Je vraagt je bijna af of het een politieke stunt is voor de ChristenUnie of de PvdA, maar het schijnt toch echt een serieus medisch-ethisch onderwerp te zijn: embryoselectie. Het mag in Nederland, maar gebeurt alleen als een erfelijk belast kind honderd procent zeker de ziekte krijgt. En voor één keer ben ik het met Hans Galjaard eens: als je een risico van tachtig procent, zoals dat bij erfelijke borstkanker, een goede standaard vindt voor embryoscreening, waarom dan geen vijftig of vijfentwintig of tien?
Ik ben persoonlijk niet zo’n fan van hellende-vlaktheorieën. De oorspronkelijke euthanasiewetgeving in Nederland, die zeer helder was, werd door pro-lifers in het buitenland al een eerste stap op het hellende vlak genoemd. Achteraf kregen ze voor een deel gelijk, toen in 2004 ineens ook ouders voor hun jonge kinderen tot euthanasie mochten besluiten. Familie mag dit niet voor wilsonbekwame volwassenen, tenminste nog niet. Maar de stap hier is, als je het mij vraagt, even groot als het verschuiven van een volledige zekerheid naar een (zeer grote) waarschijnlijkheid bij embryoscreening: als we besliten dat iemand anders dan de patiënt zelf tot euthanasie mag besluiten, zoals de ouders van kinderen of de familie van demente ouderen, waarom dan alleen zij? De nazi-vergelijkingen werden al getrokken toen de eerste euthanasiewetgeving werd ingevoerd, maar die zijn een heel stuk begrijpelijker geworden sinds ook anderen dan de patiënt zelf tot euthanasie mogen besluiten – al is dit uiteraard nog weer heel iets anders dan een officieel, onpersoonlijk, door de overheid uitgevoerd euthanasieprogramma. Naar mijn mening mag alleen de patiënt zelf toestemming geven voor euthanasie – we vertrouwen het uitvoeren (gedeeltelijk) aan medici toe, omdat zij geacht worden de juiste medische kennis in huis te hebben en je de pil van Drion nu eenmaal niet in de supermarkt kunt verkopen -, en is er sprake van een hellend vlak als wordt overgegaan van “alleen de patiënt” op “ook bepaalde andere personen”. Bij embryoscreening gaat het om “zekerheid” versus “waarschijnlijkheid” of een “verhoogd risico”. En dan is het moeilijker om je grenzen met argumenten te staven, want een risico van tien procent om een ziekte te krijgen, is in de meeste gevallen al “ernstig verhoogd”, gegeven het feit dat die ziektes normaal maar bij één op de paarduizend mensen voorkomen.