Ik heb nogal een obsessie met de gedachte dat me voor het eind van het jaar iets overkomt. Een ernstige ziekte of een ongeluk of zo. Die datum lijkt min of meer willekeurig, gewoon een periode die ik niet echt kan overzien maar nog wel genoeg om te weten dat het relatief dichtbij is. Ik denk dat me iets overkomt als straf voor mijn ongezonde leefstijl van de afgelopen jaren en mijn probleemgedrag. Ik ben niet bepaald religieus, maar, al gaan de gedachten verder dan “logische consequenties”, ze zijn toch tot op een bepaald niveau begrijpelijk vanuit risico’s: iemand met een ongezonde leefstijl, heeft een verhoogd risico op ernstige ziekten, en iemand die niet honderd procent verkeersveilig is (ik ben meestal wel verkeersveilig, maar heb wel eens onbedoeld op de weg gelopen als ik in minder dan ideale toestand was), heeft een verhoogd risico op een verkeersongeluk. Maar wat is “verhoogd” bij iemand van 22? Het risico op een (dodelijk) verkeersongeval is bij jongeren groter dan bij ouderen, maar is dan nog vrij klein. En maar zeer weinig personen overlijden op hun 22ste aan ernstige (leefstijl)ziekten. Maar mensen zijn geen statistieken, en dat beangstigt me.
Ik ben 22. Statistisch gezien heb ik nog zo’n gemiddeld zestig jaar te leven. Veel te veel tijd om te overzien, zelfs al verspil ik van die 82 jaar nu negen maanden in een psychiatrisch ziekenhuis. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Ik doe wel eens van die testjes zoals die op Je Echte Leeftijd, maar, al lijkt het zo logisch om jezelf een verjongingskuur te geven met wat veranderingen in leefstijl, de natuur werkt niet zo. Voor een deel hangt dat ermee samen dat je nooit echt jonger kunt worden, ook al ga je dramatisch anders leven. Een ex-roker heeft bijvoorbeeld nog steeds een verhoogd risico op longkanker, al is hij al twintig jaar gestopt, en als je cholesterolgehalte omlaag gaat door een beter dieet, betekent dat nog niet dat het cholesterol dat zich al op de wanden van je bloedvaten heeft vastgezet, spontaan oplost. Maar nog belangrijker is het feit achter het verhaal van de opa van tachtig die al zijn hele leven rookt en toch geen longkanker heeft, dat vaak als argument om toch maar niet te hoeven stoppen, wordt gebruikt: het leven werkt niet volgens de wetten van de wiskunde.
Je kunt het irrationeel vinden dat ik bang ben om voor het einde van het jaar dood te gaan. Statistisch gezien heb je gelijk. Functioneel natuurlijk ook, in de zin dat het me niet zal helpen hier de hele dag mee bezig te zijn en ik zo alleen maar (in mijn eigen beleving kostbare) tijd verspil. Maar feitelijk heb je nog geen gelijk, want dit kunnen we pas op uiterlijk 1 januari 2009 beoordelen – en ik vrees dat ik, als ik het tot dan haal, wel weer een nieuwe datum bedenk. Ik denk dat ik het niet eens zo erg zou vinden als ik wist dat ik het einde van het jaar niet zou halen: het geeft tenminste duidelijkheid. Echte duidelijkheid, niet die kletskoek van de medewerkers van mijn afdeling, die het woord eens in het woordenboek zouden moeten opzoeken de volgende keer dat ze het weer eens met streng of directief of autoritair verwarren. Ik weet het natuurlijk niet zeker – immers, ik heb (nog) geen doodvonnis gekregen -, maar het lijkt me minder erg dan denken dat het zal gebeuren, weten dat het kan, al is de kans klein, en weten dat ieder ander ervanuit gaat dat het nit gebeurt en hun deel van jouw leven inricht alsof je nog die spreekwoordelijke zestig jaar hebt.