Bij een voorwaardelijke machtiging kan een psychiatrische patiënt gedwongen opname in een GGZ-instelling voorkomen door zich te houden aan bepaalde voorwaarden. De criteria voor een voorwaardelijke machtiging zijn dan ook iets anders dan bij een gewone rechterlijke machtiging: voor het afgeven van een RM moet het duidelijk zijn dat het gevaar dat de patiënt veroorzaakt, niet kan worden afgewend buiten het psychiatrisch ziekenhuis. Daarentegen is het feit dat het gevaar wél kan worden afgewend buiten het ziekenhuis, juist het uitgangspunt van de voorwaardelijke machtiging, met dien verstande dat het gevaar alleen kan worden afgewend als de patiënt zich aan bepaalde regels houdt. De reden dat de machtiging wordt ingesteld, is om de patiënt een stok achter de deur te geven: hij kan voorkomen dat hij gedwongen opgenomen wordt, maar dan moet hij zich wel aan bepaalde afspraken houden.
De voorwaarden waar de patiënt zich aan moet houden, worden in het algemeen vastgelegd in het behandelplan. Dit behandelplan moet door de patiënt ondertekend zijn – immers, dwangbehandeling buiten het ziekenhuis is niet mogelijk. De rechter zal dus alleen een voorwaardelijke machtiging afgeven, als blijkt dat de patiënt met de voorwaarden instemt – anders kan de behandelaar beter een gewone RM aanvragen. Voorwaarden die kunnen worden vastgelegd in het behandelplan zijn bijvoorbeeld het innemen van medicatie, het deelnemen aan therapie, contact houden met de behandelaar, afzien van drugsgebruik of het vermijden van bepaalde voor de patiënt risicovolle plaatsen. Bij het vaststellen van voorwaarden moet wel worden nagegaan of de vrijheidsbeperking die deze voorwaarden opleggen, acceptabel is gezien het gevaar dat de patiënt zou veroorzaken als hij zich niet aan de voorwaarden hield. Voorwaarden mogen uiteraard nooit zaken beperken zoals de vrijheid van godsdienst.
Houdt de patiënt zich niet aan de voorwaarden en/of veroorzaakt hij gevaar, dan wordt de voorwaardelijke machtiging omgezet in een gewone RM en wordt de patiënt dus opgenomen. Indien absoluut noodzakelijk kan hij dan onder dwang behandeld worden. Overigens gelden, ook als de patiënt zelf opgenomen wil worden, de regels voor een gedwongen opname.
Een voorwaardelijke machtiging werkt iets anders dan de zogenaamde “paraplumachtiging” die uit jurisprudentie is ontstaan toen de voorwaardelijke machtiging nog niet bestond. Bij een paraplumachtiging wordt een patiënt opgenomen middels een gewone RM en vervolgens vrijwel direct met voorwaardelijk ontslag gestuurd. Onder de “paraplu” van de RM kan de patiënt weer gedwongen worden opgenomen als hij zich niet aan de voorwaarden houdt, zonder dat eerst weer de hele procedure voor een RM moet worden afgewerkt. Het belangrijkste verschil tussen de voorwaardelijke machtiging en de paraplumachtiging is echter dat de patiënt met een voorwaardelijke machtiging, in moet stemmen met de voorwaarden. Dit was niet het geval met de paraplumachtiging, omdat een patiënt niet ingestemd hoeft te hebben met de voorwaarden voor een voorwaardelijk ontslag. Daarnaast is iemand met een paraplumachtiging, ofschoon zeer kortdurend, opgenomen geweest voordat hij met voorwaardelijk ontslag ging, terwijl iemand met een voorwaardelijke machtiging in de samenleving kan blijven zolang hij zich aan de voorwaarden houdt en geen gevaar veroorzaakt.