Archief voor In de media
februari 9, 2009 bij 10:48 pm
· Ingedeeld onder Ethiek, Financiering / Bezuinigingen, In de media, Marktwerking
Vanavond besteedde Radar aandacht aan de wanpraktijken van PGB-bemiddelingsbureaus. Dit zijn bureautjes die het persoonsgebonden budget voor cliënten beheren. Als deze bureaus deel uitmaken van een bedrijf dat ook zelf zorg levert, komt het nogal eens voor dat men veel te hoge kosten declareert voor de zorg die feitelijk geboden wordt. Het bureau dat het meest aan de schandpaal werd genageld, beloofde in de uitzending beterschap, maar het viel me wel op dat men om dit te bereiken een afdeling kwaliteit en een afdeling casemanagement had opgezet, en ik neem aan dat die medewerkers niet voor niets werken. Die vraag stelde de interviewer helaas niet.
In de uitzending was ook een CDA-kamerlid. Verrassend genoeg stelde hij geen verdere bezuinigingen voor als oplossing van dit probleem, al wilde hij wel dat het CIZ en het Zorgkantoor strenger zouden controleren. Het schijnt immers dat zo’n 95% van de indicaties telefonisch wordt verricht (het CIZ ontkent dat, maar het zou mij weinig verbazen, want ikzelf heb pas één keer een indicatiesteller over de vloer gehad), en bij eveneens 95% van de PGB’s het zorgkantoor de verantwoording niet of nauwelijks controleert. De andere voorstellen waren wel goed: het kamerlid wilde dat bemiddelingsbureaus zelf geen zorg meer mogen leveren, en dat budgethouders altijd zelf de beschikking over hun PGB in huis zouden krijgen, ook als zij het beheer willen uitbesteden. Immers, een persoonsgebonden budget was er niet om zorgorganisaties die geen AWBZ-erkenning hebben, te spekken zonder dat de cliënt er tussenkomt. Laten ze dan zorgen dat ze tot de AWBZ worden toegelaten en gewoon zorg in natura bieden.
Permalink
november 25, 2008 bij 10:46 pm
· Ingedeeld onder Geneeskunde, In de media, Medische fouten, Ziekenhuizen
In Missers werd vandaag een zaak besproken van een vrouw die om het leven kwam tijdens een routine-ingreep: een catheter, nodig bij nierdialyse, prikte een slagader lek, waardoor de patiënt doodbloedde. Deze complicatie – volgens de chirurg in het Missers-panel was het geen fout – is zeer zeldzaam. Toch verwacht je, als je het woord “routine-ingreep” hoort, niet dat je eraan overlijdt.
Tussen de artsen in het panel ontstond een korte discussie over de vraag of zeer zeldzame complicaties bij operaties vermeld moesten worden. De afspraak is dat complicaties die vaker voorkomen dan één op de 200 gevallen, gemeld worden aan de patiënt. In dit geval was dit bijvoorbeeld de mogelijkheid dat bij het inbrengen van de catheter het longvlies lekgeprikt zou worden, waardoor een klaplong ontstaat. Of dit in deze specifieke zaak aan de patiënt verteld is, werd mij niet duidelijk. Natuurlijk zegt het woord “routine-ingreep” niets over de risico’s – als een arts duizenden keren een risicovolle operatie uitvoert, is dit voor hem ook een routine-ingreep -, maar als patiënt geloof je algauw dat er niks mis zal gaan, en ben je verontwaardigd als dit toch gebeurt terwijl de arts dit niet had vermeld. Het móet wel fout gedaan zijn, anders overlijdt iemand niet na een simpele ingreep!
Aan de andere kant wil je als arts de patiënt ook niet bang maken met lange lijsten aan mogelijke risico’s. Van medicijnen worden ook nooit alle bijwerkingen verteld – ikzelf ben vaak weinig te spreken over dergelijke informatie, want ik mag blij zijn als ik de meest voorkomende bijwerking te horen krijg -, maar die kun je dan nog lezen in de bijsluiter. Aan de andere kant wil je het als patiënt helemaal niet weten als er niks gebeurt, want dan maak je je alleen maar onnodig zorgen. Stel je voor dat de arts van tevoren de dochter van de te opereren mevrouw had verteld: “U moet weten dat er een zeer klein risico is dat we een slagader lekprikken en uw moeder hieraan overlijdt.” Als er dan niets fout ging, zou dit onnodige stress hebben opgeleverd. Voor één persoon maakt dat niks uit, maar als diezelfde arts dit tegen honderden familieleden van honderden patiënten vertelt, zijn die allemaal op één na onnodig gestresseerd. Achteraf is het natuurlijk makkelijk zeggen dat je het had willen weten.
Overigens is de betreffende arts in de aangespannen tuchtzaak wel berispt. Dit had te maken met de manier waarop hij op de opgetreden complicatie reageerde – mevrouw werd op de intensive care slecht in de gaten gehouden en dus werd haar inwendige bloeding ook niet behandeld – en de manier waarop hij de familie achteraf informeerde. Je hoeft immers als familie niet alles te weten wat er heel misschien wel mis kan gaan, maar dan moet je er wel op kunnen vertrouwen dat de arts op deze zeer zeldzame complicaties wel adequaat reageert.
Permalink
november 20, 2008 bij 10:21 pm
· Ingedeeld onder Bejegening, Ethiek, Gedragsregulering, Gehandicaptenzorg, In de media, Verstandelijke handicap, Vrijheidsbeperkende maatregelen
Vanavond ging Andere Tijden over de controverse rond Jolanda Venema, die in 1988 in de krant kwam, omdat ze naakt vastgebonden lag in de isoleercel van een zwakzinnigeninrichting. De instelling waar ze indertijd verpleegd werd, kwam nu vooral in een positief daglicht, inclusief een prachtig pronkinitiatief voor een woonwerkboerderij voor ernstig gehandicapten met gedragsproblemen. Maar uiteraard werd de uitzending niet voor niets vertoond, gezien de recente ophef over de separeercel en het feit dat afgelopen dinsdag nog bleek dat de Zweedse band nog te vaak wordt gebruikt. Men heeft nu wel weer mooi een intentieverklaring om de onrustband op termijn af te schaffen, maar het is de vraag of dit ook echt gebeurt. Immers, al is de inrichting waar Jolanda verbleef verantwoordelijk voor haar behandeling, het leek er niet op dat deze mensonterende toestand de bedoeling was geweest. Het was een proces dat voortkwam uit vermeende noodzaak volgens het personeel, dat wel wist dat dit niet hoorde, maar niet hoe het anders moest. Als aan dit soort misstanden in de zorg een einde moet komen, moet dit zowel vanuit de behandelaren als vanuit het management en de inspectie en ook vanuit de politiek, worden ondersteund.
Permalink
september 21, 2008 bij 11:21 pm
· Ingedeeld onder Geestelijke gezondheidszorg, In de media, Medische fouten, Vrijheidsbeperkende maatregelen
Gisteren hoorde ik in een actualiteitenprogramma dat een man in een separeercel bij een GGZ-instelling is overleden. Het zal niet de eerste en niet de laatste zijn, vrees ik. In Nederland wordt veel sneller gesepareerd dan in andere landen, de personele bezetting is beroerd door chronische bezuinigzucht, en hierdoor is het toezicht op gesepareerde patiënten ook nog eens lastig. In dit specifieke geval waren dan ook nog de raampjes van twee separeers beschadigd, waardoor de verpleging niet in de cellen kon kijken. Ik hoorde van medepatiënten dat er in sommige separeerruimtes gordijntjes voor de ramen hangen. Dat schijnt ook het geval te zijn bij de time-outkamers die op onze afdeling zijn – wij hebben geen separeers, maar de andere gesloten afdeling wel. En vaak genoeg merk ik – niet persoonlijk (ik heb al eeuwen niet in de time-out gezeten), maar via medepatiënten -, dat verpleegkundigen heel laat op een bel reageren. Natuurlijk zijn er patiënten die om de minuut bellen omdat ze uit de time-out willen, terwijl er verder niets dringends is, maar je zal maar een keer laat reageren als er wél echt iets aan de hand is.
Veel instellingen beweren tegenwoordig dat ze dwang in de psychiatrie willen terugdringen. Helaas is het dan wel eerst noodzakelijk dat de personele bezetting eens wat beter wordt, zodat je patiënten daadwerkelijk goed kunt begeleiden en escalatie kunt voorkomen. Helemaal voor, alleen zo jammer dat het niet gebeurt. Ik zit nu een klein jaar op deze afdeling (überhaupt veel te lang voor een gesloten opnameafdeling, maar dat is mijn punt niet) en het lijkt wel of er bij ons steeds meer afgezonderd wordt. In de eerste twee maanden van mijn opname, is er maar één of twee keer iemand in de time-outkamer gezet; in de maand daarop een medepatiënt twee of drie keer en ikzelf éénmaal. Tegenwoordig zit er bijna elke dag wel minstens één patiënt in de time-out. Ik gaf eerst de psychiater de schuld. Sinds maart hebben we een nieuwe psychiater en het viel mij op met hoeveel gemak en voor wat voor onzinredenen hij “rustprogramma’s” (kots!) oplegt. Ik kan me nog steeds niet helemaal aan die indruk onttrekken, maar toch zal ook wel meespelen dat de verpleging totaal niet anticipatorisch kan werken, omdat men continu onderbezet is en dus sowieso al niet eens van de afdeling af kan of al te individueel met een moeilijke patiënt bezig kan zijn. Wat trouwens het ook weer moeilijk maakt om toezicht te bieden als een patiënt afgezonderd moet worden.
Naar ik begreep is in de instelling waar de patiënt is overleden, ook sprake geweest van een suboptimale personele bezetting. Het schijnt dat dit is gecorrigeerd, maar het is natuurlijk wel weer een voorbeeld van het kalf en de put. Die raampjes had men trouwens ook wel wat eerder mogen herstellen.
Permalink
september 11, 2008 bij 10:07 pm
· Ingedeeld onder In de media, Ouderen, Toegankelijkheid van zorg, Verpleeg- en verzorgingshuizen
Gisteren had Netwerk een item over jong-dementerenden. Gemiddeld duurt het bij deze groep mensen, die onder de zestig de ziekte van Alzheimer krijgen, jaren voordat ze de juiste diagnose krijgen. Burn-out is vaak het eerste waaraan wordt gedacht, omdat de vijftigers met een beginnende dementie vaak in de kracht van hun leven zijn als ze klachten krijgen, en omdat vaak het eerste probleem is dat men “het niet meer aankan”.
Als de diagnose eenmaal correct is gesteld, is het lastig genoeg om hulp te zoeken. De RIAGGs hebben soms wel hulpgroepen. Nog geen jaar geleden is bij mijn weten het eerste verpleeghuis speciaal voor jong-dementerenden opgericht. Helaas is het een particulier tehuis en niet betaalbaar voor mensen met bijvoorbeeld enkel AOW. Dagverblijven zijn er wel al meer, maar het lijkt mij toch dat dit nog een groep is waarvoor weinig specifieke hulp is. Mijn enige familielid dat overigens dement werd, mijn opa, was bijna 77 toen de diagnose werd gesteld en heeft vanaf toen tot zijn dood anderhalf jaar later, in een “gewoon” verpleeghuis doorgebracht.
Permalink
juli 1, 2008 bij 9:32 pm
· Ingedeeld onder In de media, Jeugdzorg, Justitie, Kinderen
Vanavond ging Netwerk onder andere over de slechte omstandigheden van kinderen van gedetineerden. Vaak wordt pas als de ouders al vast zitten, nagegaan of er kinderen in het spel zijn en of er opvang geregeld is, en soms durven de moeders niet te vertellen dat ze moeder zijn, omdat ze bang zijn dat ze hun kinderen dan niet terugkrijgen. In het ergste geval kan het ertoe leiden dat kinderen maandenlang alleen thuis zitten zonder ouders of verzorgers.
De geïnterviewden pleitten ervoor dat zowel het ministerie van justitie als het ministerie voor jeugd en gezin zich inzetten om ervoor te zorgen dat de hulpverlening beter georganiseerd wordt. Bureau Jeugdzorg zou eerder moeten worden ingeschakeld, voordat de ouders in de gevangenis zitten. Zo kan tijdig voor opvang bij familie of vrienden of voor een pleeggezin worden gezorgd, zodat je niet de situatie krijgt dat kinderen hals-over-kop bij de buren moeten worden ondergebracht zonder dat ze weten waar ze daarna terecht kunnen. Uiteraard zal het wel weer een bureaucratische en financieel ingewikkelde procedure zijn.
Permalink
mei 19, 2008 bij 10:50 pm
· Ingedeeld onder In de media, Medische fouten, Patiëntenrechten
Vanavond was in het RTL nieuws onder andere een item over medische missers en de lange juridische procedures die slachtoffers vaak moeten voeren. Zelfs als ze gelijk krijgen van het Medisch Tuchtcollege, dan wil dat nog niet zeggen dat ze ook schadevergoeding krijgen – dit kan het tuchtcollege namelijk niet toekennen. Er is dus nog een extra civiele procedure nodig om die schadevergoeding wel te krijgen. Bovendien moet de patiënt c.q. familie met de bewijslast komen, terwijl deze in handen van het ziekenhuis is in de vorm van het medisch dossier. Ik heb hier al eerder over geschreven en blijf erbij dat de procedures voor genoegdoening bij medische fouten moeten worden versimpeld.
Permalink
mei 15, 2008 bij 8:36 pm
· Ingedeeld onder In de media, Verpleeg- en verzorgingshuizen, Vrijheidsbeperkende maatregelen
Vanavond ging Netwerk onder andere over de gevaren bij het gebruik van de Zweedse band. Twee patiënten zijn recent overleden doordat ze waren vastgebodnen op bed. Als de band namelijk te los of te strak zit, is dit zeer gevaarlijk. Helaas denken nog steeds veel verpleeghuisartsen dat er geen alternatief voor fixatie is. Als een patiënt bijvoorbeeld uit bed dreigt te vallen, bedenkt men niet dat je ook het bed lager kunt maken, een matras naast het bed kunt leggen of zachte vloerbedekking kunt gebruiken, zodat de patiënt zich niet bezeert. Bovendien blijkt dat in verpleeghuizen waar de Zweedse band niet meer wordt toegepast, niet meer ongelukken gebeuren dan in verpleeghuizen waar patiënten nog wel worden vastgebonden, en dat sommige patiënten zelfs door de fixatie juist onrustiger worden – en moet je ze daar weer kalmeringsmiddelen voor geven? Reden temeer om deze mensonterende maatregel te verbieden als je het mij vraagt.
Permalink
mei 11, 2008 bij 10:34 pm
· Ingedeeld onder Ethiek, Financiering / Bezuinigingen, In de media, Ouderen, Verpleeg- en verzorgingshuizen
Vanavond ging Zembla over de macabere zorg in verpleeghuizen. Vier jaar geleden heeft een soortgelijke uitzending nog geleid tot kamervragen en beloofde de staatssecretaris verbeteringen. Die zijn volgens familie en personeel niet gekomen. Er is nog steeds een tekort aan verzorgenden, en de hygiënerichtlijnen laten te wensen over. Zo moest men in één verpleeghuis alleen luiers verschonen als die echt vol waren, waardoor mensen urenlang met een natte broek zitten. Helaas ontkennen de managers alles en komt de inspectie alleen aangekondigd controleren. Het is een ernstige toestand, maar er verandert niks. En de bezuinigingen gaan gewoon door. Ja, met een dagtarief van 180 euro kun je ook niet veel. Maar de kans is waarschijnlijk niet groot dat dit snel zal verhoogd worden, want zorg staat niet hoog op de politieke agenda.
En als het geld er wel is, zijn de mensen er niet om de zorg te leveren – we hebben veel te weinig verzorgenden en verpleegkundigen die in de ouderenzorg (willen) werken. Eén huiskamermedewerker op drie huiskamers is veel te weinig. Je kunt moeilijk de verzorgende de schuld geven van het “moeten” fixeren van patiënten omdat er niemand is die ze in de gaten kan houden. Verre van ethisch. En je kunt ook de verzorgende moeilijk persoonlijk aanspreken op de slechte hygiënische toestand waarin je demente moeder verkeert. Maar de zorgmanager weet de slechte omstandigheden die door familieleden werden geconstateerd, aan het feit dat zij moeite hadden met de dementie van hun vader of moeder en het daarbij behorende uit handen geven van de zorg – dus de verzorgende zou spontaan wel de besmeurde kleren verschonen als de dochter het maar liet? In other words: het ligt weer aan de ziekte van de patiënt of de bemoeizucht van de familie. Nou, niet echt.
Permalink