Archief voor september, 2008

Separeerpreventie: de ene vrijheidsbeperking door de andere vervangen?

Zelfs in het nieuws wordt toegegeven dat separaties vaak worden toegepast uit personeelsgebrek. Een voorbeeld waar ik over las, is dat van een suïcidale patiënt. De verpleging meende haar continu in de gaten te moeten houden, en, daar men dat niet kon, is ze langdurig gesepareerd (en daarnaast ook gefixeerd en platgespoten). Tja, je kunt natuurlijk niet op de patiënten gaan zitten om te voorkomen dat ze zichzelf of een ander iets aandoen, maar om iemand nou daarvoor weken achtereen of nog langer te separeren en te fixeren? Men realiseert zich niet altijd hoe vergaand middelen en maatregelen ingrijpen in het leven van de patiënt.

Als alternatief voor separatie wordt nogal eens naar (dwang)medicatie verwezen. Ik heb hier zelf geen ervaring mee – ook niet met separatie trouwens -, maar ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken ook. Als ik, vrijwillig dus, Seresta neem, ga ik meestal onmiddellijk flippen als het is uitgewerkt – één van de redenen dat ik er nogal terughoudend mee ben. Stel je voor dat ik dat spul gedwongen toegediend kreeg als ik stond te flippen: dan lag ik waarschijnlijk bijna constant te maffen. Ik las van een psychiater die het nogal vreemd leek te vinden dat in Nederland de integriteit van het lichaam belangrijker is dan het voorkomen van vrijheidsbeperking door separatie. Waarom het per se de keus is tussen platspuiten of isoleren, vraag ik me af, als we al vaststellen dat patiënten soms gesepareerd worden (en dan als alternatief zouden meoten worden platgespoten) om redenen die daar niet om vragen. De discussie moet niet alleen gaan over separeercellen, maar over dwang in het algemeen. Daar zijn voor zover mij bekend ook alle verbetertrajecten op gericht. Dus kom nou niet aan met een andere vorm van vrijheidsbeperking, als de ene ter discussie staat, om vervolgens te gaan bakkeleien over welke beperking het minst erg is. Overigens wordt voor zover ik weet dwangmedicatie (als het gaat om kortwerkende kalmeringsmiddelen, ik bedoel dus niet het gedwongen toedienen van antipsychotica en dergelijke) bijna altijd gedaan in combinatie met afzondering.

Reactie (1)

Het geval Liesyenne en de noodzaak voor individueel gerichte zorg

Gisteren kwam ik op een forum een oproep tegen voor een online petitie voor “systeemvernieuwing in zorgverlenend Nederland”. Op zich lijkt het mij een overschatting van de macht van de politiek om een petitie op te stellen voor het veranderen van een volledig systeem, en de waarde van een online petitie is niet erg hoog omdat er geen echte handtekeningen op staan, maar het is goed bedoeld en dit thema verdient zeker de aandacht. Initiatiefneemster is de moeder van Liesyenne, een meisje dat niet thuis kan wonen en in hulpverleningsland al jaren tussen wal en schip valt. Ze heeft PDD-NOS en ADHD en functioneert sociaal-emotioneel vergelijkbaar met een kind van drie, aldus haar moeder, maar ze heeft wel een IQ van 89. Dit betekent dat instellingen voor verstandelijk gehandicapten haar niet willen hebben. In de kinderpsychiatrie kan ze ook niet meer terecht, omdat men haar daar eigenlijk niet kan behandelen. Ze zit nu, vooralsnog tijdelijk, bij een jeugdafdelign van ’s Heerenloo, een zorgaanbieder in de verstandelijk gehandicaptenzorg. Haar moeder meldt dat men haar met een “mooi verhaal” natuurlijk altijd wel ergens in kan wurmen – en ik denk dat ze daarin gelijk heeft -, maar dit is niet wat zij voor haar kind wenst, omdat zo’n plek dan geen rekening houdt met de behoeften van Liesyenne.

Ik ben zelf nogal cynisch en het verhaal van Liesyenne stemt me eerlijk gezegd nog moedelozer dan ik al was. Ongeveer tien jaar geleden hoorde ik voor het eerst in het nieuws over een meisje van ik geloof zestien, dat nergens in paste: te slim voor een zwakzinnigeninstelling, maar ze had wel ernstige gedragsproblemen. Ze kwam geloof ik in het nieuws omdat ze in een psychiatrisch ziekenhuis (naar ik meen in Utrecht) vastgebonden op bed lag. Uiteindelijk is ze naar De Hondsberg gegaan, een instelling voor verstandelijk gehandicapten met psychiatrische of gedragsproblemen. Het was rond 1998, en ik heb altijd de illusie gehad dat de situatie nu beter was. In feite is mijn cynische opmerking, die ik altijd tegen de verpleging maak, daarop gebaseerd: over vijftien jaar, als alle autisten die in de afgelopen jaren een diagnose gekregen hebben, volwassen zijn, is er passende zorg voor deze doelgroep. Dan zou die er nu voor de kinderen ook moeten zijn, maar het is Liesyennes generatie waar ik over spreek.

Voor meer informatie over Liesyenne en de campagne van haar moeder, kun je haar Hyves-pagina en haar weblog bekijken.

Reactie (1)

Meer over de opvallende correlatie tussen personeelsgebrek en afzodering

Niet alleen wordt tegenwoordig op mijn afdeling veel sneller iemand afgezonderd dan vroeger – tenminste, dat is mijn ervaring, al bekijk ik het misschien niet objectief -, het lijkt ook dat de hele gedachte achter deze maatregel ineens, in ieder geval in de praktijk, veranderd is. Toen ik hier nog niet zo lang zat, keek ik naar een tv-programma of zoiets waarin afzondering en separatie besproken werden. Een verpleegkundige legde me uit dat separatie en afzondering bedoeld zijn om de patiënt op een veilige manier te kunnen verplegen, en dat het afdelignsbeleid is om deze maatregelen zo min mogelijk te gebruiken. In die tijd zat er ook nooit iemand in de time-out behalve als er toevallig geen gewone kamer meer beschikbaar was (wij hebben vijftien gewone kamers en officieel zestien bedden, heel raar).

Eind december, toen ik zo’n kleine twee maanden opgenomen zat, hoorde ik voor het eerst medepatiënten over de time-out praten: een patiënt waarschuwde mij dat ik er nog wel eens in zou komen als ik doorging met flippen – ze heeft gelijk gekregen -, en men vond dat een andere patiënt hard nodig aan een flinke afzonderperiode toe was. Vuurtje en Miep Kraak waren haar bijnamen, want het was een oudere vrouw die bij iedereen om de minuut om sigaretten en vuur bedelde en ondertussen naar alle medepatiënten kwetsende opmerkingen maakte. De eerste paar weken beweerde de verpleging sowieso dat men niets kon doen, omdat mevrouw “nogal veel afwijst wat wij aanbieden”. Uiteindelijk heeft men haar verboden zich zonder sigaret – en die kreeg ze om de zoveel tijd van de verpleging – in het rookhok op te houden, waar de meeste beledigingen en het zeuren om vuurtjes plaatsvonden. Ik weet niet of ze ooit in de time-out gezeten heeft, maar ik herinner het me in elk geval niet.

Tegenwoordig worden mensen die met enige regelmaat onrust veroorzaken op de afdeling, zonder veel pardon aan de “rustprogramma’s” gezet. Ik ken natuurlijk niet de volledige achtergrond van al mijn medepatiënten, en in eerste instantie kon ik me moeilijk voorstellen dat ze de waarheid spraken over de reden voor hun time-outprogramma. Een patiënt zal toch wel meer gedaan hebben dan zich herhaaldelijk met anderen te bemoeien, te veel bij de verpleging en patiënten over hetzelfde doorzeuren of nonstop half-kwetsend in zichzelf lullen? Allemaal dingen waar ik als degene die het aan moet horen, heel blij mee ben als ik even van ze af ben, maar eerlijk gezegd geen dingen die ik in de categorie “gevaar” zoals bedoeld in de wet BOPZ zou scharen.

Zaterdag sprak ik mijn contactpersoon van de verpleging over mijn eigen time-outprogramma. Ik wilde ervanaf, omdat dit uiteindelijk toch bleek één van de redenen te zijn waarom reso me heeft afgewezen. De verpleegkundige vond het op zich wel best en ik ben er dan ook sinds maandag vanaf, maar ze maakte op een gegeven moment wel een kanttekening: mijn time-outprogramma was bedoeld voor als ik “meer zorg nodig had dan wat wij kunnen bieden”. Mijn idee hoor, maar dat zegt volgens mij meer over jullie bezettingsgraad dan over mijn toestand, en “personele onderbezetting” staat zeker weten niet in de omschrijvan van “gevaar” volgens de BOPZ.

Laat een reactie achter

Man overlijdt in separeercel

Gisteren hoorde ik in een actualiteitenprogramma dat een man in een separeercel bij een GGZ-instelling is overleden. Het zal niet de eerste en niet de laatste zijn, vrees ik. In Nederland wordt veel sneller gesepareerd dan in andere landen, de personele bezetting is beroerd door chronische bezuinigzucht, en hierdoor is het toezicht op gesepareerde patiënten ook nog eens lastig. In dit specifieke geval waren dan ook nog de raampjes van twee separeers beschadigd, waardoor de verpleging niet in de cellen kon kijken. Ik hoorde van medepatiënten dat er in sommige separeerruimtes gordijntjes voor de ramen hangen. Dat schijnt ook het geval te zijn bij de time-outkamers die op onze afdeling zijn – wij hebben geen separeers, maar de andere gesloten afdeling wel. En vaak genoeg merk ik – niet persoonlijk (ik heb al eeuwen niet in de time-out gezeten), maar via medepatiënten -, dat verpleegkundigen heel laat op een bel reageren. Natuurlijk zijn er patiënten die om de minuut bellen omdat ze uit de time-out willen, terwijl er verder niets dringends is, maar je zal maar een keer laat reageren als er wél echt iets aan de hand is.

Veel instellingen beweren tegenwoordig dat ze dwang in de psychiatrie willen terugdringen. Helaas is het dan wel eerst noodzakelijk dat de personele bezetting eens wat beter wordt, zodat je patiënten daadwerkelijk goed kunt begeleiden en escalatie kunt voorkomen. Helemaal voor, alleen zo jammer dat het niet gebeurt. Ik zit nu een klein jaar op deze afdeling (überhaupt veel te lang voor een gesloten opnameafdeling, maar dat is mijn punt niet) en het lijkt wel of er bij ons steeds meer afgezonderd wordt. In de eerste twee maanden van mijn opname, is er maar één of twee keer iemand in de time-outkamer gezet; in de maand daarop een medepatiënt twee of drie keer en ikzelf éénmaal. Tegenwoordig zit er bijna elke dag wel minstens één patiënt in de time-out. Ik gaf eerst de psychiater de schuld. Sinds maart hebben we een nieuwe psychiater en het viel mij op met hoeveel gemak en voor wat voor onzinredenen hij “rustprogramma’s” (kots!) oplegt. Ik kan me nog steeds niet helemaal aan die indruk onttrekken, maar toch zal ook wel meespelen dat de verpleging totaal niet anticipatorisch kan werken, omdat men continu onderbezet is en dus sowieso al niet eens van de afdeling af kan of al te individueel met een moeilijke patiënt bezig kan zijn. Wat trouwens het ook weer moeilijk maakt om toezicht te bieden als een patiënt afgezonderd moet worden.

Naar ik begreep is in de instelling waar de patiënt is overleden, ook sprake geweest van een suboptimale personele bezetting. Het schijnt dat dit is gecorrigeerd, maar het is natuurlijk wel weer een voorbeeld van het kalf en de put. Die raampjes had men trouwens ook wel wat eerder mogen herstellen.

Laat een reactie achter

“Niet gemotiveerd”

De resocialisatieafdeling heeft me vorige week afgewezen, omdat ik zogenaamd niet gemotiveerd genoeg ben. Geen idee hoe men erbij komt, maar het zal wel iets zijn waarin ik heb aangegeven dat ik niet alles aankan, want dat was hetgene dat het dichtst bij “niet gemotiveerd” kwam – men heeft me niet naar mijn motivatie gevraagd. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik voor onwillig wordt uitgemaakt als ik alleen aangeef dat ik iets niet aankan. Nog maar los van het feit dat er geen specifieke zaken zijn besproken – het was een zeer algemeen, vaag gesprek -, heeft iets wel of niet aankunnen, bar weinig met motivatie te maken.

Het is gemakkelijk gezegd: als je praktisch gezien een bepaalde vaardigheid bezit, zoals schoonmaken, dan moet je die ook uitvoeren, anders zul je er wel te lui voor zijn. Dan vergeet men wel dat het uitvoeren van één bepaalde taak, nogal wat anders is dan het uitvoeren van diezelfde taak tussen andere taken. Om een voorbeeld te noemn: is iedereen lui, die gebruikmaakt van de bezorgservice van bijvoorbeeld Albert.nl? Immers, het gaat in het merendeel van de gevallen om mensen die in principe prima in staat zouden zijn om zelf naar de winkel te komen en hun boodschapepn te halen. De doelgroep bestaat echter vooral uit werkenden, die na hun werk om halfzes thuiskomen en vervolgens nog moeten koken, eten, afwassen (of de afwas in de vaatwasser zetten!), etc. Bij mijn ouders thuis – tweeverdieners -, hadden we geen afwasmachine en we haalden de boodschappen altijd zelf, maar is het luiheid of “geen motivatie” als een ander dat niet doet? En ik zeur niet over alle extra energie die “disability management” – de activiteiten die ik extra moet doen vanwege mijn beperkingen -, me kost, maar je kunt het moeilijk ontkennen.

Daar komt nog bij dat we helemaal geen specifieke zaken besproken hebben. De discussie over wat ik wel en niet aankon, was zo vaag, dat je daaruit helemaal geen conclusies kon trekken over mijn motivatie om vaardigheden te leren danwel op te pakken. Toegegeven: praktisch gezien hoef ik op de gesloten afdeling bar weinig en toch ben ik overprikkeld, dus gemakkelijk om dan te concluderen dat ik wel héél weinig aankan en dus wel ongemotiveerd móet zijn. Maar dan vergeet je wel hoe overweldigend het leven op een gesloten afdeling is. Bovendien is het nogal onoverzichtelijk als ik wel weet wat er – uiteindelijk, over een eindige maar niet bepaalde tijd – van me verwacht wordt, maar er geen enkel plan is over hoe ik daar naartoe ga werken – want daarvoor ging ik juist naar de resocialisatieafdeling. Het is helemaal niet gezegd dat ik geen vaardigheden meer kan oppakken – ik ga ervanuit van wel -, maar niet op de manier dat men me vertelt dat ik het uiteindelijk moet kunnen en dan moet ik maar zien hoe.

En trouwens: als ik niet het overzicht heb om een bepaalde activiteit uit te voeren, zelfs al heb ik alle losse, praktische vaardigheden om dat te doen, heeft dat nog geen bal met motivatie te maken. Niet het overzicht kunnen houden over complexe taken of daginvullingen, is niet hetzelfde als niet gemotiveerd zijn om die taken uit te voeren. Ik kan dit moeilijk aan mensen uitleggen, die niet begrijpen dat ik het overzicht echt niet kan houden. “Je hoeft alleen maar dit te doen, dat is niet zo’n moeilijke taak.” Nee, voor jou niet misschien, maar voor mij wel, want er zitten een heleboel aspecten aan die jij gemakkelijker in één keer overziet, maar ik niet. Hoe maak je een boodschappenlijstje, in zeventig simpele stappen, en zo. Maar dat kan iemand zich meestal zo moeilijk voorstellen, en dan krijg je algauw te horen dat je er gewoon te lui voor bent. Als op basis van concrete voorbeelden zou blijken dat ik inderdaad te weinig aankan voor de reso – maar zoals ik zei hebben ze me helemaal niet gevraagd wat ik dan specifiek wel en niet aankan, dus hoe kunnen ze dat weten? -, dan vind ik het nog wel best als ze me op “te complexe zorgvraag” afwijzen, wat hun andere slecht gefundeerde argument was. Maar met motivatie heeft het dan niets te maken.

Laat een reactie achter

Jong-dementerenden

Gisteren had Netwerk een item over jong-dementerenden. Gemiddeld duurt het bij deze groep mensen, die onder de zestig de ziekte van Alzheimer krijgen, jaren voordat ze de juiste diagnose krijgen. Burn-out is vaak het eerste waaraan wordt gedacht, omdat de vijftigers met een beginnende dementie vaak in de kracht van hun leven zijn als ze klachten krijgen, en omdat vaak het eerste probleem is dat men “het niet meer aankan”.

Als de diagnose eenmaal correct is gesteld, is het lastig genoeg om hulp te zoeken. De RIAGGs hebben soms wel hulpgroepen. Nog geen jaar geleden is bij mijn weten het eerste verpleeghuis speciaal voor jong-dementerenden opgericht. Helaas is het een particulier tehuis en niet betaalbaar voor mensen met bijvoorbeeld enkel AOW. Dagverblijven zijn er wel al meer, maar het lijkt mij toch dat dit nog een groep is waarvoor weinig specifieke hulp is. Mijn enige familielid dat overigens dement werd, mijn opa, was bijna 77 toen de diagnose werd gesteld en heeft vanaf toen tot zijn dood anderhalf jaar later, in een “gewoon” verpleeghuis doorgebracht.

Laat een reactie achter

“In de toekomst wordt het beter.”

“Het gaat wel over als duidelijk wordt waar je gaat wonen.” “Jouw vervolgtraject is ‘custom-made’ en dat kost tijd. Heb geduld.” “Je bent nog jong, je hebt nog heel veel tijd.” En zo kan ik nog wel even doorgaan met mijn opsomming van reacties die ik van hulpverleners krijg als ik duidelijk maak dat het niet goed gaat. Er zijn ook andere reacties – die van het type het-gaat-wel-goed-want-je-maakt-grapjes -, maar daar heb ik het nu niet over. De reacties à la in-de-toekomst-wordt-het-beter gaan allemaal uit van de gedachte dat een verblijf op de gesloten opnameafdeling tijdelijk is. Bovendien gaat men ervanuit dat de onaangename toestand waarin ik ben – voor zover men die erkent, wat meestal dus al sowieso niet gebeurt -, daar intrinsiek mee samenhangt. Al zou dat zo zijn – ik geloof er geen reet van, maar oké -, dan nog is het toch niet zo’n vreemde gedachte dat “tijdelijk” nu onderhand wel tien maanden is. En trouwens, wat in dit leven is eigenlijk niet tijdelijk?

Zoals ik al eens schreef, heb ik vaak de gedachte dat ik het eind van het jaar niet haal, en is deze gedachte niet met feiten te weerleggen – immers, dan zou je de toekomst moeten kunnen voorspellen, en dezelfde mensen die constant erop hameren dat het wel beter wordt, beweren steevast dat ik dat niet kan.

Je kunt wel constant naar de toekomst wijzen als het niet goed gaat, maar dat verandert niets aan de huidige situatie. Ik probeer het niet meer te doen, want ik krijg het toch niet voor ekaar om mijn negatieve gevoelens en gedachten over de toekomst te veranderen. Het kan wel wezen dat de enige zinvolle reden om niet helemaal op te geven, voor de mensen hier op de afdeling soms lijkt te zijn, dat het in de toekomst beter wordt, maar aan dit argument heb ik niets. Ik vind het moeilijk om in toekomst te geloven, dus praat daar nou niet constant over. Ik doe mijn best om mijn huidige toestand zo optimaal mogelijk te houden. Echt goed lukt het me (nog) niet, maar ik probeer het. Toekomstplanning is prima als het per se moet, maar sla me er alsjeblieft niet constant mee om de oren.

Laat een reactie achter

“Wij weten (gedeeltelijk) wat goed voor u is.”

Gisteren hoorde ik van de maatschappelijk werker dat RIBW Oost-Veluwe een intakegesprek met me wil. Geen idee wat ik ervan moet verwachten, want ik heb die mensen nooit gesproken. Het enige wat ik er eigenlijk van weet, is dat de maatschappelijk werker in mei beweerde dat men daar woonmogelijkheden had en dat ik een aanmeldingsformulier moest invullen (en als ik dat niet deed, dreigde ze me met ontslag te laten sturen). De informatie die ik later gekregen heb, daar word ik ook niet wijzer van, en sindsdien heeft iedereen zich volledig op een ander woonproject gefocust. Het heeft één voordeel: ik ga het intakegesprek in ieder geval niet in met allerlei vooroordelen over waarom ze me wel niet zullen aannemen, zoals ik dat bij MHOOM wel heb. Maar betekent dat ook dat ik eerlijk kan zijn?

Ik heb het me wel voorgenomen. Ik moet er immers wonen, en als ik al begin met onjuiste informatie te geven, heb ik daar alleen mezelf mee. Aan de andere kant gaat de maatschappelijk werker of stagiaire mee, en van hen heb ik de ervaring dat ze nog wel eens denken mijn hulpvraag beter te kennen dan ikzelf. Toen ik op de reso-afdeling voor intakegesprek ging, bleek dat de psycholoog al allerlei informatie gekregen had en de maatschappelijk werker nog meer informatie gaf tijdens het gesprek, die voor een deel niet klopte, en dat ik vooral bezig was met die onjuistheden recht te zetten. Dan wordt het geen prettig gesprek, en de reso wilde dan ook nog een tweede gesprek (maar liet vervolgens niks meer van zich horen). Zo kan het dus niet nog eens gaan.

Ik meldde dit aan de stagiaire van maatschappelijk werk, en die ging in discussie over de vraag of de informatie die ze hadden gegeven, nou wel of niet juist was, compleet met clichés als “Ja maar zij [de maatschappelijk werker] heeft ervoor gestudeerd,” en “Ja maar wij hebben wel een goed idee van wat goed voor jou zou zijn.” Wie er gelijk heeft en op wat voor gronden, maakt mij helemaal geen donder uit: ik ben degene die straks ergens moet wonen en ik ben er dus voor verantwoordelijk dat mijn hulpvraag daar ook beantwoord kan worden. Als het fout loopt, kan ik niet zeggen: “De maatschappelijk werker van GGZ Nijmegen dacht dat ik dit wel of niet zou kunnen, ga maar bij haar klagen als je een probleem hebt.” Ik kan ook zelf mijn verantwoordelijkheid niet op haar schuiven als het mis gaat: als ik in Apeldoorn ga wonen, heb ik met GGZ Nijmegen immers niets meer te maken.

Ik bedoel niet dat een woonvorm niets heeft aan de informatie van andere hulpverleners. Maar dat is nog niet hetzelfde als dat die hulpverleners voor mij in een intakegesprek gaan duidelijk maken wat ik wel en niet nodig heb, nota bene terwijl de setting waarin deze hulpverleners mij geobserveerd hebben, heel anders is dan de setting waarin ik terechtkom. Je kunt al niet eens zeggen dat mijn crisisplan goed is, als je niet eerst hebt geprobeerd of het inderdaad werkt zonder time-outprogramma erbij – en men is hier erg terughoudend om mijn time-outbeleid af te schaffen. Laat staan dat je kunt concluderen hoe mijn vaardigheden en hulpbehoeften zijn qua huishouden, zelfzorg, sociaal netwerk, dagstructuur… De maatschappelijk werker heeft uitspraken hierover tegen mij gedaan en in behandelplannen gezet waarvan ik me ten zeerste afvraag hoe ze erbij komt. Voor nu is het allemaal best: zij hoeft me niet te begeleiden in mijn dagelijkse leven, aangezien dat de taak van verpleegkundigen is, en waar die het naar mijn mening niet bij het rechte eind hebben, ben ik maar opgehouden met kritiek leveren omdat ik al te vaak gehoord heb dat ik anders maar met ontslag ga. En ik zeg niet dat ik het altijd bij het rechte eind heb en helemaal perfect weet hoe ik begeleid moet worden en welke problemen ik al dan niet heb – soms heb ik bijvoorbeeld gewoon niet door dat gedrag van mij overlast veroorzaakt -, maar het gaat ook wat ver om er maar vanuit te gaan dat de hulpverlener dat wel voor honderd procent weet. De hulpverlener kan inzicht geven in hoe de buitenwereld de patiënt ziet, maar dat dan ook nog alleen in de context waarin de hulpverlener die patiënt geobserveerd heeft, en met de interpretatie van gedrag die de hulpverlener eraan geeft. Ik heb wat dat betreft niet genoeg vertrouwen in wie dan ook van deze afdeling om aan hen het uitleggen van mijn hulpvragen over te laten. Dat ligt trouwens niet eens echt aan de afdeling op zich: bijna geen enkele hulpverlener heeft zijn inzichten kunnen communiceren zonder dat ik er commentaar op had. Je hebt gewoon een ander perspectief als hulpverlener en als cliënt. Niks mis mee, totdat de hulpverlener besluit dat hij “ervoor gestudeerd heeft” om de hulpvraag van de cliënt in kaart te brengen (of totdat de cliënt beweert dat de normen die de hulpverlener op zijn afdeling stelt, niet voor hem gelden). Idealiter bepalen hulpverlener en cliënt in samenspraak de begeleidingsvraag, waarbij nog wel even de kanttekening moet worden gemaakt dat het dan gaat om de huidige hulpverlener en dat het nog een bijkomend probleem is als een vertrekkend hulpverlener de begeleidingsvraag voor een nieuwe hulpverlener, in een andere setting, bepaalt. Ik ben geen voorstander van u-vraagt-wij-draaien in de zorg, en zeker niet in de zorg aan mensen met ontwikkelings- of psychiatrische problemen, omdat die niet altijd inzicht hebben in de impact van hun gedrag op anderen. Maar ik ben minstens even weinig voorstander van wij-bepalen-wat-goed-voor-u-is. En wellicht ten overvloede: simpelweg omdat een hulpverlener beweert de rehabilitatiegedachte aan te hangen, zorgt er nog niet voor dat hij het wij-bepalen-wat-goed-voor-u-isdenken heeft losgelaten. Het gaat erom dat cliënt en hulpverlner vanuit hun eigen perspectief samen de hulpvraag vaststellen.

Laat een reactie achter