam (Normison), had ik al eerder ervaring en het al dan niet voorschrijven is met mij overlegd toen ik opgenomen werd. Ik raakte echter binnen de kortste keren gewend aan de temazepam en mijn slaapproblemen gingen niet over, dus moesten er andere middelen geprobeerd worden. Achtereenvolgens kreeg ik levomepromazine (Nozinan, waarvan ik later ontdekte dat het officieel alleen geïndiceerd is bij matige pijn), nitrazepam en diazepam (Valium). Over de levomepromazine heb ik nog redelijk wat informatie gekregen, maar bij de nitrazepam en de diazepam heeft mijn arts eerst met de psychiater overlegd, die vervolgens een recept uitschreef, en moest ik van de verpleging horen wat ik voorgeschreven gekregen had. Ik wist wat het voor middelen waren omdat ik gewoon vrij veel verstand van medicatie heb, maar het is niet bepaald handig om een patiënt van tevoren weinig tot geen informatie te geven. Overigens: ik raak gigantisch snel gewend aan benzodiazepines, dus uiteindelijk ben ik eind december gewoon met alle slaapmedicatie gestopt.

Maar het kan vervelender. Begin december was ik erg onrustig en afleiding zoeken, hielp niet. Een verpleegkundige kon niet veel voor me doen, maar stelde voor op te zoeken of ik zo-nodigmedicatie had. Tot mijn verbazing beweerde ze dat ik oxazepam (Seresta) voorgeschreven had staan. Op zich niet verbazend, want de meerderheid van de psychiatrische patiënten heeft dit middel voorgeschreven staan, maar met mij was het totaal niet overlegd en ik weet tot nu toe niet welke arts het me wanneer en waarvoor voorgeschreven heeft. Bovendien is oxazepam ook een benzodiazepine, en deze werkt (in ieder geval in de dosis die ik had, 10mg) helemaal niet. Toch bleven verpleegkundigen er in de weken daarna mee komen aanzetten als ik onrustig was. Ik heb enkele malen aangegeven dat ik het er met de arts over wou hebben en schreef in de eigen inbreng van mijn eerste en tweede behandelplan, dat het niet werkte, maar er is nooit over mijn zo-nodigmedicatie overlegd. Wat nou informed consent? Dat ze me het niet gedwongen zouden toedienen als ik weigerde misschien.

Een ander probleem is het niet kunnen raadplegen van bijsluiters. Ik ben gewend ieder middel dat ik voorgeschreven krijg, op te zoeken op Apotheek.nl of zelfs in de online editie van het Farmacotherapeutisch Kompas, maar in het ziekenhuis heb ik geen internet. Papieren bijsluiters krijg je ook niet. Voor mij niet zo erg - ik wist genoeg van medicatie om eventuele bijwerkingen te kennen -, maar er zijn patiënten die helemaal niet weten wat ze slikken. Enkele dagen geleden weigerde een verpleegkundige een patiënt een bijsluiter te geven van de voorgeschreven medicatie. Dat wil zeggen, hij beweerde dat hij er geen kon vinden, maar ik zat erbij en wees hem erop dat die gemakkelijk te vinden zijn. Maar geen bijsluiter was geschikt voor deze patiënt, volgens de verpleegkundige. Nou zal daar best een reden voor zijn - ik ken de achtergrond van de patiënt niet en het gaat me ook niks aan -, maar er is ook nog zoiets als informed consent. Zelfs als je wilsonbekwaam en gedwongen opgenomen bent, heb je nog steeds recht op informatie over je behandeling. Als een gewone bijsluiter dan om de één of andere reden niet geschikt is voor de patiënt, moet je op zijn minst als arts of anders als verpleegkundige fatsoenlijke informatie verstrekken over het middel. Geen patiënt hoeft iets te slikken waarvan hij niet weet wat het is, wat het doet en wat de eventuele bijwerkingen kunnen zijn.

Reacties

Dwangbehandeling

Eén van de meest controversiële onderwerpen in de psychiatrie, is dwangbehandeling. Pas las ik een column die Bram Bakker, psychiater in Amsterdam, over dit onderwerp geschreven had. Ik kende zijn standpunt al, want ik heb enkele jaren terug zijn boek Te gek om los te lopen gelezen. En toch blijft het standpunt van Dr. Bakker me verbazen. Meer nog dan toen ik Te gek om los te lopen las, want toen zat ik nog niet opgenomen. Nu wel, en nu ken ik de praktijk van dwangmedicatie, tenminste op mijn afdeling. Misschien is het Nijmeegse beleid heel anders dan het Amsterdamse, of misschien heb ik een andere kijk op de zaken, omdat ik patiënt ben, maar in mijn visie mag het beleid met betrekking tot gedwongen medicatietoediening, wel wat terughoudender.

Dr. Bakker heeft gelijk dat volgens de Nederlandse wet officieel alleen gevaar een reden kan zijn om iemand gedwongen medicatie toe te dienen. Het feit dat iemand bijvoorbeeld zo psychotisch is dat hij het zelf niet doorheeft, is geen reden. En terecht, als je het mij vraagt, want je schaadt door dwangmedicatie op een zeer vergaande manier iemands lichamelijke autonomie. Echter, zoals ik al eerder schreef, valt het begrip “gevaar” nogal subjectief te interpreteren. Als patiënt ken ik natuurlijk niet de achtergronden van mijn medepatiënten die dwangbehandeling kregen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de redenen om dit beleid in te stellen, niet zoveel met agressie (het criterium volgens Dr. Bakker) te maken hadden, want in ieder geval in mijn bijzijn waren geen van de patiënten agressief.

Dr. Bakker gaat ervanuit dat mensen gedwongen behandeld moeten worden als ze met een RM opgenomen worden, omdat het anders totaal geen zin heeft. Immers, een RM loopt na een halfjaar af en iemand die psychotisch is, komt daar niet vanaf zonder pillen - ook niet na een halfjaar. Aan de andere kant vraag ik me af wat bij een dergelijke patiënt dan het gevaar was, waardoor hij gedwongen opgenomen werd. Je kunt je serieus afvragen of een dergelijk gevaar - wat toch substantieel moet zijn, anders hoeft iemand niet tegen zijn wil opgenomen te worden - niet rechtvaardigt dat hij ook dwangmedicatie krijgt. “Zo psychotisch dat hij het niet doorheeft,” is geen reden voor dwangmedicatie, maar wel een reden voor een RM? Overigens: ik ken mensen die gedwongen medicatie kregen vanwege een zo ernstige psychose dat ze het niet beseften.

Ik snap Dr. Bakkers redenatie wel: een opname kost veel geld en mankracht, en als je die met een pilletje kunt voorkomen of verkorten, lijkt dat natuurlijk zeer aantrekkelijk. Echter vraag je eerst eens af of het er daadwerkelijk om gaat een persoon of zijn omgeving voor gevaar te behoeden, danwel simpelweg om een meerderheidsmening op te dringen aan de minderheid. Immers, als de psychiater zegt dat een patiënt ziek is, wil dat niet veel meer zeggen dan dat de overgrote meerderheid van zijn cultuur de wereld of zichzelf op een andere manier waarneemt of zich anders gedraagt dan de patiënt, en dat die in de problemen is gekomen door deze discrepantie. Vraag je vervolgens, als je geconcludeert hebt dat er een reëel gevaar is voor de patiënt of een ander, af of er andere mogelijkheden zijn om de patiënt ertoe te brengen zich aan zijn behandeling te houden. Ik ken de wet niet zo goed, maar als je het mij vraagt zou een rechter in een voorwaardelijke machtiging een vereiste van therapietrouw moeten kunnen opnemen. Als er dan niks anders op zit dan de patiënt met een machtiging te laten opnemen, vraag ik me werkelijk af wat daar nou tegen is? Ja, het kost de samenleving veel geld wat uitgespaard had kunnen worden als de patiënt gewoon zijn pillen had geslikt, maar is dat een reden? En wat betreft het feit dat ee gedwongen opname heel veel van de vrijheid van de patiënt wegneemt: sorry hoor, maar het ongewild ingrijpen in de neurochemie van de patiënt, doet dat ook, en misschien wel nog meer.

In het buitenland is gedwongen opname synoniem met dwangbehandeling. Dat is best, maar dan mag ik wel hopen dat het gevaarscriterium voor gedwongen opnames daar wat stricter wordt gehanteerd, al vrees ik van niet. Immers, ook psychiatrisch zieke mensen hebben het recht om serieus genomen te worden als partners in hun behandeling, behalve als hun keuzes ernstig gevaar veroorzaken voor henzelf of anderen. Dat zegt de wet ook al, maar de wet is nogal vaag.

Reacties