Archief voor Gehandicaptenzorg

AWBZ-begeleiding vanaf 2009

Afgelopen week is de meldactie AWBZ van start gegaan. Het meldpunt is geopend naar aanleiding van de bezuinigingen in de AWBZ die per 1 januari 2009 van kracht zijn. Het CIZ is namelijk enkele weken terug gestart met de herkeuring van alle mensen die een indicatie voor begeleiding (zowel ondersteunde als activerende begeleiding) hebben. Ik las pas dat men verwacht dat mogelijk wel 60.000 mensen na de herkeuring helemaal geen begeleiding meer krijgen, terwijl het totaal aantal mensen dat nu een dergelijke indicatie heeft, hooguit 147.000 bedraagt.

Ikzelf fok me de laatste tijd weer behoorlijk op over mijn eigen indicatie. Waarschijnlijk hoef ik niet herkeurd te worden, omdat mijn indicatie in 2009 afloopt. Eind december pas, dus als ik de berichten goed begrijp, heb ik daarmee nog geluk, dat ik zo lang als mogelijk is onder de oude wetgeving val. Ik zou niet weten wat ik kan verwachten van mijn herkeuring. Voor een deel komt dat natuurlijk doordat ik nog in resocialisatie ben, en het best zou kunnen dat ik ook zonder wetswijziging met minder zorg toe zou kunnen. Dat weet ik nog niet. Maar buiten dat hangt het er natuurlijk vanaf op welke grond ik begeleiding krijg en of die grond na de wetswijziging nog bestaat. Gronden waarvoor geen aanspraak meer bestaat op begeleiding, zijn:


  • Persoonlijke verzorging: ik vraag me af of dit is omdat dit zijn eigen AWBZ-functie is, of omdat mensen die gestimuleerd moeten worden om zichzelf te verzorgen, maar gewoon moeten blijven stinken.
  • Hulp in de huishouding, waaronder niet alleen schoonmaakwerk valt (wat al in de Wmo is ondergebracht), maar ook zorg voor de maaltijden en kleding. Vraag me af hoe Jet Bussemaker dacht dat mensen die hier niet of moeilijk zelf voor kunnen zorgen, zoals ik, dit opgelost krijgen.
  • Maatschappelijk leven, waar alles onder valt wat buitenshuis gebeurt. De smoes om dit door te voeren zal wel zijn dat zogenaamd veel gehandicapten hun dure begeleiders inschakelen om “leuke” activiteiten met ze te ondernemen, of die ene transseksueel die Bussemaker kent, die zijn zorggeld gebruikte voor een cursus om een partner te vinden. De consequentie is natuurlijk dat mensen met een handicap die niet zelf hun dag kunnen invullen en/of geen vrienden hebben, op last van de staat de hele dag mogen bankzitten.
  • Psychisch welbevinden. Men bedoelt dat depressie, angst of eenzaamheid geen reden meer zijn voor begeleiding. Ik vind dit een hele rare: alsof deprssie en angst niet serieus zijn! Nou ja, preventieve cursussen zoals “In de put, uit de put” vallen tegenwoordig onder de basisverzekering, en ik neem aan dat een deel van dergelijke hulp ook vanuit de Wmo gefinancierd wordt (Algemeen Maatschappelijk Werk en dergelijke). Ik kan me er wel iets bij voorstellen dat mensen die alleen maar eenzaam zijn, niet zo nodig naar bijvoorbeeld dagverzorging hoeven, omdat ze ook bij goedkopere activiteiten voor bijvoorbeeld senioren terecht kunnen (ouderenwelzijnswerk etc.). Maar gebrek aan “psychisch welbevinden” kan in combinatie met andere factoren wel degelijk zorgen voor serieuze problemen waar een buurthuis of vrijwilliger geen oplossing voor biedt. Ik ben zelf opgenomen met een probleem dat in deze categorie valt (mijn etiket was destijds “aanpassingsstoornis” of zo), maar ik geloof er geen barst van dat ik langer dan een paar dagen was opgenomen, zelfs in 2007, als ik alleen maar geen “psychisch welbevinden” had. Natuurlijk zou je dan zeggen dat er dan heus nog wel serieuze gronden zouden zijn geweest (ik ben immers opgenomen vanwege gevaarlijk gedrag), maar dit hele vage verhaal houdt geen rekening met de relatie tussen deze factoren: stel dat ik minder zorg zou krijgen dan ik nodig heb (we weten het niet, vooralsnog is het pas in december en ik weet nog niet eens waar ik dan ben), dan is dat waarschijlijk een irrelevant probleem van “psychisch welbevinden” zolang ik niet doordraai. Mijn begeleidster zei vanmorgen al dat een arts haar eens had gezegd om het maar te laten escaleren, zodat het CIZ zou zien hoe beroerd het ging met haar onvoldoende-geïndiceerde cliënt. Been there, done that: ik hoef dat geen tweede keer.

Gronden die nog wel tellen, zijn:

  • Sociale redzaamheid. Om de één of andere rare reden wordt dit op de website van VWS uitgelegd als “regie over het eigen leven kunnen voeren”. Mij doet die omschrijving altijd denken aan iets wat met wilsbekwaamheid samenhangt, maar sociale redzaamheid begrijp ik als het kunnen omgaan met noodzakelijke instanties, financiën, zelfstandig naar de dokter kunnen, etc.
  • Probleemgedrag (agressief of dwangmatig, aldus VWS).
  • Beperkingen in het voortbewegen. Die vind ik vaag: bedoelt men dat je een begeleider kunt inhuren om je rolstoel te duwen – dat lijkt me nog eens geldverspilling! -, of wordt het als grondslag gebruikt om bijvoorbeeld mobiliteitstrainers en ergotherapeuten, die mensen leren omgaan met hulpmiddelen, te betalen, of nog iets anders? Ik snap het eigenlijk niet, want juist sinds ergens in 2008 kunnen mensen met alleen een lichamelijke handicap helemaal geen ondersteunende begeleiding krijgen.
  • Beperkingen in de waarneming, concentratie en/of het denken. Hmmm, geen flauw idee wat men daaronder verstaat: het zal wel een reden zijn om psychiatrische patiënten AWBZ-zorg te kunnen verlenen, maar bepaalt transparant is dit niet.
  • Beperkingen in de oriëntatie en/of het geheugen. Dmentie, dus? Geen idee.

Nou ja, laat ik het er maar op houden dat het een bezuinigingsmaatregel is en iedereen dus minder zorg krijgt. Bullshit natuurlijk, wat VWS schrijft, dat de begeleiding van mensen die het niet echt nodig hebben, voor 2009 ten koste ging van de mensen voor wie de AWBZ is bedoeld: ik durf te wedden dat zelfs de mensen voor wie de AWBZ al tientallen jaren is bedoeld, erop achteruitgaan.

Laat een reactie achter

Zorgverlenrs moeten zorgplan voortaan met cliënt bespreken

Zorgverleners in de langdurende zorg moeten binnenkort zorgplannen altijd eerst met de cliënt bespreken. Dit lijkt mij logisch met het oog op inspraak en informed consent, maar gebeurt lang niet altijd. Helaas vrees ik dat er door dit besluit niets zal veranderen aan de waarde (of beter, het gebrek daaraan) wat door zorgaanbieders aan zorgplannen wordt gehecht. Op het trainingshuis waar ik heb gewoond, werd er alleen een zorgplan gemaakt, als er een nieuwe indicatie nodig was, en maakte het mijn begeleiders niet uit dat mijn eerste zorgplan – geschreven zeven maanden nadat ik er was komen wonen – vol fouten zat. Blijkbaar kregen we niet te weinig geld op basis van dit zorgplan – de fouten overschatten mij nogal -, en niemand gebruikte het zorgplan tegen of voor me. Ik weet echter niet wat er gebeurt als de indicatieorganisaties, met het besluit in de hand, ervanuit gaan dat zorgplannen nu meer kracht hebben, maar de mentaliteit dat zorgplannen er eigenlijk niet zo toe doen, bij zorgverleners niet verandert.

Laat een reactie achter

Andere Tijden: Jolanda Venema, 1988

Vanavond ging Andere Tijden over de controverse rond Jolanda Venema, die in 1988 in de krant kwam, omdat ze naakt vastgebonden lag in de isoleercel van een zwakzinnigeninrichting. De instelling waar ze indertijd verpleegd werd, kwam nu vooral in een positief daglicht, inclusief een prachtig pronkinitiatief voor een woonwerkboerderij voor ernstig gehandicapten met gedragsproblemen. Maar uiteraard werd de uitzending niet voor niets vertoond, gezien de recente ophef over de separeercel en het feit dat afgelopen dinsdag nog bleek dat de Zweedse band nog te vaak wordt gebruikt. Men heeft nu wel weer mooi een intentieverklaring om de onrustband op termijn af te schaffen, maar het is de vraag of dit ook echt gebeurt. Immers, al is de inrichting waar Jolanda verbleef verantwoordelijk voor haar behandeling, het leek er niet op dat deze mensonterende toestand de bedoeling was geweest. Het was een proces dat voortkwam uit vermeende noodzaak volgens het personeel, dat wel wist dat dit niet hoorde, maar niet hoe het anders moest. Als aan dit soort misstanden in de zorg een einde moet komen, moet dit zowel vanuit de behandelaren als vanuit het management en de inspectie en ook vanuit de politiek, worden ondersteund.

Laat een reactie achter

Onderzoek eigen bijdrage Philadelphia

De SP liet afgelopen week weten dat de INspectie voor de Gezondheidszorg onderzoek doet naar de eigen bijdragen bij Philadelphia, een grote zorgaanbieder voor gehandicapten. Het gaat om bijdragen die cliënten moeten betalen voor basisvoorzieningen. Zo schijnt de organisatie de kosten van een tillift op de bewoners te hebben verhaald. Als je het mij vraagt, is dit een belachelijke situatie. Ik heb zelf anderhalf jaar bij Philadelphia gewoond, en wij betaalden een eigen bijdrage voor het gebruik van de wasmachine en voor de internetaansluiting – voor de telefoon betaalden we gewoon abonnements- en gesprekskosten voor het toestel op ons appartement. Dat men voor internet en telefonie betaalt, is normaal, en ik ken andere zorgaanbieders die kosten rekenen voor het gebruik van de wasmachine – iemand die ik ken vertelde me pas zelfs dat in het revalidatiecentrum waar zij verbleef, destijds vijf gulden per wasbeurt gerekend werd -, maar voor noodzakelijke hulpmiddelen behoor je als cliënt niet te betalen. De zorginstelling krijgt niet voor niets geld vanuit de AWBZ. In plaats dat ze dit besteden aan de lunch voor bij de zoveelste vergadering over de reorganisatie – Philadelphia is al jaren organisatorisch aan het rotzooien -, laat ze het aan de zorg voor de bewoners besteden.

Laat een reactie achter

Poging tot omgekeerde integratie in gehandicaptenzorg

’s Heeren Loo doet een poging tot omgekeerde integratie, door middel van een nieuw wooncomplex waar 25 ernstig meervoudig gehandicapten op de begane grond wonen en op de bovenliggende woonlagen, zestien appartementen aan particulieren verhuurd worden. Potentiële huurders kwamen van tevoren op een ontmoetingsbijeenkomst met de cliënten van ’s Heeren Loo, zodat ze wisten waarvoor ze kozen. Blijkbaar meldden mensen zich nog ook. Eindelijk eens niet: “Best hoor, gehandicapten, alleen niet in mijn achtertuin.”

Maar je moet je er nog niet te veel bij voorstellen. De initiatiefnemers van het project hopen dat de buren straks bijvoorbeeld gezamenlijk feestjes zullen houden, maar sommige niet-gehandicapte huurders zien het al niet zitten om bij hun onderburen op de koffie te gaan, omdat ze dat toch te eng vinden. Het is natuurlijk te hopen dat dit in de loop der tijd verandert.

Laat een reactie achter

De lusten (en vooral lasten) van het ouderinitiatief

In een bepaald opzicht is zorg via een persoonsgebonden budget (PGB) heel handig. Je kunt immers je eigen hulpverlener kiezen en bent minder afhankelijk van de willekeur van zorgaanbieders. Wonen en zorg zijn gescheiden, dus als je van je hulpverlenr af wilt, betekent dit niet gelijk dat je uit je huis moet. En je bent niet zo afhankelijk van de regeltjes die bestaande zorgaanbieders hebben. Zo koos ik voor mijn huishoudelijke hulp – die ik nooit kreeg, want een dag na de goedkeuring van de aanvraag werd ik opgenomen – voor een PGB, omdat ik dan een schoonmaakbedrijf zou kunnen inhuren dat ook zou kunnen werken als ik niet in de woning aanwezig was, terwijl reguliere thuiszorgorganisaties verplichten dat je overdag thuis bent als de huishoudelijke hulp komt.

Veel oudercollectieven kiezen ook voor het PGB, zelfs als ze met een HKZ-gecertificeerde zorgaanbieder in zee gaan. Immers, de vereniging die het ouderinitiatief opricht, houdt zo de regie in handen: als de zorgaanbieder niet meer de kwaliteit levert die de oudervereniging wenst, zoekt de vereniging gewoon een andere. Zo kan de vereniging eisen stellen aan bijvoorbeeld de kwaliteit van het personeel. De vereniging MHOOM, die het project waar ik voor op de wachtlijst sta, beheert, heeft bijvoorbeeld in haar statuten staan aan welke functie-eisen begeleiders moeten voldoen.

Het PGB heeft ook nadelen. Eén van de nadelen die ik zelf heb gemerkt, is wat gebeurde toen bleek dat ik geen gebruik ging maken van mijn huishoudelijke hulp: de gemeente joeg achter mijn onterecht gekregen PGB aan, terwijl het Centraal Administratie Kantoor (CAK) een eigen bijdrage voor de niet ontvangen zorg eiste, omdat ik het geld voor die zorg immers wel ontvangen had (maar weer terug moest betalen omdat ik het niet kon verantwoorden). Ik heb daarentegen al ruim een halfjaar een indicatie voor verblijf, op basis van zorg in natura, waar geen gebruik van wordt gemaakt (de indicatie is alvast aangevraagd voor het geval ik bij Pluryn zou gaan wonen, maar hij loopt eerder af dan dat ik verwacht überhaupt een woonplek te hebben), maar hier heb ik nog niets over een eigen bijdrage gehoord, aangezien het CAK blijkbaar dondersgoed weet dat ik geen zorg ontvang. Voor het al of niet ontvangen van zorg, ben je als PGB-houder zelf verantwoordelijk.

Daarnaast ben je uiteraard voor al je niet-zorggreleateerde zaken verantwoordelijk. Een PGB-houder huurt of koopt zelf een woning en is hier dus zelf verantwoordelijk voor. Dat geldt ook voor alle bijkomende kosten, zoals gas en elektra, verzekeringen, huishoudelijke uitgaven en dergelijke. Ik vrees dat ik een hoop kritiek zou krijgen van mijn ex-hulpverlener van het trainingshuis als ik haar vertelde dat mijn financiën op het moment een puinhoop zijn en me enorm veel stress bezorgen (nog een geluk dat ik geen verkwister ben, want ik houd altijd geld over) en de maatschappelijk werker en mijn ambulant woonbegeleider me pushen om budgetbeheer aan te vragen (wil ik tot nu toe niet): vroeger kon ik toch zo goed met geld omgaan? Dan vergeet ze wel dat ik vroeger over mijn grootste kostenpost – huishoudelijke uitgaven – al niet eens na hoefde te denken, omdat ik contant mijn voedingsbudget (schoonmaakartikelen en dergelijke kreeg je van de instelling) kreeg en heus ook wel kon zien of ik nog over had, en dat ik nog geen 150 euro aan eigen bijdrage AWBZ kwijt was per maand en je daarmmee plus mijn zorgverzekering de vaste lasten wel zo ongeveer had gehad. Als ik bij de woonvorm van MHOOM ga wonen (als ik aangenomenw wordt), wordt het nog ingewikkelder, want de SSHN is vrij genereus met zijn bij de prijs inbegrepen services. Omdat het een ouderinitiatief betreft, heb je van één ding weliswaar geen last: het PGB wordt door een stichting beheerd en de zorgaanbieder staat al vast.

Bij ouderinitiatieven heb je helaas niet de voordelen die je bij een “gewoon” individueel PGB hebt. Immers, het gaat hier om een groep ouders die samen een project begint en voor dit doel een woonlocatie huurt. Dan heb je ineens niet meer de situatie dat zorg en wonen gescheiden zijn. Ik ken mensen die dreigden hun huis kwijt te raken toen de vereniging besloot van zorgaanbieder te wisselen terwijl de betreffende cliënt liever zijn oude begeleiders had. Natuurlijk bestaat er ook nog zoiets als de huurbeschermingswet, maar die geldt ineens niet meer als je uit een vereniging, die oorspronkelijk de woningen huurde, bent gezet of gestapt.

Uiteraard bepaalt de oudervereniging ook wie er om te beginnen tot het project toegelaten wordt. En in de criteria wordt natuurlijk de zorgvraag van de cliënt vaak betrokken – bij MHOOM tenminste wel, alle overige rompslomp is voor mij geen probleem -, dus ook niet echt bepaald scheiden wonen/zorg. Het is in zekere zin te vergelijken met het hospiteren voor studentenhuizen, met dat verschil dat je daar meestal voor meerdere huizen tegelijk kunt opteren. Er zijn ook wel meerdere projecten (als ik in heel Nederland kijk dan, MHOOM zit in mijn oude woonplaats Apeldoorn en is daarom “uitverkoren”), maar ik ben er maar voor één aangemeld. En verder kunnen je huisgenoten je er, als je het hospiteren hebt overleefd, niet meer uit zetten. Leuk hoor, al die eigen verantwoordelijkheid, maar van de keuzevrijheid en individuele zorgplanning waar het PGB oorspronkelijk voor was bedoeld, blijft weinig over als je toevallig een steunpunt nodig hebt en dus niet buiten het groepswonen kunt.

Laat een reactie achter

Villawijk ziet liever geen gehandicapten


In een villawijk in Enschede is onrust ontstaan vanwege de komst van een groep verstandelijk gehandicapten. De Stichting Aveleijn SDT heeft één van de tien villa’s aan het Weldammerbos gekocht en is aan het verbouwen
geslagen om over een paar maanden onderdak te kunnen bieden aan vijf of zes gehandicapten. Sommige buurtbewoners zitten daar niet op te wachten en tekenden bezwaar aan. (Bron: AD)

Het gaat de buurtbewoners er niet eens om dat de verstandelijk gehandicapten overlast zouden kunnen veroorzaken, zoals dit soms gebeurt als licht verstandelijk beperkten met ernstige gedragsproblemen ergens moeten worden geplaatst. Wat de buurtbewoners steekt, is het feit dat er misschien in de toekomst wel bewoners komen die overlast veroorzaken. Immers, zij hebben geen invloed op wie er in de woonvorm komen te wonen, en als Aveleijn besluit het project op te doeken, is de villa ongeschikt voor verkoop aan particulieren. Dan komen er, vreest de buurt, wellicht studenten of ex-criminelen in te wonen. Op zich vind ik dit een onzinargument. Ze hebben er immers nooit invloed op wie de villa’s koopt, ook niet als het om particulieren gaat.

Daarnaast vrezen de buurtbewoners dat hun huizen in prijs zullen dalen als er gehandicapten in de buurt komen wonen. Lijkt mij een typische kwestie van de self-fulfilling prophecy als je de vooroordelen van de buurt instanthoudt. “We hebben niks tegen gehandicapten, alleen niet in mijn buurt.” Tuurlijk.

De klagers voeren aan dat de gehandicapten toch ook in een wijk kunnen worden gehuisvest waar 2000 huizen staan in plaats van tien. Sorry hoor, maar soms is een rustige omgeving de beste plaats voor een persoon, bijvoorbeeld als hij een ernstige verstandelijke of meervoudige handicap heeft. En het is uit de tijd om te concluderen dat zulke mensen per definitie in de inrichting horen.

Laat een reactie achter

Grote fusie in de zorg

De Tweede Kamer wil dat minister Vogelaar de fusie tussen Philadelphia (instelling voor gehandicaptenzorg), Evean (thuiszorg) en WoonZorg Nederland (woningbouwcorporatie) tegenhoudt. Zij is de enige die dit kan doen, omdat zij de statutenwijzigign van WoonZorg moet goedkeuren. Maar waarom wil de Tweede Kamer dat de fusie niet doorgaat?

Ik snap op zich dat de Kamer bang is voor een (bijna) monopolie, omdat de nieuwe organisatie dan verreweg de grootste van Nederland zou worden. Als je zo groot bent, kun je de prijs hoog houden en slechte kwaliteit van zorg leveren zonder dat gemeenten of cliënten om je heen kunnen. Daarnaast is er het risico dat de organisatie alleen maar bureaucratischer wordt. Op zich zou ik de regering eerder aanraden wat van de ingewikkelde regeltjesbende te schrappen, als ze dan van de bureaucratie af willen, want dat kost alleen cliënturen, maargoed.

Het argument dat de organisaties aanvoeren, is dat de cliënt dan voor wonen en zorg bij hetzelfde loket terecht kan. Ja, als die organisatie toevallig de zorg biedt die de cliënt nodig heeft. Toen ik nog bij Philadelphia woonde, in het trainingshuis, hoorde ik als argument dat de organisatie dan meer in de melk te brokkelen heeft bij de politiek. Lijkt me eerder reden voor samenwerking dan fusie: als heel veel zorgorganisaties met zijn allen tegen een onzinnig wetsvoorstel van de politiek protesteren, heeft dat meer invloed dan als één mega-organisatie dat doet. Dat wekt dan eerder de indruk dat de organisatie het voor zijn eigen belangen doet.

Dan nog vind ik het vreemd dat de conclusie automatisch getrokken wordt dat een grote organisatie slecht is voor de cliënt. Je hebt op zo’n manier wel een grotere kans dat zorgprofessionals met elkaar beter samenwerken, omdat ze tot dezelfde organisatie behoren. Krijg je niet meer die waanzin dat de woonbegeleider iemands verzorging moet doen omdat de thuiszorg het af laat weten. Mag je hopen tenminste. Maar ik persoonlijk voel meer voor intensieve samenwerking dan fusie. Dan houdt de cliënt tenminste de keuzevrijheid, maar wordt de afstemming van zorg wel beter geregeld.

Reactie (1)

Decentralisatie vs. slechte zorg

Met de decentralisatie – het verhuizen van cliënten uit de inrichtingen naar woonvormen in de wijk – werden bij veel zorginstellingen veranderingen in het personeelsbeleid doorgevoerd. Z-verpleegkundigen, die vroeger de dagelijkse zorg voor verstandelijk gehandicapten hadden uitgevoerd, verdwenen en werden vervangen door zorgmedewerkers met nauwelijks opleiding. Daarnaast werden gastvrouwen aangesteld – vaak vrouwen die ervaring opdeden als moeder en huisvrouw. Officieel is hun taak puur huishoudelijk, maar veelal voeren ze verzorgende of verplegende taken uit, bij gebrek aan goed opgeleid personeel. Vaak is de begeleiding niet eens aanwezig als de cliënten op het dagcentrum behoren te zijn. En waar moet de cliënt dan heen als hij een dag niet naar dagbesteding kan?

Ik zie misschien iets over het hoofd, maar ik zie persoonlijk niet in wat dit met decentralisatie te maken heeft, anders dan dat het een onterecht voortvloeisel is uit de onterecht voorwaardelijke argumentatie achter het wonen in de wijk: “Want ze hebben mogelijkheden.” So what? Waarom kunnen verpleegkundigen wel in inrichtingen werken om daar ernstig verstandelijk gehandicapten of mensen met meervoudige handicaps te verplegen, en niet in een woonwijk? Waarom moet een cliënt, om in de samenleving te mogen deelnemen, kunnen volstaan met minder begeleiding dan hij in de inrichting had, terwijl het begrijpelijk is dat iemand met een handicap meer ondersteuning nodig heeft om in de “normale” samenleving te functioneren dan om in een beschutte, speciaal aangepaste inrichting te verblijven? Het is precies de reden dat ik decentralisatie geen plicht vind: sommige gehandicapten willen niet in een wijk wonen, omdat zij zich in de beschermde omgeving van de inrichting beter kunnen ontplooien. Maar het voorwaardelijke achter wonen in de samenleving legt een enorme druk op de gehandicapte om te presteren: hij gaat in de samenleving wonen (in de praktijk mag de gehandicapte zelf niet kiezen of hij in de inrichting wil wonen, dan wel in de wijk), dus hij zal het met minder ondersteuning moeten doen. Als hij het zo niet redt, zoekt hij het maar uit of gaat hij terug naar de inrichting.

Ik kan niet voor alle mensen met een handicap spreken. Ik kan daardoor niet zeggen dat iedereen in de wijk zou moeten wonen. Dit heeft mijn persoonlijke voorkeur, maar die kan anders zijn voor andere cliënten. Wat ik wel zeg, is dat soms decentralisatie de schuld krijgt van problemen die ontstaan door bezuinigingen op personeel en zorg. Als de gastvrouw in de inrichting had gewerkt en daar een meervoudig gehandicapte had verpleegd omdat er geen verpleegkundige was, was dit ook een misstand geweest, maar blijkbaar kwam dit in de tijd van de massale inrichtingen niet voor (of kwam het niet in het nieuws!). Nu tegelijkertijd met de verhuizing van cliënten van instellingsterreinen naar woonwijken, een enorme bezuiniging op personeel is doorgevoerd, krijgt de decentralisatie de schuld van problemen die het gevolg zijn van slechte zorg door weinig opgeleid personeel.

Laat een reactie achter

Voowaarden voor decentralisatie?

Ik lees op het moment een scriptie over decentralisatie in de verstandelijk gehandicaptenzorg. De probleemvraag is of wonen in de wijk voor alle verstandelijk gehandicapten mogelijk is. De conclusie is, niet verbazingwekkend, dat dit niet het geval is. Maar welke criteria worden eigenlijk gehanteerd?

Ik ben zelf een groot voorstander van decentralisatie, en kan me hierdoor nauwelijks voorstellen dat er redenen zijn om iemand niet in de wijk te laten wonen. Toch heb ik zelf de laatste maanden ondervonden dat wonen in de samenleving een zekere voorwaardelijkheid met zich meebrengt. In mijn eigen geval zijn bepaalde voorwaarden vanzelfsprekend. Zo is het begrijpelijk dat ik begin november opgenomen werd (overigens vrijwillig), toen ik suïcidale neigingen had. Maar die crisis is nu al zo’n kleine twee maanden voorbij. En dit was niet de reden dat ik van mensen hoorde dat ik zo niet in de maatschappij kon zijn – want iedereen behalve ikzelf ging er toen ik nog erg instabiel was, vanuit dat dit wel over zou gaan. Nee, de reden dat ik zogenaamd niet in de maatschappij kon zijn, was dat ik soms schreeuw of met deuren sla als ik overprikkedl ben of er onduidelijkheid is. Ja sorry hoor, maar ik ken genoeg niet-gehandicapte mensen die dit doen en die mogen gewoon een huis huren of kopen en erin wonen – en toen ik nog zelfstandig woonde, ben ik er ook niet door de studentenhuisvesting uitgezet.

De auteur van de scriptie gaat er om de één of andere reden vanuit dat mensen met ernstige vormen van autisme niet in de wijk kunnen wonen. Sommige mogelijke redenen hiervoor hebben feitelijk met veiligheid te maken, zoals wanneer een autistische cliënt een verminderd besef van gevaar heeft en hierdoor niet zelfstandig aan het verkeer kan deelnemen. Maar er bestaan rustige wijken met weinig verkeer, en er zijn als het goed is (maar het is helaas niet altijd goed) voldoende begeleiders om de cliënten te ondersteunen als ze niet zelfstandig kunnen reizen – ik ga, ook al heb ik inmiddels de maximale vrijheid, nog niet alleen naar plaatsen waar ik de weg niet ken, en ga niet alleen van de afdeling af als het niet goed met me gaat, omdat ik mezelf dan in onveilige situaties kan begeven.

Dit is ook een veel gebruikt maar onlogisch argument om mensen met een ernstige verstandelijke handicap buiten de samenleving te plaatsen: op het terrein kunnen ze meer. Ze kunnen dan bijvoorbeeld zelf naar de dagbesteding lopen. Dit kan echt een reden zijn waarom sommige mensen liever op een terrein wonen. Zoals ik al zei: ik ben een enorme voorstander van decentralisatie, dus ik vind het moeilijk voor te stellen dat iemand liever in een inrichting zit, maar het kan – en wonen in de wijk is een recht, geen plicht. Aan de andere kant vraag ik me soms af of de cliënt feitelijk meer vrijheid ervaart op een terrein, danwel of het erom gaat dat de vrijheid van mensen die in de wijk wonen, wordt ingeperkt door personeelsgebrek en mindere kwaliteit van zorg, juist omdat het want-ze-hebben-mogelijkhedenmantra meer als grondslag voor decentralisatie geldt dan het recht van alle mensen om deel te nemen in de samenleving.

Een andere reden om cliënten in inrichtingen te laten verblijven, is dat zij zogenaamd maatschappelijk onacceptabel gedrag vertonen. Schreeuwen en met deuren smijten wellicht? Maar zelfs in extremere situaties heb ik in het algemeen bezwaar tegen de notie dat je een cliënt het recht mag ontnemen om in de samenleving te zijn. Ikzelf liep tijdens mijn crisisperiode soms hard huilend over straat. Hoewel sommige professionals in mijn omgeving dit een reden vinden om me uit de maatschappij te houden, en ik hier maar mee instem omdat de professionals wel gelijk zullen hebben, vind ik het eigenlijk onzin om een cliënt die dit gedrag vertoont en verder geen acuut gevaar vormt voor zichzelf of anderen, puur daarom buiten de samenleving te plaatsen. Maatschappelijk onaanvaardbaar gedrag? Intolerante samenleving. Let wel: ik zeg niet dat je storend gedrag van gehandicapten moet accepteren in de zin dat je er als begeleider geen interventie op mag toepassen, maar dat het geen reden is om iemand het recht om in de maatschappij te verblijven, te ontzeggen. Het gaat er niet om of de cliënt in de maatschappij wordt geaccepteerd – als je de cliënt buiten de samenleving houdt, wordt de kans er ook niet groter op.

* Batenburg, S. (2003), Decentralisatie in de verstandelijk gehandicaptenzorg: is dit voor iedereen geschikt? Den Haag: Haagse Hogeschool. Scriptie in het kader van de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening.

Laat een reactie achter

Oudere Berichten »