“Je doet het voor de aandacht.” Dat is gemakkelijk geconcludeerd, want elke vorm van negatief gedrag is volgens de gemiddelde hulpverlener meestal aandachttrekkerij. Op zich is dat logisch: het negatieve gedrag trekt immers daadwerkelijk de aandacht van de hulpverlener, ook al willen noch de cliënt, noch de hulpverlener dit: het is een eenvoudig principe uit de sociale psychologie dat negatief gedrag gemakkelijk opvalt. Gegeven deze feiten, zou ik dan ook veel vaker dan ik daadwerkelijk doe, moeten toegeven dat ik met mijn gedrag de aandacht trek. Maar de reden dat ik steevast tegen een dergelijke interpretatie protesteer, is, naast het feit dat het niet mijn bewuste bedoeling is om aandacht te krijgen, nog een andere: aandacht vragen wordt gezien als iets intrinsiek ongewensts.
Het is natuurlijk pertinent onjuist. Je trekt ook de aandacht als je gewoon iemands naam roept, en dat wordt (mag je hopen) niet afgestraft of genegeerd. Evenzo trek je de aandacht als je constant grappen maakt – en de cabaretier wordt hier grif voor beloond. En toch, zodra je in een hulpverleningssituatie bent en gedragsproblemen hebt, wordt “aandacht vragen” getypeerd als iets pathologisch. Hetzelfde geldt trouwens voor “manipuleren”, terwijl dit in essentie het doel van alle communicatie is: een persoon of situatie beïnvloeden.
Ja natuurlijk, ik begrijp wat de hulpverlener eigenlijk bedoelt: “Als het je bedoeling is om aandacht te vragen, dan doe je dat op een verkeerde manier.” Maar meestal wordt deze verkeerde manier van aandacht trekken, afgestraft door de cliënt botweg te negeren als hij het ongewenste gedrag vertoont, blijkbaar in de hoop dat hij dan vanzelf op de gewenste manier om aandacht komt vragen. Maar hierbij vergeten we de vaak gebrekkige cognitieve, communicatieve en sociale vaardigheden van de cliënt: hij is (nog) niet in staat op de gepaste manier om aandacht te vragen. En zo wordt gemakkelijk overgebracht dat de cliënt een gestoorde zucht om aandacht heeft. Feitelijk heeft ieder normaal mens behoefte aan een vrij grote hoeveelheid aandacht van andere mensen en is er aan deze behoefte bij cliënten met ongewenst gedrag, niets pathologisch.
Ik herinner me een studie die een aantal maanden geleden in een medisch vaktijdschrift is gepubliceerd, waarin het effect van antipsychotica op agressie bij verstandelijk gehandicapten werd onderzocht. De groep cliënten was onderverdeeld in drie subgroepen: één groep kreeg het atypische antipsychoticum Risperdal (risperidon), één groep kreeg het klassieke middel Haldol (haloperidol) en één groep kreeg een placebopil. Aan het eind van de studie bleek dat álle cliënten significant minder agressief gedrag vertoonden. De meest waarschijnlijke verklaring is hiervoor dat de agressie verminderde door het feit dat de mensen in de studie deelnamen en hierdoor veel aandacht kregen. De psychologische achtergronden van dit fenomeen vielen buiten het bestek van de studie, maar het is niet waarschijnlijk dat de cliënten een excessieve behoefte aan aandacht hadden. Het ging om bewoners van een instelling, die bovendien een ernstige ontwikkelignsstoornis hadden. Hierdoor zouden ze vermoedelijk neit in staat zijn uit zichzelf op een geaccepteerde manier om aandacht te vragen, hoeveel je ze ook vol zou stoppen met psychofarmaca en hoezeer je ze ook pedagogisch zou negeren. Bovendien, al zouden ze wel op een normale manier om aandacht hebben kunnen vragen, dan was de kans nog zeer klein dat ze het kregen, gegeven het feit dat zorgpersoneel tegenwoordig hier geen tijd voor heeft. Medische onderzoekers wel.
“Je doet het voor de aandacht.” Ja, klopt, en wat dan nog? Jij loopt ook de hele dag aandacht te trekken, alleen heb jij als hulpverlener de cognitieve, communicatieve en sociale competenties om dit op een aanvaardbare manier te doen. In plaats van de behoefte van je cliënten, die meestal alles behalve excessief is, te pathologiseren en daarom te negeren, leer je ze liever om op een acceptabele manier deze behoefte – die meestal trouwens complexer is dan puur “aandacht”, maar dat is stof voor een andere post – te uiten. In veel instellingen in de zorg is tegenwoordig een personeelstekort, waardoor het voro begeleiders, verzorgenden en verpleegkundigen vaak niet mogelijk is om aan de behoeften van cliënten tegemoet te komen, maar is daarmee de behoefte van de cliënt ongepast? En als je toevallig, zoals ik, van mening bent dat het er meer om gaat op welke manier je cliënt zijn behoeften uit, dan wélke behoeften hij uit, houd dan voortaan je beschuldigende toon achterwege als je tegen een cliënt zegt dat hij zich voor de aandacht misdraagt.