Archief voor Gedragsregulering

Erg negatieve, persoonlijke update

Ik heb al weken niet geschreven, omdat ik me er niet toe kan zetten. Zorgland zuigt. Ik ben nu net weer wakker geworden met allerlei negatieve gedachten over mijn situatie. Maandag had ik behandelplanbespreking, en het is één grote zinloze formaliteit. Omdat men me niet meer in het gareel kan dreigen – want dan moet de reso me niet meer -, besloot men maar de huidige verslechterde situatie en het niet werken van het crisissignaleringsplan te negeren – of althans, de schuld op mijn nogal onrustige huidige medepatiënten af te schuiven -, en als het zo blijft, wordt het ongetwijfeld aan mijn onwil geweten. Onwil, expliciet. Onvermogen om na bijna veertien maanden keihard mijn best doen en geen resultaat, mezelf nóg verder te forceren, zal wel niet mogelijk zijn. Immers, iedereen doet zo hard zijn best, en als ik daar niet op reageer door mijn kop te houden, zal dat wel ondankbaar zijn. Ik zie de resultaten van dat vreselijk je best doen niet, en erken toch dat de maatschappelijk werker haar best doet. Andersom heb ik dat nauwelijks gezien.

Vanmiddag kreeg ik een enquête van mijn zorgverzekeraar. Men had mij “geselecteerd” als één van haar klanten die in 2008 zorg had ontvangen binnen de GGZ, en men wilde mijn oordeel. Ik heb het ding weggeflikkerd, net als in juni het eigen kwaliteitsonderzoek van de GGZ. Of ik tevreden ben over mijn behandeling? Welke behandeling? Maar dat ligt uiteraard aan mij en mijn “gedragsstoornis” (ik wil wel even de protocollen voor het omgaan met mensen met gedragsstoornissen opzoeken, maar die gaan ze hier ook niet willen horen) en mijn “custom made” vervolgplek – want omdat de vervolgplek zo super de luxe specifiek moet zijn (wie zegt dat?), mag de huidige toestand nu veertien maanden and counting klote zijn. Leven voor één of andere ongewisse, niet te berekenen toekomst lijkt nog steeds oké te zijn.

Bladerde net door mijn E-mailbox, en kwam een aankondiging van Zembla van afgelopen zondag tegen. Hmmm, als ik zwakbegaafd was, was de toestand niet beter, want de uitzending ging over macabere toestanden op een gesloten woonafdeling voor licht verstandelijk gehandicapten met ernstige gedragsproblemen. Niet dat ik ooit fysiek agressief word tegen mensen – wel tegen spullen, heel af en toe -, maar toch. Ik zal dit wel hebben verdiend als vergelding voor het feit dat ik als kind nooit uit huis geplaatst ben, hoewel ik toen ook flinke gedragsproblemen had (inclusief fysieke agressie naar mensen); je moet toch ooit je straf hebben.

Laat een reactie achter

Andere Tijden: Jolanda Venema, 1988

Vanavond ging Andere Tijden over de controverse rond Jolanda Venema, die in 1988 in de krant kwam, omdat ze naakt vastgebonden lag in de isoleercel van een zwakzinnigeninrichting. De instelling waar ze indertijd verpleegd werd, kwam nu vooral in een positief daglicht, inclusief een prachtig pronkinitiatief voor een woonwerkboerderij voor ernstig gehandicapten met gedragsproblemen. Maar uiteraard werd de uitzending niet voor niets vertoond, gezien de recente ophef over de separeercel en het feit dat afgelopen dinsdag nog bleek dat de Zweedse band nog te vaak wordt gebruikt. Men heeft nu wel weer mooi een intentieverklaring om de onrustband op termijn af te schaffen, maar het is de vraag of dit ook echt gebeurt. Immers, al is de inrichting waar Jolanda verbleef verantwoordelijk voor haar behandeling, het leek er niet op dat deze mensonterende toestand de bedoeling was geweest. Het was een proces dat voortkwam uit vermeende noodzaak volgens het personeel, dat wel wist dat dit niet hoorde, maar niet hoe het anders moest. Als aan dit soort misstanden in de zorg een einde moet komen, moet dit zowel vanuit de behandelaren als vanuit het management en de inspectie en ook vanuit de politiek, worden ondersteund.

Laat een reactie achter

“Geen discussie.”

Vaak heb ik van begeleiders gehoord dat ze beter niet met mij in “discussie” kunnen gaan, om zo te voorkomen dat ik flip. Hier op de opnameafdeling is “zeer directief” zelfs het behandelmotto geworden ongeveer, maar ook op het trainingshuis moest men ervoor waken niet te snel met mij in een oeverloze discussie over allerlei kleine dingen verzeild te raken. Dit geldt in het bijzonder als ik al onrustig ben: dan raak ik alleen maar nog meer in de war van alle details die je er nog eens bij haalt tijdens het gesprek, en begrijp ik je meestal toch niet correct.

Aan de andere kant kan ik me er pimpelpaars met gele stippen aan ergeren als behandelaars, begeleiders of verpleegkundigen “zeer directief” tot hun standaardhouding verheffen. Het leidt er namelijk ook regelmatig toe dat ik er feitelijk niets van begrijp, en dat begrip komt ook niet als ik rustig ben: wat je me niet hebt uitgelegd, kan ik niet begrijpen. Toen mijn arts me bijvoorbeeld mededeelde dat ze geen discussie aanging over het incident dat de dag tevoren had plaatsgevonden en dat ik een time-outbeleid kreeg als ik geen afspraken kon maken om het in het vervolg te voorkomen, vond ik het voor dat moment helemaal prima om een time-outprogramma te krijgen: het was vijf voor vijf, ik begreep niet eens wat ik precies misdaan had, laat staan wat ik kon doen om het in het vervolg te voorkomen, en ik wist wel dat mijn toestand nog steeds crappy was, zodat ik niet kon wachten tot mijn arts later die week dan die afspraken met me zou maken. Aan de andere kant begrijp ik er tot op de dag van vandaag – twee maanden later – helemaal niets van: is het time-outprogramma nou ingesteld om te voorkomen dat ik op de afdeling schreeuw of met een deur smijt (wat nu gezegd wordt, al zei men eerder steeds dat ik voor een time-outprogramma wel wat ergers moest flikken), of om te voorkomen dat ik weer impulsief naar buiten ga en daar ga dwalen en mogelijk ook schreeuwen (wat die bewuste avond naar mijn herinnering is gebeurd en wat de arts ook highlightte toen ze me commandeerde afspraken te maken of anders)? Vorige week ben ik buiten in paniek geraakt omdat ik de weg kwijt was geraakt, dwaalde ik hierdoor, heb ik om hulp geschreeuwd en kwam een verpleegkundige van een andere afdeling naar buiten omdat iemand zich zorgen had gemaakt. Ik moest toen ik terug was op de afdeling, echter niet in de time-out, terwijl dit exact was wat ik me herinner buiten te hebben gedaan op die bewuste avond in juni, en de arts zei heel duidelijk: “Zoiets kan niet nog eens gebeuren buiten.” Het enige wat ik vorige week niet had gedaan en destijds wel, was in een impuls naar buiten gaan (ik kwam van mijn hok), en mijn algehele gemoedstoestand was een stuk beter (maar dat telt niet, want mijn toestand wordt afgemeten aan mijn gedrag), maar het resultaat was toch hetzelfde? De regel in mijn crisissignaleringsplan is wel, dat ik pas in de time-out hoef als het niet werkt om me voor minstens een halfuur naar mijn kamer te sturen, maar destijds in juni had ik, eenmal uit mezelf terug op de afdeling gekomen, ook de hele avond op mijn kamer doorgebracht. Niemand heeft me iets uitgelegd. “Geen discussie, het is een mededeling.” Maar wat dan eigenlijk de mededeling is, snap ik niet.

Het wordt nog gecompliceerder als mensen wel in “discussie” gaan, maar daarbij automatisch vooronderstellingen maken over hoe ze bepaald gedrag moeten interpreteren. Mijn behandelaar vermijdt “discussie” met mij sinds januari, toen we een nogal gecompliceerde woordenwisseling hadden over een incident van toen. Om te beginnen herinnerde ik me het incident – waarbij ik in een flipbui midden op de weg stilstond – destijds niet. Nadat mijn arts vijf keer had gevraagd of ik erbij was en met “het zal wel” geen genoegen nam, gaf ik maar toe dat ik erbij was geweest, omdat er een verpleegkundige bij was geweest en die toch niet liegt in rapportages. Tja, het is gemakkelijk om dat te interpreteren als een poging om het incident in de doofpot te stoppen, en dus de conclusie te trekken dat je me gewoon moet straffen zonder inhoudelijk verder aandacht aan de situatie te schenken. Maar er speelde ook, dat er vrij automatisch vanuit werd gegaan dat ik min of meer bewust voor dit gedrag had gekozen en, als dat niet zo was, dan in ieder geval de grotere veiligheidskwestie begreep. Voor een deel doe ik dat inderdaad, maar niet volledig. Net als dat ik vorige week niet in de time-out ben gegaan, ga ik er ook maar niet tegenin als een verpleegkundige zegt dat ik nu wel op de weg mag lopen en daarvoor niet mijn vrijheden kwijtraak, maar ik snap er weinig van. Ik mag niet hopen dat ik, als ik eenmaal in de maatschappij terug ben, in een vergelijkebare situatie terecht kom. Want als ik nu om uitleg vraag over een bepaalde sociale regel en ik ga tegen een bepaalde interpretatie van mijn gedrag in, betekent dat “discussie” en is mijn serieuze vraag dus een overduidelijke poging tot manipulatie. Echt niet begrijpen is natuurlijk weer onmogelijk.

Laat een reactie achter

“Je doet het om de aandacht.”

“Je doet het voor de aandacht.” Dat is gemakkelijk geconcludeerd, want elke vorm van negatief gedrag is volgens de gemiddelde hulpverlener meestal aandachttrekkerij. Op zich is dat logisch: het negatieve gedrag trekt immers daadwerkelijk de aandacht van de hulpverlener, ook al willen noch de cliënt, noch de hulpverlener dit: het is een eenvoudig principe uit de sociale psychologie dat negatief gedrag gemakkelijk opvalt. Gegeven deze feiten, zou ik dan ook veel vaker dan ik daadwerkelijk doe, moeten toegeven dat ik met mijn gedrag de aandacht trek. Maar de reden dat ik steevast tegen een dergelijke interpretatie protesteer, is, naast het feit dat het niet mijn bewuste bedoeling is om aandacht te krijgen, nog een andere: aandacht vragen wordt gezien als iets intrinsiek ongewensts.

Het is natuurlijk pertinent onjuist. Je trekt ook de aandacht als je gewoon iemands naam roept, en dat wordt (mag je hopen) niet afgestraft of genegeerd. Evenzo trek je de aandacht als je constant grappen maakt – en de cabaretier wordt hier grif voor beloond. En toch, zodra je in een hulpverleningssituatie bent en gedragsproblemen hebt, wordt “aandacht vragen” getypeerd als iets pathologisch. Hetzelfde geldt trouwens voor “manipuleren”, terwijl dit in essentie het doel van alle communicatie is: een persoon of situatie beïnvloeden.

Ja natuurlijk, ik begrijp wat de hulpverlener eigenlijk bedoelt: “Als het je bedoeling is om aandacht te vragen, dan doe je dat op een verkeerde manier.” Maar meestal wordt deze verkeerde manier van aandacht trekken, afgestraft door de cliënt botweg te negeren als hij het ongewenste gedrag vertoont, blijkbaar in de hoop dat hij dan vanzelf op de gewenste manier om aandacht komt vragen. Maar hierbij vergeten we de vaak gebrekkige cognitieve, communicatieve en sociale vaardigheden van de cliënt: hij is (nog) niet in staat op de gepaste manier om aandacht te vragen. En zo wordt gemakkelijk overgebracht dat de cliënt een gestoorde zucht om aandacht heeft. Feitelijk heeft ieder normaal mens behoefte aan een vrij grote hoeveelheid aandacht van andere mensen en is er aan deze behoefte bij cliënten met ongewenst gedrag, niets pathologisch.

Ik herinner me een studie die een aantal maanden geleden in een medisch vaktijdschrift is gepubliceerd, waarin het effect van antipsychotica op agressie bij verstandelijk gehandicapten werd onderzocht. De groep cliënten was onderverdeeld in drie subgroepen: één groep kreeg het atypische antipsychoticum Risperdal (risperidon), één groep kreeg het klassieke middel Haldol (haloperidol) en één groep kreeg een placebopil. Aan het eind van de studie bleek dat álle cliënten significant minder agressief gedrag vertoonden. De meest waarschijnlijke verklaring is hiervoor dat de agressie verminderde door het feit dat de mensen in de studie deelnamen en hierdoor veel aandacht kregen. De psychologische achtergronden van dit fenomeen vielen buiten het bestek van de studie, maar het is niet waarschijnlijk dat de cliënten een excessieve behoefte aan aandacht hadden. Het ging om bewoners van een instelling, die bovendien een ernstige ontwikkelignsstoornis hadden. Hierdoor zouden ze vermoedelijk neit in staat zijn uit zichzelf op een geaccepteerde manier om aandacht te vragen, hoeveel je ze ook vol zou stoppen met psychofarmaca en hoezeer je ze ook pedagogisch zou negeren. Bovendien, al zouden ze wel op een normale manier om aandacht hebben kunnen vragen, dan was de kans nog zeer klein dat ze het kregen, gegeven het feit dat zorgpersoneel tegenwoordig hier geen tijd voor heeft. Medische onderzoekers wel.

“Je doet het voor de aandacht.” Ja, klopt, en wat dan nog? Jij loopt ook de hele dag aandacht te trekken, alleen heb jij als hulpverlener de cognitieve, communicatieve en sociale competenties om dit op een aanvaardbare manier te doen. In plaats van de behoefte van je cliënten, die meestal alles behalve excessief is, te pathologiseren en daarom te negeren, leer je ze liever om op een acceptabele manier deze behoefte – die meestal trouwens complexer is dan puur “aandacht”, maar dat is stof voor een andere post – te uiten. In veel instellingen in de zorg is tegenwoordig een personeelstekort, waardoor het voro begeleiders, verzorgenden en verpleegkundigen vaak niet mogelijk is om aan de behoeften van cliënten tegemoet te komen, maar is daarmee de behoefte van de cliënt ongepast? En als je toevallig, zoals ik, van mening bent dat het er meer om gaat op welke manier je cliënt zijn behoeften uit, dan wélke behoeften hij uit, houd dan voortaan je beschuldigende toon achterwege als je tegen een cliënt zegt dat hij zich voor de aandacht misdraagt.

Laat een reactie achter

Directief achter de “dikke deur”

Sinds maandag heb ik weer een time-outbeleid. Het zal wel nodig zijn, want onze psychiater heeft het blijkbaar goedgekeurd, en die heeft bij mij nog redelijk wat credit – heeft er in ieder geval bij mij blijk van gegeven ook normaal te kunnen communiceren, terwijl mijn behandelaar al minstens zes maanden alleen in “zeer directieve mededelingen” spreekt.

Op zich ben ik het er helemaal niet zo mee oneens. Ik bedoel, ik blijf erbij dat het op langere termijn niks oplost – het is immers een beheersmaatregel -, en ik weet niet of het echt zo gruwelijk noodzakelijk is om deze maatregel in te voeren. Maar voor nu is het best. Ik heb zondag bijna twee uur rond het ziekenhuis gezworven en heb buiten waarschijnlijk geschreeuwd of zoiets (kan het me niet goed herinneren). Men vindt het blijkbaar een ernstig incident wat zich niet mag herhalen, en het feit dat ik niet zo één-twee-drie wist hoe ik dat ging voorkomen, was volgens mijn behandelaar reden genoeg voor de “dikke deur”. Niet zo dramatisch als je het mij vraagt – ik heb gisteren eindelijk mijn halfjaar oude crisissignaleringsplan bijgewerkt en, als ik me eraan kan houden, hoef ik toch niet in de time-out, en zo niet, dan hoeven we in ieder geval niet te wachten tot een nieuw incident voor ik achter slot kan worden gezet. Niet dat ik persoonlijk denk dat de “dikke deur” voor dit specifieke gedrag een oplossing is, maar als mijn arts denkt van wel, dan zien we dat vanzelf. Dit was niet het probleem wat ik met mijn behandelaar had, en het is meestal trouwens niet het grootste probleem wat ik met haar heb, want als ik nadenk, zijn haar beslissingen vaak best redelijk. Maar c’est le ton qui fait la musique, en ik snap echt niet waar ze het idee vandaan heeft dat het altijd per se autoritair moet.

Ze heeft vorige maand, na één incident waarvan ze nog niet de helft heeft gezien, geconcludeerd dat je met “zeer directieve instructie” over mijn gedrag kunt bereiken dat ik ophoud met flippen. Schreeuwen dat ik niet moet schreeuwen dus. Letterlijk gezien heeft ze gelijk, maar ophouden betekent nog niet dat ik niet na twee minuten weer opnieuw begin. Bovendien gaat het erom een flipbui te stoppen. Autoritaire preken terwijl ik niet meer aan het flippen ben, hebben er alleen maar toe geleid dat mijn behandelaar steeds verder in mijn achting is gedaald. Zo vond ze het nodig, na het incident van vorige maand, om me, in het bijzijn van nog vier andere medewerkers, een voor haar doen langdurige, zeer dictatoriale preek te geven over alles wat ik nu onmiddellijk, stante pede moest doen om te voorkomen dat ik mijn behandeling “torpedeerde”. Toegegeven: ik had kort daarvoor tegen de maatschappelijk werker geschreeuwd, en dat ze eiste dat ik mijn excuses aanbood, was dus nogal wiedes, maar al de rest leek vooral bedoeld om maar eens even flink te laten zien wie hier de baas is. Achteraf bleek het te gaan om het invullen van een stom kutformuliertje wat nog lang niet hoeft te worden ingevuld. Hoop hijsa om niks dus, en voorkomen dat ik de volgende keer weer tegen de maatschappelijk werker zou schreeuwen, deed het overigens niet.

Maandag heeft ze bij mij weer eens behoorlijk het bloed onder de nagels vandaan gehaald. Om te beginnen was ik het helemaal niet met haar oneens dat wat zondag gebeurd was naar de regels van mijn afdeling een ernstig incident zou zijn (al betwijfel ik of de criteria voor “gevaar” uit de BOPZ daadwerkelijk zijn vervuld). Desondanks begon ze haar betoog al onmiddellijk: “Dit is een mededeling. Over wat er is gebeurd ga ik geen inhoudelijke discussie voeren.” Ik zou het eigenlijk best willen weten, maar niet om erover te discussiëren; mijn beoordelignsvermogen is in een dergelijke staat een stuk slechter dan de ogen en oren van andere mensen. Ze deed een poging me een ultimatum te stellen: ik moest goede afspraken maken om te voorkomen dat een dergelijk incident zich zou herhalen, anders was men genoodzaakt het time-outbeleid weer in te voeren. Ik heb op normale toon aangegeven dat ik best bereid was om afspraken te maken, maar op dit moment niet wist hoe ik een herhaling kon voorkomen. “Dan krijg je dus een time-outprogramma.” Best, voor zolang als het nodig is, maar krijg ik nog een kans om afspraken te maken als het me wel lukt? Ze smeet de (dikke) deur in mijn gezicht dicht door op alles wat ik zei te reageren met: “Ik heb besloten. Het is een mededeling. Geen discussie.”

Op zich kan ik het accepteren als hulpverleners soms flink therapeutisch uit hun slof schieten. Soms is dat gewoon nodig om mijn aandacht te krijgen. Zoals ik schreef: mijn behandelaar heeft gelijk als ze zegt dat je een flipbui tijdelijk kunt stoppen door flink boos te worden, en ik moet uitvinden of ik tijdens die “directieve minuut” in staat ben om afspraken te maken waar ik me vervolgens aan houd, zoals een halfuur op mijn kamer rust nemen (anders moet ik in de time-out). Maar als het langer dan een paar uur geleden is dat ik iets heb geflikt, heb ik dat meestal allang door – tenminste, op deze afdeling, want wat ooit een reden voor maatregelen was, zal dat nog wel zijn (niet dus, dan had ik het beleid veel eerder gehad) -, en is professioneel flippen vaak op zijn minst onnodig en op zijn meest ethisch onjuist (vrijwillige patiënten moeten akkoord gaan en zo) en ineffectief. Het komt wel voor dat ik me niet realiseer hoe schijnbaar gevaarlijk mijn gedrag is, maar dat wordt ook niet duidelijker als niemand het me uitlegt, en hoe voorkom ik dat gevaar dan als ik niet meer op deze afdeling zit? Maandag heb ik uiteindelijk mijn mond maar gehouden, maar dat zegt niet dat ik het ook begrijp.

Laat een reactie achter

Wat is een gedragsstoornis echt?

In veel situaties wordt de term “gedragsgestoord” veel ruimer gebruikt dan hoe het begrip feitelijk is bedoeld. Ik ben af en toe acitef op een forum, ConductDisorders.com, maar zou er nooit zijn gekomen als er alleen ouders van kinderen met deze zeer ernstige gedragsstoornis kwamen. ADHD, bipolaire stoornissen beginnend in de kinderleeftijd, Asperger… niet echt Conduct Disorders of zo. Maar het wordt wel zo genoemd. Helaas niet alleen op internet: toen ik nog geen diagnose van mijn Asperger had (die was verloren gegaan toen ik naar Nijmegen verhuisde en moest opnieuw gedaan worden) en al wel opgenomen zat, en zelfs toen ik de herdiagnose al had, kreeg ik nog van veel verpleegkundigen opmerkingen in de trant van: “Jij hebt geen psychiatrische ziekte, jouw probleem is meer gedragsmatig.” En als ik dan zei dat ik niet simpelweg gedragsgestoord was, kreeg ik het weerwoord dat ook niemand had gezegd dat het simpel was. Wat is een gedragsstoornis echt?

In de DSM-IV staan gedragsstoornissen samen met ADHD in de categore aandachttekort- en gedragsstoornissen. Er zijn twee specifieke stoornissen, plus de “niet anderszins omschreven”(NAO) categorie. De specifieke stoornissen zijn:


  • Oppositional Defiant Disorder (ODD, oftewel oppositioneel-opstandige gedragsstoornis), waarbij sprake is van vijandig, negativistisch en openlijk ongehoorzaam gedrag, maar waarbij geen geweld voorkomt. Kenmerken zijn bijvoorbeeld het met opzet ergeren van anderen, anderen de schuld geven van eigen fouten of wangedrag, weigeren zich aan regels van ouders/volwassenen te houden, en vaak boos of prikkelbaar zijn. Deze kenmerken moeten regelmatig voorkomen over een periode van tenminste zes maanden, en buitenproportioneel zijn voor de leeftijd of het ontwikkelignsniveau van het kind. De symptomen mogen niet uitsluitend voorkomen vanuit het beloop van een psychotische of stemmingsstoornis – hoewel stemmingsstoornissen wel vaak voorkomen bij kinderen met ODD.
  • Conduct Disorder (CD, oftewel antisociale gedragsstoornis), waarbij sprake is van het geregeld schenden van de grondrechten van andere mensen of van belangrijke sociale regels. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om agressie tegenover mensen en dieren, wapengebruik, regelmatig vechten, liegen, stelen, spijbelen, van huis weglopen, brandstichting of vernieling. Tenminste drie kenmerken moeten in de afgelopen twaalf maanden aanwezig zijn geweest, in een zodanige mate dat dit nie tpast bij het ontwikkelingsniveau of de leeftijd van het kind. Deze stoornis komt zowel bij individuele kinderen voor als in groepsverband (dit laatste is minder ernstig). Als een persoon ouder is dan achttien, moet worden nagegaan of hij niet voldoet aan de criteria voor een antisociale persoonlijkheidsstoornis.

Mijn standaard verpleegkudnig etiket was lange tijd “boos en ontevreden” – van die kortzichtigheid werd ik boos en ontevreden, maarja. Een aantal kenmerken van de opstandige gedragsstoornis valt binnen deze categorie – gelukkig zijn het er precies drie – en he tis moeilijk weerlegbaar dat mijn gedrag aan deze kenmerken voldoet. Maar is het daarmee een gedragsstoornis? Niet letterlijk natuurlijk – je moet voor een etiket aan vier kenmerken voldoen -, maar figuurlijk? Zoals: ze zouden me wellicht het etiket disruptieve gedragsstoornis NAO kunnen opplakken. Terecht? I don’t think so.

De meeste stoornissen in de DSM-IV worden op basis van gedragskenmerken gedefinieerd. Asperger ook. Dit is precies de bedoeling van de DSM-IV: objectief meetbare definities van stoornissen geven. Maar zijn alle stoornissen daarmee gedragsstoornissen? In wezen wel, maar ze worden in de huidige psychiatrie en psychologie – die gelukkig van het puur behavioristische denkkader is afgestapt en overgegaan nar een gedeeltelijk cognitief en biologisch denkkader -, niet allemaal zo benoemd en behandeld. Een zelfs bij de gedragsstoornissen is in de bheandeling plaats voor een cognitieve aanpak, waarbij kinderen niet alleen gestraft of beloond worden, maar hen ook geleerd wordt over de gevolgen van hun gedrag en de gevoelens van anderen na te denken. Het blijkt immers dat veel kinderen met gedragsstoornissen moeite hebben met inlevingsvermogen (dit is geen gedragskenmerk maar eenc ognitief-sociale vaardigheid), en gedragsmodoficatie zal ze dit niet aanleren.

Als zelfs de officieel zo genoemde gedragsstoornissen niet puur met gedragsmodificatie te behandelen zijn, hoe moet je dan stellen dat een zeer complexe ontwikkelignsstoornis als Asperger of een ernstige stemmingsstoornis zoals een bipolaire stoornis, een gedragsstoornis is? Wellicht vertonen mensen met deze stoornissen problematisch gedrag – ik in ieder geval wel -, maar dat is niet hetzelfde. Soms wordt over kindern met ODD en CD gesuggereerd dat ze zich “zomaar” misdragen, en misschien is dat ook zo (ik twijfel eraan, maar ken geen mensen met deze stoornissen), maar het is meer dan een beetje kortzichtig om een dergelijke achtergrond te veronderstellen bij iemand met een complexere stoornis, overigens zelfs ls deze persoon daarnaast ook de diagnose van een gedragsstoornis heeft (wat regelmatig voorkomt, gedragsstoornissen komen zelden in hun eentje voor). Gedragsstoornissen zijn al niet simpel, maar iemand met probleemgedrag, is niet per definitie gedragsgestoord.

Laat een reactie achter

Duidelijke afspraken?

“We hebben er duidelijke afspraken over gemaakt.” Ik kan niet meer tellen hoe vaak verpleegkundigen me dit gezegd hebben, meestal als ik me blijkbaar niet aan één van die afspraken houd. Negentig procent van de tijd gaat het echter niet om afspraken met mij, en duidelijk zijn ze al helemaal niet.

De eerste keer dat ik me herinner dat een verpleegkundige aankondigde dat er duidelijke afspraken zouden worden gemaakt, bleek dat de volgende dag mijn behandelaar het time-outbeleid had ingesteld. Ze deelde het me mede, maar leek niet van plan naar mijn mening te luisteren. Daarnaast is er nooit afgesproken of vastgelegd – tenminste niet dat ik weet – welk gedrag wanneer aanleiding vormde tot afzondering. Met mij was hier best over te praten geweest, maar dat is niet gebeurd. Ik heb uiteindelijk toestemming gegeven voor de maatregel, maar mijn opmerking dat het met duidelijke afspraken wel kon, is geïnterpreteerd als dat ik het een goede stok achter de deur vond. “Om de groep te ontlasten en haar de verantwoordelijkheid voor haar gedrag terug te geven,” is het doel dat in mijn behandelplan (dat van 24 januari, toen ik nog geen toestemming gegeven had) stond. Als ik in die tijd naar concrete afspraken vroeg, kreeg ik een vaag antwoord à la: “Nou ja, als je bijvoorbeeld schreeuwt of met de deur smijt, je kent dat gedrag wel.” Is het vreemd dat ik, toen ik twee weken nadat de maatregel was ingesteld, een keer schreeuwde, vreesde linea recta de time-out in gestuurd te worden?

Maar het gaat niet alleen om middelen en maatregelen, waarover overigens officieel duidelijke afspraken moeten zijn opgenomen in het behandelplan – maarja, we hadden al gezien dat mijn afdeling het niet zo nauw neemt met de regels rond M&M. Als er afspraken moeten worden gemaakt over mijn gedrag, wordt daarbij zelden naar mij geluisterd, en de eenzijdige mededeling is bovendien vaak erg vaag. Zo kwam ik een paar dagen geleden bij het verpleegkundig kantoor. Ik weet niet meer precies waar het over ging, maar ik was behoorlijk onrustig en herhaalde (als ik me het goed herinner) vaak dezelfde opmerkingen en vragen. Op een gegeven moment deelde een verpleegkundige me mede dat ik te ver ging en weg moest gaan, want er waren “duidelijke afspraken”. De volgende dag heeft ze met mij de afspraak gemaakt dat ik me alleen tot één verpleegkundige mocht richten om een afspraak te maken voor een gesprek, in plaats van steeds bij kantoor te komen en constant in herhaling te vallen en onrustig te worden als ik geen (duidelijk) antwoord kreeg. Daar kan ik me in vinden: ik heb de neiging vaak dezelfde dingen te herhalen als ik onrustig ben, en als ik het dan voor mijn gevoel niet kan afronden, blijf ik erop doorgaan. Misschien bedoelde ze dat, maar die afspraak was toen nog niet gemaakt – in ieder geval niet met mij -, en haar mededeling was allerminst duidelijk.

Soms komt het me voor alsof duidelijke afspraken maken voor verpleegkundigen zoiets is als grenzen stellen. Op zich is dat natuurlijk het doel van de afspraken: het beheersen van problematisch gedrag van de patiënt. Maar het is niet hetzelfde. Een soortgelijke situatie had ik ongeveer een jaar geleden op het trainingshuis. Ik had (en heb nog steeds, maar minder) de neiging om erg veel tijd van begeleiders te claimen, omdat ik in mijn hoofd een onderwerp niet goed kon afsluiten. Dit veroorzaakte natuurlijk een probleem, omdat andere cliënten ook aandacht verdienen en de begeleiding ook nog moet rapporteren. Toen ik het hierover had met mijn persoonlijk begeleider en mijn SPV’er (sociaal psychiatrisch verpleegkundige), deelde mijn begeleider mede dat ze er grenzen aan moesten stellen. De tijd voor ons gesprek was bijna om, dus het bleef bij de mededeling en er kwam geen duidelijke afspraak met mij. Op zich begreep ik de noodzaak van grenzen stellen in dit geval, maar op deze manier had ik geen idee hoe ik binnen de grenzen ging functioneren: op deze manier kon een begeleider me bij wijze van spreken midden in een zin onderbreken omdat de tijd op was, en dan zou ik misschien juist gaan flippen. Ik stelde dus voor dat we aan het begin van een gesprek zouden afspreken hoeveel tijd er ongeveer voor dit gesprek stond, en dat de begeleider me zou herinneren als de tijd bijna op was, zodat we eventueel een vervolgafspraak konden maken als het nodig was. Vanaf dat moment kon ik me vrij goed aan de tijd houden.

Ik respecteer de grenzen die een verpleegkundige of begeleider stelt – als ik ze redelijk vind, en daarvan kun je me prima overtuigen -, maar ik moet ook weten hoe ik met mijn mogelijkheden en beperkingen ga functioneren binnen die grenzen. Anders ga ik me toch niet gedragen zoals je wilt, of vervang ik het ene ongewenste gedrag door het andere. Duidelijke afspraken zijn prima om problematisch gedrag zoveel mogelijk te voorkomen, maar een eenzijdige mededeling is geen afspraak een duidelijk is niet hetzelfde als streng.

Laat een reactie achter

“Dit is wat jouw gedrag bij mij oproept.”

Vaak rationaliseren hulpverleners het feit dat ze bijvoorbeeld tegen me schreeuwen, met de mededeling: “Dat is wat jouw gedrag bij mij oproept.” Een nog extremere reactie is: “Ik moest het wel doen, want je luisterde niet.” Ik kreeg dergelijke reacties vooral veel op het trainingshuis in Apeldoorn en krijg ze nauwelijsk van verpleegkundigen op de psychiatrische afdeling. Op zich begrijpelijk, gezien het feit dat verpleegkundigen in de psychiatrie behoren te kunnen omgaan met storend of agressief gedrag, en mijn woonbegeleiders van destijds hier mogelijk minder ervaring mee hadden. En toegegeven: meestal volgt deze reactie op een situatie waarin ik bijvoorbeeld schreeuw of met deuren smijt. Maar dan nog: je wilt toch zo graag duidelijk maken dat je cliënt zelf verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn gedrag? Geef dan eerst het goede voorbeeld, zou ik zeggen.

Cliënten kunnen zich ongepast gedragen. Hulpverleners ook. Het simpele feit dat de cliënt een psychiatrische stoornis of gedragsprobleem heeft en jij als hulpverlener niet, wil niet zeggen dat agressief gedrag, zoals schreeuwen, voor jou meer gepast is dan voor de cliënt. Stel je immers voor dat de cliënt, elke keer dat hij bijvoorbeeld schreeuwt, de schuld bij een ander legt door te zeggen dat die ander dit gedrag bij hem opriep! Jij zou deze situatie van verantwoordelijkheid afschuiven, niet accepteren. Dus waarom doe je het zelf dan wel?

Ik vind dit zelf een moeilijk sociaal concept, maar ik begrijp dat er zoiets als “uitlokking” bestaat, en dat agressie meer geaccepteerd wordt als dit was uitgelokt. Je kunt dit aan de cliënt uitleggen, door te zeggen dat hij begon met schreeuwen en jij daarop reageert door terug te schreeuwen. Echter dit is geen manier om je eigen gedrag goed te praten, maar om de context uit te leggen: soms schreeuwen hulpverleners, ook al zeggen ze dat hun cliënt dat niet mag. Daarmee is de hulpverlener nog wel zelf verantwoordelijk voor dit gedrag, ook al was het uitgelokt. Iedereen is immers verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag. In bepaalde situaties is het, voor “normale” mensen (en let erop dat de meeste cliënten niet tot deze doelgroep behoren!) begrijpelijk dat zij agressie tonen, omdat ze werden geconfronteerd met de agressie van een ander. Dat is niet hetzelfde als dat die ander de agressie opriep, alsof de persoon een robot is die wel agressief móet worden. Zo werkt het niet en het is ook buitengewoon verwarrend om op deze manier met cliënten, die vaak al een verminderd begrip van sociale regels hebben, te communiceren.

Laat een reactie achter