Platspuiten

In ethische discussies over de behandeling van dementerenden en ernstig verstandelijk gehandicapten met gedragsproblemen wordt nog wel eens gesproken ove rhet concept “platspuiten”. Ik nam het letterlijk en kon me er tot voor kort weinig bij voorstellen. Tot een verpleegkundige eindelijk tevreden was over de effectiviteit van mijn zo-nodigmedicatie – die ik gelukkig maar zeer zo nodig gebruik.

De allereerste keer dat ik in een flipbui noodmedicatie heb gebruikt, was mijn toenmalige arts heel eerlijk over het gehoopte effect: dat het me “wat zou versuffen”, dus. Ik vond het best, want ik was zo over de rooien dat het me helemaal niets kon schelen wat die rommel zou doen. Inderdaad was ik door dit middel, promethazine (Phenergan, een middel dat officieel bedoeld is tegen allergieën maar dat ook sederende bijwerkingen heeft), wat duffer dan normaal, maar het was nog niet zo erg dat ik niet meer normaal kon functioneren – toen ik drie of vier uur na inname aan het schrijven sloeg, vond ik vooral dat ik iets slordiger typte, maar aan het aantal typefouten was het niet eens te merken. Bijkomend voordeel was dat mijn onrust in ieder geval minder was.

Het broertje van de promethazine, levomepromazine (Nozinan, officieel alleen geïndiceerd bij matige pijn in een beperkte patiëntengroep), heb ik ook nog een tijdje geslikt voor de nacht, maar dat deed er zo gruwelijk lang over om in te werken en werkte vervolgens nog zo vreselijk lang door, dat ik er geen baat bij had. Verder een hele rits benzodiazepines gehad, het merendeel als slaapmiddel, behalve de oxazepam (Seresta). Tien milligram Seresta deed helemaal niets, en ik nam het vooral zodat de verpleging niet kon zeggen dat ik niet probeerde om mezelf weer rustig te krijgen. Uiteindelijk won bij mij toch de gedachte dat, als het niet baat, het zeker mogelijk wel schaadt, en ging ik dus steeds minder vaak op het aandringen van verpleegkundigen in. Dit was tot april, toen mijn behandelaar me adviseerde het toch maar af en toe te nemen. Ze schreef me twintig milligram voor, omdat ik dus voor de zoveelste keer aangaf dat tien niets deed. De eerste keer dat ik het accepteerde, lag ik drie uur te maffen en toen begon de hele saga weer opnieuw. Ik heb toen geen Seresta meer genomen, omdat ik vond dat ik dat ’s middags al had gedaan. Niet elke keer was slapen het effect van de oxazepam, maar meestal wel – en ik was daar niet blij mee midden op de dag. Een verpleegkundige maakte me behoorlijk pissig toen ze, in aanloop naar een behandelplanbespreking, veronderstelde dat de Seresta goed had gewerkt. Hoezo goed werken?

Het zal meestal niet de bedoeling van de arts of verpleegkundige zijn om de patiënt midden op de dag te doen slapen. Eigenlijk is het alleen de bedoeling dat iemands onrust wat beteugeld wordt. En bij sommige patiënten is dit wat Seresta of een ander kalmeringsmiddel doet. Maar voor de verpleegkundigen lijkt het soms bar weinig uit te maken hóe de patiënt rustig wordt, als hij het maar wordt. Desnoods door te liggen maffen. Al is dit niet wat ik onder “rustgevend” versta, is het voor mij af en toe best; ik neem mijn Seresta toch nog niet eens één keer per week. Maar sommige patiënten zitten vrijwel constant aan de kalmeringsmiddelen. Gelukkig heb ik echt “platspuiten” op mijn afdeling nog maar een enkele keer gezien, en dat was kortdurend. Het is als je het mij vraagt een zeer onethische maatregel: niet alleen hebben mensen met de meeste psychiatrische stoornissen voor hun feitelijke problemen geen baat bij de kalmeringsmiddelen die ze ingespoten krijgen (benzodiazepines zijn bijvoorbeeld alleen geïndiceerd bij angststoornissen), maar je grijpt hiermee ernsitg in op iemands fundamentele vrijheden. Prima als het kortdurend echt niet anders kan, maar middelen en maatregelen zijn niet bedoeld als regel.

Laat een reactie achter