Archief voor november, 2008

Schadevergoedingen en medische fouten: Nederland vs. Amerika

Op het moment lees ik het boek De slapende moordenaar van Harold Klawans. Dr. Klawans is neuroloog in de Verenigde Staten en zijn boek gaat over zaken waarbij hij als getuige-deskundige in de rechtszaal heeft opgetreden. Meestal gaat het om schadezaken wegens medisch fout handelen. Tuchtrecht zoals hier lijken ze daar nauwelijks te kennen – in één geval werd de bevoegdheid van een neurochirurg door de staat ingetrokken nadat hij al bij te veel ziekenhuizen een proces aan zijn broek had en steeds ontslagen was. De zaak waarin Dr. Klawans getuigde, was ook wel heel belachelijk: de arts had een middel wat alleen oraal of intraveneus mag worden toegediend, in het ruggemerg van de patiënt ingespoten. Dit geneesmiddel had haar hele hersenen en ruggemerg vernietigd en ze was overleden. Maargoed, verder kunnen alle artsen, nadat hun verzekeringsmaatschappij de dikke schadevergoeding heeft betaald, gewoon doorgaan met werken, totdat er geen maatschappij meer is die ze wil verzekeren.

In het algemeen vallen me twee zaken op als ik Klawans’ boek lees: de soms twijfelachtige redenen waarvoor artsen voor het gerecht worden gedaagd en de hoge schadevergoedingen. Over het eerste is in Nederland een behoorlijke discussie: wanneer is iets een complicatie en wanneer is het een fout? Een voorbeeld uit het boek is een vrouw die een vernauwing in de halsslagaders had, wat een verhoogd risico op een beroerte is. Ze moest volgens de vaatchirurg worden geopereerd, en er was geen andere oplossing. De operatie zorgde er echter juist voor dat ze een beroerte kreeg. Dat is een bekende complicatie. Waar de chirurg voor verantwoordelijk werd gehouden, waren de stelligheid waarmee hij had beweerd dat er absoluut geen andere oplossing was en de vrouw zonder operatie zeker een beroerte zou krijgen – ze is maar aan één kant geopereerd en heeft aan de andere kant nooit een beroerte gekregen -, en het feit dat hij haar niet had gewaarschuwd dat ze een beroerte kon krijgen als gevolg van de operatie. In Nederland zou zo’n arts hooguit berispt worden. Hetzelfde zou gelden voor een neuroloog die zijn patiënt ten onrechte de diagnose ALS had gegeven. Zelfs ik weet dat ALS gediagnosticeerd wordt door andere aandoeningen uit te sluiten, en in dit geval had de arts een ruggemergtumor over het hoofd gezien. Die zou hij volgens Klawans hebben gezien als hij een myelogram, wat het ook wezen mag, had gedaan, maar dat had de arts niet gedaan. Als gevolg van deze nalatigheid had de patiënt niet alleen onterecht een dodelijke prognose gekregen, maar was hij onnodig in een rolstoel beland, impotent en incontinent geworden – al deze klachten waren niet ontstaan als de tumor op tijd was ontdekt en verwijderd (het was een goedaardig gezwel). Natuurlijk is dit een misser, maar ik denk dat hier in Nederland niet zo’n harde zaak van zou worden gemaakt.

Aan de andere kant legt Klawans ook uit hoe de hoge schadevergoedingen die worden geëist zich verhouden tot de daadwerkelijk geleden schade. Enkele patiënten waren pas in de twintig toen ze invalide raakten. Die zouden nog veertig jaar moeten werken. Volgens Klawans was een jaarinkomen van $20000 geen vetpot, dus dan heb je al $800000 verlies van te verwachten inkomsten alleen. Toch zou dit in Nederland ongehoord zijn in medische zaken.

Laat een reactie achter

Medische fouten tijdens routine-ingrepen

In Missers werd vandaag een zaak besproken van een vrouw die om het leven kwam tijdens een routine-ingreep: een catheter, nodig bij nierdialyse, prikte een slagader lek, waardoor de patiënt doodbloedde. Deze complicatie – volgens de chirurg in het Missers-panel was het geen fout – is zeer zeldzaam. Toch verwacht je, als je het woord “routine-ingreep” hoort, niet dat je eraan overlijdt.

Tussen de artsen in het panel ontstond een korte discussie over de vraag of zeer zeldzame complicaties bij operaties vermeld moesten worden. De afspraak is dat complicaties die vaker voorkomen dan één op de 200 gevallen, gemeld worden aan de patiënt. In dit geval was dit bijvoorbeeld de mogelijkheid dat bij het inbrengen van de catheter het longvlies lekgeprikt zou worden, waardoor een klaplong ontstaat. Of dit in deze specifieke zaak aan de patiënt verteld is, werd mij niet duidelijk. Natuurlijk zegt het woord “routine-ingreep” niets over de risico’s – als een arts duizenden keren een risicovolle operatie uitvoert, is dit voor hem ook een routine-ingreep -, maar als patiënt geloof je algauw dat er niks mis zal gaan, en ben je verontwaardigd als dit toch gebeurt terwijl de arts dit niet had vermeld. Het móet wel fout gedaan zijn, anders overlijdt iemand niet na een simpele ingreep!

Aan de andere kant wil je als arts de patiënt ook niet bang maken met lange lijsten aan mogelijke risico’s. Van medicijnen worden ook nooit alle bijwerkingen verteld – ikzelf ben vaak weinig te spreken over dergelijke informatie, want ik mag blij zijn als ik de meest voorkomende bijwerking te horen krijg -, maar die kun je dan nog lezen in de bijsluiter. Aan de andere kant wil je het als patiënt helemaal niet weten als er niks gebeurt, want dan maak je je alleen maar onnodig zorgen. Stel je voor dat de arts van tevoren de dochter van de te opereren mevrouw had verteld: “U moet weten dat er een zeer klein risico is dat we een slagader lekprikken en uw moeder hieraan overlijdt.” Als er dan niets fout ging, zou dit onnodige stress hebben opgeleverd. Voor één persoon maakt dat niks uit, maar als diezelfde arts dit tegen honderden familieleden van honderden patiënten vertelt, zijn die allemaal op één na onnodig gestresseerd. Achteraf is het natuurlijk makkelijk zeggen dat je het had willen weten.

Overigens is de betreffende arts in de aangespannen tuchtzaak wel berispt. Dit had te maken met de manier waarop hij op de opgetreden complicatie reageerde – mevrouw werd op de intensive care slecht in de gaten gehouden en dus werd haar inwendige bloeding ook niet behandeld – en de manier waarop hij de familie achteraf informeerde. Je hoeft immers als familie niet alles te weten wat er heel misschien wel mis kan gaan, maar dan moet je er wel op kunnen vertrouwen dat de arts op deze zeer zeldzame complicaties wel adequaat reageert.

Laat een reactie achter

Andere Tijden: Jolanda Venema, 1988

Vanavond ging Andere Tijden over de controverse rond Jolanda Venema, die in 1988 in de krant kwam, omdat ze naakt vastgebonden lag in de isoleercel van een zwakzinnigeninrichting. De instelling waar ze indertijd verpleegd werd, kwam nu vooral in een positief daglicht, inclusief een prachtig pronkinitiatief voor een woonwerkboerderij voor ernstig gehandicapten met gedragsproblemen. Maar uiteraard werd de uitzending niet voor niets vertoond, gezien de recente ophef over de separeercel en het feit dat afgelopen dinsdag nog bleek dat de Zweedse band nog te vaak wordt gebruikt. Men heeft nu wel weer mooi een intentieverklaring om de onrustband op termijn af te schaffen, maar het is de vraag of dit ook echt gebeurt. Immers, al is de inrichting waar Jolanda verbleef verantwoordelijk voor haar behandeling, het leek er niet op dat deze mensonterende toestand de bedoeling was geweest. Het was een proces dat voortkwam uit vermeende noodzaak volgens het personeel, dat wel wist dat dit niet hoorde, maar niet hoe het anders moest. Als aan dit soort misstanden in de zorg een einde moet komen, moet dit zowel vanuit de behandelaren als vanuit het management en de inspectie en ook vanuit de politiek, worden ondersteund.

Laat een reactie achter

Stop wie-het-meest-dokt-krijgt-zorgpraktijk van Quality Medical Services

De SP vraagt ook aandacht voor de praktijken van Quality Medical Services, een bedrijf dat tegen betaling mensen laat voordringen op de wachtlijst in het ziekenhuis. In ruil voor een snelle behandeling krijgen de medisch specialist en het ziekenhuis samen 900 euro per patiënt. Hierdoor bestaat het risico dat mensen met meer geld, die echter minder lang wachten of in een minder urgente situatie verkeren, sneller geholpen worden dan mensen die al langer op de wachtlijst staan of bij wie meer spoed geboden is, maar die te arm zijn om hun arts te laten omkopen door Quality Medical Services. Let wel, het gaat hier niet om privéklinieken, maar om reguliere ziekenhuizen die tot de semi-publieke sector behoren. Marktwerking in de zorg heeft al een hoop nadelen, maar dit gaat me echt te ver. De toegankelijkheid van noodzakelijke behandeling moet gebaseerd zijn op medische indicaties, niet op financiële middelen.

Laat een reactie achter

Onderzoek eigen bijdrage Philadelphia

De SP liet afgelopen week weten dat de INspectie voor de Gezondheidszorg onderzoek doet naar de eigen bijdragen bij Philadelphia, een grote zorgaanbieder voor gehandicapten. Het gaat om bijdragen die cliënten moeten betalen voor basisvoorzieningen. Zo schijnt de organisatie de kosten van een tillift op de bewoners te hebben verhaald. Als je het mij vraagt, is dit een belachelijke situatie. Ik heb zelf anderhalf jaar bij Philadelphia gewoond, en wij betaalden een eigen bijdrage voor het gebruik van de wasmachine en voor de internetaansluiting – voor de telefoon betaalden we gewoon abonnements- en gesprekskosten voor het toestel op ons appartement. Dat men voor internet en telefonie betaalt, is normaal, en ik ken andere zorgaanbieders die kosten rekenen voor het gebruik van de wasmachine – iemand die ik ken vertelde me pas zelfs dat in het revalidatiecentrum waar zij verbleef, destijds vijf gulden per wasbeurt gerekend werd -, maar voor noodzakelijke hulpmiddelen behoor je als cliënt niet te betalen. De zorginstelling krijgt niet voor niets geld vanuit de AWBZ. In plaats dat ze dit besteden aan de lunch voor bij de zoveelste vergadering over de reorganisatie – Philadelphia is al jaren organisatorisch aan het rotzooien -, laat ze het aan de zorg voor de bewoners besteden.

Laat een reactie achter

Poging tot omgekeerde integratie in gehandicaptenzorg

’s Heeren Loo doet een poging tot omgekeerde integratie, door middel van een nieuw wooncomplex waar 25 ernstig meervoudig gehandicapten op de begane grond wonen en op de bovenliggende woonlagen, zestien appartementen aan particulieren verhuurd worden. Potentiële huurders kwamen van tevoren op een ontmoetingsbijeenkomst met de cliënten van ’s Heeren Loo, zodat ze wisten waarvoor ze kozen. Blijkbaar meldden mensen zich nog ook. Eindelijk eens niet: “Best hoor, gehandicapten, alleen niet in mijn achtertuin.”

Maar je moet je er nog niet te veel bij voorstellen. De initiatiefnemers van het project hopen dat de buren straks bijvoorbeeld gezamenlijk feestjes zullen houden, maar sommige niet-gehandicapte huurders zien het al niet zitten om bij hun onderburen op de koffie te gaan, omdat ze dat toch te eng vinden. Het is natuurlijk te hopen dat dit in de loop der tijd verandert.

Laat een reactie achter

HACCP: Heel handig, als het werkt

In de zorg moet men zich aan strenge hygièneregels houden. De HACCP (waar het voor staat, mag Joost weten) regelt hoe men met voedingswaren om moet gaan om de veiligheid voor cliënten te waarborgen. Nou, ik zie het resultaat: we hadden pas voor de vierde keer in drie weken beschimmeld brood op tafel. Komt goed uit dat we een aantal oplettende patiënten hebben op het moment, want een tijd terug heb ik het al eens gegeten. De verpleging steekt soms de draak met mijn herhaalde navragen naar de houdbaarheid van bederfelijke waar – “Als het groen is, is het goed, toch?” -, maar ik ben blij dat ik geen last kreeg toen ik beschimmeld brood gegeten had. Geen reden om het nog eens te proberen echter.

Op het trainingshuis kreeg men ooit de kwaliteitscoördinator over de vloer. Hij was over het algemeen tevreden, maar men moest zich wel echt aan de HACCP-regels gaan houden. Wat ik ervan weet, is enkel dat je dan de datum dat je het voedsel binnenkrijgt, op de verpakking moet vermelden. Heeft weinig nut als vervolgens niemand erop let, en het oude voedsel gewoon achterin de kast geschoven wordt. Of als iemand het wel ziet: “Ach, dat brood komt vast uit de vriezer, daarom staat er een oude datum op!”

Ik vroeg van de week of de nachtdienst, wiens taak dit is, voortaan wat beter op de voedselvoorraad wou letten. De reactie: patiënten moesten hier ook hun verantwoordelijkheid nemen. Dat kan dan wel wezen, maar het valt te betwijfelen of elke patiënt hiertoe in staat is. Bovendien komt het dan neer op snel controleren tijdens het dekken van de tafels voor de avondmaaltijd, en dat is meestal een hectische bende. Niet het tijdstip waarop beschimmeld brood of bedorven vlees snel op zal vallen. Geeft me trouwens te denken: de HACCP-regels worden ook in de horeca gebruikt, en als het in een zorginstelling al zulke resultaten heeft, vraag ik me af of ik de kwaliteit van mijn restaurantmaal nog wel kan vertrouwen. Eén voordeel: daar wordt men er tenminste genadeloos op afgerekend als het niet deugt.

Reactie (1)

Eén jaar in het psychiatrisch ziekenhuis

Vandaag “vier” ik mijn eenjarig verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis. Als cynisch gebaar heb ik appeltaart gebakken, maar zelfs cynisme vind ik op dit moment moeilijk. Men zegt wel dat er perspectief is, omdat ik twee weken geleden alsnog op de resocialisatieafdeling ben geaccepteerd en op de wachtlijst gezet, maar er is totaal geen zicht op wanner die afdeling plek heeft. En trouwens, ik heb toch ook al tien keer op de wachtlijst voor de open opnameafdeling gestaan, en dat is ook nooit doorgegaan. Noem mij negatief als je wilt, maar na een jaar geloof ik pas in perspectief, als ik daadwerkelijk op de vervolgplek ben.

Helaas vinden de meeste medewerkers dat ik maar moet accepteren dat ik alles kwijt ben. Ik moet volgende week duidelijkheid geven hoe ik mijn flat wil gaan ontruimen, die nog helemaal niet ontruimd hoeft te worden – volgens het meest pessimistische bericht, moet ik er 1 januari uit. Dit, terwijl de enige persoon die dat kan, mijn vader, in het ziekenhuis ligt, er nog geen ruimte beschikbaar is waar ik de ontruimde spullen heen zou kunnen verhuizen, en ik het bovendien na een jaar alleen maar bezig zijn met dingen opgeven en loslaten, daar wel eens mee heb gehad. “Ja maar je kunt niet zelfstandig wonen.” Argument om mijn flat op te geven. Alle argumenten voor alle keuzes die ik moet maken, zijn van het type het-alternatief-is-nog-erger. Ik heb me godverdomme op basis van zo’n argument laten opnemen, maar dat is wel een jaar geleden, in een tijd dat de toekomst me gestolen kon worden. Ik dacht dat het een teken van stabiliteit was dat de toekomst me weer iets kon schelen, maar het was misschien een teken aan de wand dat ik mijn stabiliteit baseerde op mijn duidelijke afkeer van het behandelplan van 24 januari. Nu heb ik spijt dat ik er destijds tegenin ben gegaan. Life sucks, but don’t try to do something about it, cause it can always suck more. Ben ik nu gigantisch stabiel of juist niet?

Laat een reactie achter