Archief voor juni, 2008

Voorwardelijke machtiging

Bij een voorwaardelijke machtiging kan een psychiatrische patiënt gedwongen opname in een GGZ-instelling voorkomen door zich te houden aan bepaalde voorwaarden. De criteria voor een voorwaardelijke machtiging zijn dan ook iets anders dan bij een gewone rechterlijke machtiging: voor het afgeven van een RM moet het duidelijk zijn dat het gevaar dat de patiënt veroorzaakt, niet kan worden afgewend buiten het psychiatrisch ziekenhuis. Daarentegen is het feit dat het gevaar wél kan worden afgewend buiten het ziekenhuis, juist het uitgangspunt van de voorwaardelijke machtiging, met dien verstande dat het gevaar alleen kan worden afgewend als de patiënt zich aan bepaalde regels houdt. De reden dat de machtiging wordt ingesteld, is om de patiënt een stok achter de deur te geven: hij kan voorkomen dat hij gedwongen opgenomen wordt, maar dan moet hij zich wel aan bepaalde afspraken houden.

De voorwaarden waar de patiënt zich aan moet houden, worden in het algemeen vastgelegd in het behandelplan. Dit behandelplan moet door de patiënt ondertekend zijn – immers, dwangbehandeling buiten het ziekenhuis is niet mogelijk. De rechter zal dus alleen een voorwaardelijke machtiging afgeven, als blijkt dat de patiënt met de voorwaarden instemt – anders kan de behandelaar beter een gewone RM aanvragen. Voorwaarden die kunnen worden vastgelegd in het behandelplan zijn bijvoorbeeld het innemen van medicatie, het deelnemen aan therapie, contact houden met de behandelaar, afzien van drugsgebruik of het vermijden van bepaalde voor de patiënt risicovolle plaatsen. Bij het vaststellen van voorwaarden moet wel worden nagegaan of de vrijheidsbeperking die deze voorwaarden opleggen, acceptabel is gezien het gevaar dat de patiënt zou veroorzaken als hij zich niet aan de voorwaarden hield. Voorwaarden mogen uiteraard nooit zaken beperken zoals de vrijheid van godsdienst.

Houdt de patiënt zich niet aan de voorwaarden en/of veroorzaakt hij gevaar, dan wordt de voorwaardelijke machtiging omgezet in een gewone RM en wordt de patiënt dus opgenomen. Indien absoluut noodzakelijk kan hij dan onder dwang behandeld worden. Overigens gelden, ook als de patiënt zelf opgenomen wil worden, de regels voor een gedwongen opname.

Een voorwaardelijke machtiging werkt iets anders dan de zogenaamde “paraplumachtiging” die uit jurisprudentie is ontstaan toen de voorwaardelijke machtiging nog niet bestond. Bij een paraplumachtiging wordt een patiënt opgenomen middels een gewone RM en vervolgens vrijwel direct met voorwaardelijk ontslag gestuurd. Onder de “paraplu” van de RM kan de patiënt weer gedwongen worden opgenomen als hij zich niet aan de voorwaarden houdt, zonder dat eerst weer de hele procedure voor een RM moet worden afgewerkt. Het belangrijkste verschil tussen de voorwaardelijke machtiging en de paraplumachtiging is echter dat de patiënt met een voorwaardelijke machtiging, in moet stemmen met de voorwaarden. Dit was niet het geval met de paraplumachtiging, omdat een patiënt niet ingestemd hoeft te hebben met de voorwaarden voor een voorwaardelijk ontslag. Daarnaast is iemand met een paraplumachtiging, ofschoon zeer kortdurend, opgenomen geweest voordat hij met voorwaardelijk ontslag ging, terwijl iemand met een voorwaardelijke machtiging in de samenleving kan blijven zolang hij zich aan de voorwaarden houdt en geen gevaar veroorzaakt.

Laat een reactie achter

Platspuiten

In ethische discussies over de behandeling van dementerenden en ernstig verstandelijk gehandicapten met gedragsproblemen wordt nog wel eens gesproken ove rhet concept “platspuiten”. Ik nam het letterlijk en kon me er tot voor kort weinig bij voorstellen. Tot een verpleegkundige eindelijk tevreden was over de effectiviteit van mijn zo-nodigmedicatie – die ik gelukkig maar zeer zo nodig gebruik.

De allereerste keer dat ik in een flipbui noodmedicatie heb gebruikt, was mijn toenmalige arts heel eerlijk over het gehoopte effect: dat het me “wat zou versuffen”, dus. Ik vond het best, want ik was zo over de rooien dat het me helemaal niets kon schelen wat die rommel zou doen. Inderdaad was ik door dit middel, promethazine (Phenergan, een middel dat officieel bedoeld is tegen allergieën maar dat ook sederende bijwerkingen heeft), wat duffer dan normaal, maar het was nog niet zo erg dat ik niet meer normaal kon functioneren – toen ik drie of vier uur na inname aan het schrijven sloeg, vond ik vooral dat ik iets slordiger typte, maar aan het aantal typefouten was het niet eens te merken. Bijkomend voordeel was dat mijn onrust in ieder geval minder was.

Het broertje van de promethazine, levomepromazine (Nozinan, officieel alleen geïndiceerd bij matige pijn in een beperkte patiëntengroep), heb ik ook nog een tijdje geslikt voor de nacht, maar dat deed er zo gruwelijk lang over om in te werken en werkte vervolgens nog zo vreselijk lang door, dat ik er geen baat bij had. Verder een hele rits benzodiazepines gehad, het merendeel als slaapmiddel, behalve de oxazepam (Seresta). Tien milligram Seresta deed helemaal niets, en ik nam het vooral zodat de verpleging niet kon zeggen dat ik niet probeerde om mezelf weer rustig te krijgen. Uiteindelijk won bij mij toch de gedachte dat, als het niet baat, het zeker mogelijk wel schaadt, en ging ik dus steeds minder vaak op het aandringen van verpleegkundigen in. Dit was tot april, toen mijn behandelaar me adviseerde het toch maar af en toe te nemen. Ze schreef me twintig milligram voor, omdat ik dus voor de zoveelste keer aangaf dat tien niets deed. De eerste keer dat ik het accepteerde, lag ik drie uur te maffen en toen begon de hele saga weer opnieuw. Ik heb toen geen Seresta meer genomen, omdat ik vond dat ik dat ’s middags al had gedaan. Niet elke keer was slapen het effect van de oxazepam, maar meestal wel – en ik was daar niet blij mee midden op de dag. Een verpleegkundige maakte me behoorlijk pissig toen ze, in aanloop naar een behandelplanbespreking, veronderstelde dat de Seresta goed had gewerkt. Hoezo goed werken?

Het zal meestal niet de bedoeling van de arts of verpleegkundige zijn om de patiënt midden op de dag te doen slapen. Eigenlijk is het alleen de bedoeling dat iemands onrust wat beteugeld wordt. En bij sommige patiënten is dit wat Seresta of een ander kalmeringsmiddel doet. Maar voor de verpleegkundigen lijkt het soms bar weinig uit te maken hóe de patiënt rustig wordt, als hij het maar wordt. Desnoods door te liggen maffen. Al is dit niet wat ik onder “rustgevend” versta, is het voor mij af en toe best; ik neem mijn Seresta toch nog niet eens één keer per week. Maar sommige patiënten zitten vrijwel constant aan de kalmeringsmiddelen. Gelukkig heb ik echt “platspuiten” op mijn afdeling nog maar een enkele keer gezien, en dat was kortdurend. Het is als je het mij vraagt een zeer onethische maatregel: niet alleen hebben mensen met de meeste psychiatrische stoornissen voor hun feitelijke problemen geen baat bij de kalmeringsmiddelen die ze ingespoten krijgen (benzodiazepines zijn bijvoorbeeld alleen geïndiceerd bij angststoornissen), maar je grijpt hiermee ernsitg in op iemands fundamentele vrijheden. Prima als het kortdurend echt niet anders kan, maar middelen en maatregelen zijn niet bedoeld als regel.

Laat een reactie achter

Duidelijk vs. directief

“Je vraagt om duidelijkheid, dus moet je nu de formulieren invullen.” Het was niet duidelijk. De formulieren voor de woonvormen hadden een aantal clausules waar ik absoluut niet blij van werd zonder nadere uitleg. Bovendien moet ik naar Apeldoorn en verblijf ik nu in Nijmegen. Als één woonproject dan eist dat je drie maanden huur betaalt als je wordt aangenomen, maar er niet gaat wonen – achteraf bleek het zo erg niet te zijn, maar dat moest ik wel eerst weten -, is het een erg groot risico om een formulier in te vullen waarin ik me hieraan verbindt, puur omdat de maatschappelijk werker het zegt. Zeker, toen ze mijn vraag hiernaar beantwoordde met “Dat staat er niet,” (kun je lezen?) en “Desnoods betalen wij het,” (regel dat eerst maar). De standaardopmerking dat ik om duidelijkheid vroeg, had ze uit een brief die ik een week eerder aan mijn dossier had laten toevoegen, maar dit was niet waar ik het over had. Dit was directief – het door mijn behandelaar volledig uit zijn context gerukte behandeldevies -, zeker. Duidelijk, mijn neus.

Helaas is het niet alleen de maatschappelijk werker die denkt dat directief zijn automatisch duidelijkheid geeft. Verpleegkundigen kunnen er ook wat van. Ooit heeft een verpleegkundige met mij afgesproken dat ik voortaan alleen een gesprek mocht vragen, op een vast te stellen moment, met de verpleegkundige aan wie ik voor die dienst toegewezen was. De reden was dat ik nogal eens de neiging heb om met onduidelijke opmerkingen en vragen bij alle drie de verpleegkundigen te komen of iedere keer opnieuw bij kantoor te gaan staan, waardoor iedereen tureluurs wordt van mijn eeuwige herhalen en ik toch nooit antwoord krijg. Prima als je het mij vroeg. Het werd nog wel eens een probleem als men niet wist dat ik voor kantoor stond, en een andere verpleegkundige toevallig de deur opende, maar meestal wees men dan vrij snel naar de verpleegkundige bij wie ik op het lijstje stond door. Zo niet vorige week. Mijn behandelaar had me net haar zeer directieve preek over het time-outbeleid gegeven, waarbij een verpleegkundige – toevallig dezelfde die de afspraak met me had gemaakt -, aanwezig was geweest. Ik besloot dus ’s avonds naar haar toe te gaan om haar te vragen hoe zij het had geïnterpreteerd: naar mijn mening smeet de arts de (dikke) deur wel erg gemakkelijk in mijn gezicht dicht, maar misschien had ik iets verkeerd gezegd of de verkeerde toon gebruikt en moest ik dit later verduidelijken. “Ik ga hier nu niet met je over in discussie,” meldde de verpleegkundige me, alsof ik in discussie wilde gaan. “Bovendien sta je bij [andere verpleegkundige] op de lijst.” Ik vroeg waar dit nu weer voor nodig was: zij was bij het gesprek aanwezig geweest, terwijl ik niet aan haar toegewezen was. Dat was nu eenmaal zo, deelden beide verpleegkundigen aan me mede, want toen de arts mij haar preek gegeven had, hadden ze nog geen verdeling gemaakt. Ik werd gefrustreerd en flipte al aardig, maar reageerde gelukkig op tijd op het dreigement me in de time-out te zetten. Directief van de (toch al niet zo) duidelijke afspraken afwijken. Hmmz.

Laat een reactie achter

Directief achter de “dikke deur”

Sinds maandag heb ik weer een time-outbeleid. Het zal wel nodig zijn, want onze psychiater heeft het blijkbaar goedgekeurd, en die heeft bij mij nog redelijk wat credit – heeft er in ieder geval bij mij blijk van gegeven ook normaal te kunnen communiceren, terwijl mijn behandelaar al minstens zes maanden alleen in “zeer directieve mededelingen” spreekt.

Op zich ben ik het er helemaal niet zo mee oneens. Ik bedoel, ik blijf erbij dat het op langere termijn niks oplost – het is immers een beheersmaatregel -, en ik weet niet of het echt zo gruwelijk noodzakelijk is om deze maatregel in te voeren. Maar voor nu is het best. Ik heb zondag bijna twee uur rond het ziekenhuis gezworven en heb buiten waarschijnlijk geschreeuwd of zoiets (kan het me niet goed herinneren). Men vindt het blijkbaar een ernstig incident wat zich niet mag herhalen, en het feit dat ik niet zo één-twee-drie wist hoe ik dat ging voorkomen, was volgens mijn behandelaar reden genoeg voor de “dikke deur”. Niet zo dramatisch als je het mij vraagt – ik heb gisteren eindelijk mijn halfjaar oude crisissignaleringsplan bijgewerkt en, als ik me eraan kan houden, hoef ik toch niet in de time-out, en zo niet, dan hoeven we in ieder geval niet te wachten tot een nieuw incident voor ik achter slot kan worden gezet. Niet dat ik persoonlijk denk dat de “dikke deur” voor dit specifieke gedrag een oplossing is, maar als mijn arts denkt van wel, dan zien we dat vanzelf. Dit was niet het probleem wat ik met mijn behandelaar had, en het is meestal trouwens niet het grootste probleem wat ik met haar heb, want als ik nadenk, zijn haar beslissingen vaak best redelijk. Maar c’est le ton qui fait la musique, en ik snap echt niet waar ze het idee vandaan heeft dat het altijd per se autoritair moet.

Ze heeft vorige maand, na één incident waarvan ze nog niet de helft heeft gezien, geconcludeerd dat je met “zeer directieve instructie” over mijn gedrag kunt bereiken dat ik ophoud met flippen. Schreeuwen dat ik niet moet schreeuwen dus. Letterlijk gezien heeft ze gelijk, maar ophouden betekent nog niet dat ik niet na twee minuten weer opnieuw begin. Bovendien gaat het erom een flipbui te stoppen. Autoritaire preken terwijl ik niet meer aan het flippen ben, hebben er alleen maar toe geleid dat mijn behandelaar steeds verder in mijn achting is gedaald. Zo vond ze het nodig, na het incident van vorige maand, om me, in het bijzijn van nog vier andere medewerkers, een voor haar doen langdurige, zeer dictatoriale preek te geven over alles wat ik nu onmiddellijk, stante pede moest doen om te voorkomen dat ik mijn behandeling “torpedeerde”. Toegegeven: ik had kort daarvoor tegen de maatschappelijk werker geschreeuwd, en dat ze eiste dat ik mijn excuses aanbood, was dus nogal wiedes, maar al de rest leek vooral bedoeld om maar eens even flink te laten zien wie hier de baas is. Achteraf bleek het te gaan om het invullen van een stom kutformuliertje wat nog lang niet hoeft te worden ingevuld. Hoop hijsa om niks dus, en voorkomen dat ik de volgende keer weer tegen de maatschappelijk werker zou schreeuwen, deed het overigens niet.

Maandag heeft ze bij mij weer eens behoorlijk het bloed onder de nagels vandaan gehaald. Om te beginnen was ik het helemaal niet met haar oneens dat wat zondag gebeurd was naar de regels van mijn afdeling een ernstig incident zou zijn (al betwijfel ik of de criteria voor “gevaar” uit de BOPZ daadwerkelijk zijn vervuld). Desondanks begon ze haar betoog al onmiddellijk: “Dit is een mededeling. Over wat er is gebeurd ga ik geen inhoudelijke discussie voeren.” Ik zou het eigenlijk best willen weten, maar niet om erover te discussiëren; mijn beoordelignsvermogen is in een dergelijke staat een stuk slechter dan de ogen en oren van andere mensen. Ze deed een poging me een ultimatum te stellen: ik moest goede afspraken maken om te voorkomen dat een dergelijk incident zich zou herhalen, anders was men genoodzaakt het time-outbeleid weer in te voeren. Ik heb op normale toon aangegeven dat ik best bereid was om afspraken te maken, maar op dit moment niet wist hoe ik een herhaling kon voorkomen. “Dan krijg je dus een time-outprogramma.” Best, voor zolang als het nodig is, maar krijg ik nog een kans om afspraken te maken als het me wel lukt? Ze smeet de (dikke) deur in mijn gezicht dicht door op alles wat ik zei te reageren met: “Ik heb besloten. Het is een mededeling. Geen discussie.”

Op zich kan ik het accepteren als hulpverleners soms flink therapeutisch uit hun slof schieten. Soms is dat gewoon nodig om mijn aandacht te krijgen. Zoals ik schreef: mijn behandelaar heeft gelijk als ze zegt dat je een flipbui tijdelijk kunt stoppen door flink boos te worden, en ik moet uitvinden of ik tijdens die “directieve minuut” in staat ben om afspraken te maken waar ik me vervolgens aan houd, zoals een halfuur op mijn kamer rust nemen (anders moet ik in de time-out). Maar als het langer dan een paar uur geleden is dat ik iets heb geflikt, heb ik dat meestal allang door – tenminste, op deze afdeling, want wat ooit een reden voor maatregelen was, zal dat nog wel zijn (niet dus, dan had ik het beleid veel eerder gehad) -, en is professioneel flippen vaak op zijn minst onnodig en op zijn meest ethisch onjuist (vrijwillige patiënten moeten akkoord gaan en zo) en ineffectief. Het komt wel voor dat ik me niet realiseer hoe schijnbaar gevaarlijk mijn gedrag is, maar dat wordt ook niet duidelijker als niemand het me uitlegt, en hoe voorkom ik dat gevaar dan als ik niet meer op deze afdeling zit? Maandag heb ik uiteindelijk mijn mond maar gehouden, maar dat zegt niet dat ik het ook begrijp.

Laat een reactie achter

Rechterlijke machtiging (RM(

Een rechterlijke machtiging (RM) is de verzamelnaam voro de voorlopige machtiging, de machtiging tot voortgezet verblijf en de rechterlijke machtiging op eigen verzoek. Met een RM kan een patiënt gedwongen worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis voor een langere periode, waarbij de voorlopige machtiging geldt voor zes maanden en de machtiging tot voortgezet verblijf steeds voor maximaal een jaar.

De criteria voor een rechterlijke machtiging zijn globaal hetzelfde als die voor een IBS. Het verschil is echter dat men een IBS ook mag afgeven als nog niet zeker is dat een persoon een geestesstoornis heeft, maar hiervoor wel een ernstig vermoeden bestaat. Daarentegen moet het gevaar bij een IBS wel zo dringend zijn dat de procedure voor een RM of observatiemachtiging (machtiging waarbij een patiënt, die ervan verdacht wordt een geestesstoornis te hebben, tot maximaal drie weken ter observatie wordt opgenomen), niet kan worden afgewacht. De procedure voor een RM kost namelijk wel aanzienlijk meer tijd dan die voor een IBS:


  • Eerst wordt een verzoek ingediend bij de officier van justitie. Dit kan gedaan worden door de behandelaar (bv. bij aanvragen van een RM na een IBS) of anders door de partner, ouders, andere meerderjarige bloedverwanten in de rechte lijn of zijlijn tot en met de tweede graad, de voogd, curator of mentor.
  • Er moet een geneeskundige verklaring worden bijgevoegd met het verzoek. Deze moet zijn opgemaakt door een bij voorkeur onafhankelijk psychiater en ten hoogste vijf dagen voor het indienen van het verzoek zijn ondertekend.
  • De officier van justitie stelt vervolgens een vordering tot verlenen van een RM in bij de rechter, tenzij het verzoek kennelijk ongegrond is of er minder dan één jaar is verstreken sinds de afwijzing van een eerdere vordering en er niet blijkt van nieuwe feiten.
  • De rechter hoort de patiënt en indien nodig deskundigen of andere betrokkenen. De behandelaar en de psychiater die de geneeskundige verklarign heeft opgesteld, moeten bereikbaar zijn voor inlichtingen.
  • Als de rechter uitspraak heeft gedaan, moet de patiënt binnen twee weken worden opgenomen. De behandelaar maakt hierover afspraken met het psychiatrisch ziekenhuis.

Laat een reactie achter

Inbewarignstelling (IBS)

Een inbewaringstelling (IBS) is een ordemaatregel om psychiatrische patiënten in noodsituaties snel gedwongen te laten opnemen in het ziekenhuis. Als een persoon met een (vermoedelijke) geestelijke stoornis (psychiatrische ziekte, verstandelijke handicap of dementie) een acuut (dreigend) gevaar voor zichzelf of anderen vormt, waarbij het dus niet mogelijk is om de procedure voor een rechterlijke machtiging af te wachten, kan men de burgemeester (of een verantwoordelijk wethouder) verzoeken een IBS af te geven. In theorie kan iedereen dit verzoek doen, maar in de praktijk zal het gaan om de dienstdoende arts van de crisisdienst of soms de politie.

Voordat het verzoek tot afgeven van de IBS wordt gedaan, moet een (niet-behandelend) arts of psychiater een geneeskundige verklaring opstellen, waarin hij de geestelijke toestand en het hierdoor dreigende gevaar beoordeelt. Dit doet hij bij voorkeur op basis van onderzoek dat hij bij de patiënt heeft verricht. Maar als onderzoek van de patiënt niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat hij zich in zijn woning verschanst en weigert de arts binnen te laten, kan de arts de verklaring ook baseren op informatie van anderen. De geneeskundige verklaring moet worden meegestuurd met het verzoek om een IBS.

Als de burgemeester de IBS afgeeft, kan de patiënt worden opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis. Dit moet binnen 24 uur gebeuren. Ziekenhuizen hebben een opnameverplichting; desnoods kunnen ze door de officier van justitie gedwongen worden de patiënt op te nemen of elders een plaats te regelen. Een patiënt heeft recht op bijstand door een advocaat zodra de IBS is afgegeven, maar de burgemeester hoeft niet op de advocaat te wachten voordat hij de IBS oplegt.

De burgemeester stuurt de beschikking uiterlijk de volgende werkdag naar de officier van justitie, die vervolgens weer binnen één werkdag bij de rechter een verzoek indient tot verlenging van de IBS. De rechter ziet dan binnen drie werkdagen de patiënt (dit is dus uiterlijk vijf werkdagen na de opname in het ziekenhuis). De behandelaar en psychiater moeten bereikbaar zijn om indien gewenst extra informatie aan de rechter te verstrekken. Nadat de rechter heeft beoordeeld of inderdaad aan de criteria voor een IBS is voldaan, doet hij uitspraak en wordt dus eventueel de IBS verlengd. Dit gebeurt met een periode van drie weken. In uitzonderlijke gevallen kan de IBS daarna nog eens met drie weken worden verlengd.

Laat een reactie achter

Fragiele X syndroom

Het fragiele X syndroom is de meest voorkomende vorm van erfelijke verstandelijke handicap. De genetische fout bevindt zich, zoals de naam zegt, op het X chromosoom. Dit betekent dat vrouwen meestal draagster zijn en hun zonen het syndroom kunnen vertonen. Maar het fragiele X syndroom heeft een erg ingewikkeld overervingspatroon met premutaties en “mozaïek mutaties”, waarbij de afwijking niet in elke cel optreedt. Hierdoor kunnen ook vrouwen de kenmerken, in lichtere mate, vertonen.

Kenmerken van het fragiele X syndroom


  • Specifieke uiterlijke kenmerken, zoals een breed voorhoofd, lang gezicht en grote oren.
  • Oogafwijkingen: 40% kijkt scheel. Daarnaast komen ernstige bijziendheid en nystagmus (“wiebelogen”) voor.
  • Hart- en vaataandoeningen, die vaak beginnen in de late kindertijd.
  • Aandoeningen van het bewegingsapparaat: scoliose (zijwaartse kromming van de wervelkolom), platvoeten en overstrekkende gewrichten.
  • Ongeveer een kwart van de mensen met het fragiele X syndroom heeft epilepsie. Echter bij de helft van de gevallen verdwijnen de aanvallen als de mensen volwassen worden, en vaak reageren personen goed op medicatie.
  • Verstandelijke handicap: 80% van de aangedane mannen en 50% van de vrouwen met de fragiele X mutatie is verstandelijk beperkt. Het IQ neemt af met het ouder worden, waardoor kinderen vaak licht tot matig gehandicapt zijn en volwassenen matig tot ernstig gehandicapt. Echter de zelfredzaamheid blijft relatief goed met de juiste training. Er is sprake van een specifiek cognitief profiel, waarbij mensen met dit syndroom vooral moeite hebben met sequntiële verwerking en het korte-termijngeheugen. Hierdoor hebben ze moeite met rekenen en visueel-ruimtelijke activiteiten.
  • Taal- en spraakstoornissen: vaak is de spraakontwikkeling vertraagd, waarbij het kind gemiddled de eerste woorden gebruikt op een leeftidj van twee jaar, en bij drie jaar korte zinnetjes spreekt. In sommige gevallen is de spraak-/taalontwikkeling normaal voor het ontwikkelingsniveau van het kind, maar bij sommige mensen komen echolalie (papegaaien wat net gezegd is of wat men eerder heeft gehoord) en niet-vloeiende spraak voor.
  • Autistische kenmerken: veel mensen met het fragiele X syndroom hebben kenmerken zoals fladderen met de handen, sociale angst en verlegenheid, moeite met verandering en vermijden van oogcontact. Ook zintuigelijke overgevoeligheden komen vaak voor.
  • Concentratieproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit.
  • Psychiatrische stoornissen: relatief veel draagsters en mensen met dit syndroom hebben een stemmingsstoornis, zoals depressie of een bipolaire stoornis (manisch-depressief). Ook psychoses komen vaker voor. Sommige mensen met dit syndroom vertonen affectieve instabiliteit met agressief gedrag.

Laat een reactie achter

TBS-behandeling in gevangenis starten, bespaart wachttijd

Laat een reactie achter

Ik heb (misschien, als er niet weer iets tussen komt) een beetje duidelijkheid…

“Reso, punt.” Recht-door-zee manier van de psychiater om een eind te maken aan de al maanden slepende discussie over of ik nou naar de open opnameafdeling of naar de resocialisatieafdeling moet, in afwachting van een plek in een woonvorm. Ik had besloten in mijn eigen inbreng voor de behandelplanbespreking van gisteren de discussie breed uit te meten, omdat ik nu de constante verandering van beleid zat was: ik zit al zeven maanden op gesloten opname, waarvan minstens drie onterecht, en door de steeds wisselende besluiten over naar welke afdeling ik moet worden overgeplaatst, blijft dat ook zo. Niet dat ik iets tegen deze afdeling heb, tenminste niet iets wat ik niet ook tegen alle andere afdelingen zou hebben – met maximale vrijheid maakt het mij niks uit dat een verpleegkundige de deur voor me open moet maken -, maar de kans op een onverwachte overplaatsing zonder dat er nog over de gevolgen wordt nagedacht, wordt wel steeds groter, gegeven het feit dat de bedden op een gesloten afdeling zo duur zijn. Tijdens de vorige behandelplanbespreking kwam de verpleging onverwacht met de optie dat ik naar de resocialisatieafdeling zou gaan in plaats van open opname, waarvoor ik toen al een maand op de wachtlijst stond. Eerst was ik het er niet mee eens, bang dat ze daar zouden besluiten dat ik heus wel zelfstandig kon wonen als ze me maar flink pushten. Maar een verpleegkundige liet iemand van de reso een infoboekje mailen, stuurde het naar mij door en ik las het en besloot vervolgens dat ik het eigenlijk best een goed idee vond. Twee dagen later kwam er alsnog een plek vrij op open opname, die ik heb afgeketst omdat we nou net met die reso bezig waren – al heeft de afdelignsarts ervan gemaakt dat de overplaatsing te onverwacht kwam (omdat ik de enige was die het had zien aankomen?). Ik heb meteen daarna gevraagd of iemand achter de reso aan kon gaan, bijvoorbeeld een intakegesprek regelen. Dit is niet gebeurd, omdat de maatschappelijk werker, die niet bij het behandelplan aanwezig was geweest, meteen een dikke streep door het reso-plan had gezet, omdat zij wel op open opname en niet op reso werkt.

Aan de andere kant is een opnameafdeling niet bedoeld om langdurig te verblijven. Drie tot zes maanden wordt meestal als maximum gehanteerd. Ik zit er dus al zeven, en ging ervanuit dat de psychiater van open opname ook zou vinden dat ik niet misschien wel nog eens zeven maanden op een opnameafdeling kon blijven – we hebben geen idee hoe lang de wachtlijst voor een woonvorm is. Dan zou ik dus straks op open opname zitten, en besluit de psychiater daar dat ik toch maar op de wachtlijst – die ook wel een maand kan duren minimaal – voor de reso-afdeling moet. Ze zijn hier allergisch voor vooruitdenken, al is dat precies wat nodig is om mij een heel klein beetje duidelijkheid te geven. Midden in de oeverloze discussie over welke afdeling ik om wat voor vage reden dan ook beter vond – het zal me worst wezen, maar neem eens een besluit -, vroeg één van de vaktherapeuten of ik theoretisch gezien hier kon blijven. De afdelingsarts kan formeel die beslissing niet nemen, en de psychiater vroeg hoe lang het nog ging duren. Of het eerder in de orde van weken, maanden of jaren zou zijn? Maanden, minimaal. Ik had zelf ook wel kunnen zeggen dat zo’n termijn buiten de indicatie voor een opnameafdeling valt, maar blijkbaar maakt het meer indruk als iemand in een hoge salarisschaal het zegt. Het enige wat nu nog kan voorkomen dat ik naar de reso ga, behalve iets wat te maken heeft met de vraag of ze me daar willen hebben, is als de maatschappelijk werker, die weer eens op vakantie was, denkt dat kapsones zwaarder tellen.

Laat een reactie achter

“Anders word ik weggeschopt.”: Gedwongen ontslag uit het psychiatrisch ziekenhuis

Ik lig weer eens in de clinch met het behandelteam. Nou ja, voornamelijk met de maatschappelijk werker. Mijn ontevredenheid met de rest van het behandelteam hangt er vooral mee samen dat ik al maanden niet op een opnameafdeling hoor, maar de wachtlijsten elders nou eenmaal zo gruwelijk lang zijn. Op de maatschappelijk werker ben ik echt boos, want ze belt zonder mijn toestemming mijn ouders en vraagt alleen mijn toestemming voor een afspraak omdat mijn moeder weigeert te komen als ik geen toestemming geef, en ze belt ondanks mijn uitdrukkelijke en beargumenteerde weigering een voormalig begeleider van me met wie ik nu alelen nog privé contact heb. “Duidelijkheid” bij haar is zeer directief eisen dat ik doe wat ze zegt en geen vragen stel, want zij zit twintig jaar in het vak en weet dus best wat ze doet – al gooit ze het er een volgend moment weer op dat ik zo’n bijzonder geval ben en een “custom made” oplossing moet. Ik ben nog steeds kwaad, maar ik moet op mijn woorden letten. Zonder toestemming van de patiënt informatie met derden uitwisselen, mag niet. Maar hoeveel er ook gebeurt wat niet mag, één ding mag wel: me naar mijn hok sturen.

Voor gedwongen ontslag uit een psychiatrisch ziekenhuis zijn volgens de wet drie gronden:


  • De patiënt heeft de huisregels ernstig overtreden. Hij moet hiervoor wel gewaarschuwd zijn dat ontslag bij een volgende overtreding zal volgen. Een patiënt mag niet worden ontslagen vanwege het gedrag waarvoor hij in het ziekenhuis behandeld wordt.
  • De toestand van de patiënt is zodanig verbeterd dat de ziekenhuisopname nergens meer voor nodig is.
  • De patiënt weigert elke vorm van behandeling. Het gaat hierbij niet om het weigeren van één behandelvoorstel, maar het consequent afwijzen van elke behandeling die het ziekenhuis voorstelt.

Een patiënt moet zich wel kunnen voorbereiden op ontslag. In ons ziekenhuis geldt meestal een voorbereidingstijd van maximaal 48 uur.

Uiteraard zijn al deze redenen voor interpretatie vatbaar. Ik vind zelf dat ik niet aan deze gronden voldoe, anders had ik allang in overleg met mijn behandelaar besloten met ontslag te gaan. Maar aan de laatste twee redenen zou ik volgens mijn behandelaar prima kunnen voldoen. Ik zou niet kunnen ontkennen dat ik te goed ben voor de gesloten opnameafdeling. Te goed voor de gesloten afdeling is natuurlijk niet hetzelfde als goed genoeg voor mijn hok, maar in combinatie met de laatste reden, kan je natuurlijk wel zo denken. Zo heb ik in april een aanbod om naar de open opnameafdeling te gaan, afgewezen, omdat het behandelteam net had besloten dat ik eigenlijk veel beter naar de resocialisatieafdeling kon, en ik net had bedacht dat ze eigenlijk wel gelijk hadden. Destijds respecteerde mijn behandelaar die keuze en plaatste een andere patiënt, die wel wilde, over.

De laatste weken lijkt in mijn situatie het zogenaamd weigeren van behandeling meer een principekwestie te zijn, want ik heb helemaal niets feitelijk afgewezen. Alleen te veel kritische vragen gesteld en één keer binnen gehoorsafstand van mijn behandelaar geflipt. Toen ik tweeëneenhalve week geleden flipte omdat de maatschappelijk werker, na drie weken niets van zich te hebben laten horen, plotseling aan kwam zetten met een aanmeldingsformulier voor een mogelijk vervolgproject wat ik à la minute moest ondertekenen en er ook nog eens mijn moeder bij haalde, zag mijn behandelaar dit als een overduidelijke poging om mijn behandeling te “torpederen”. Ik deed uiteindelijk wat ze van me vroeg – al bleek achteraf dat het nergens voor nodig was – en ben dus niet naar mijn hok gestuurd. De volgende dag besloot ik alsnog, zonder te flippen, de maatschappelijk werker erop aan te spreken dat ze zonder mijn toestemming met anderen informatie over mij had uitgewisseld. Ze dreigde mijn behandelaar erbij te halen als ik niet ophield en een ander formulier invulde. Dit formulier heb ik meegenomen en met mijn zus ingevuld, want ik was bang te flippen als ik het met haar zou invullen. Alle formulieren zijn inmiddels ingevuld. Ik heb mijn behandelaar niet meer gesproken – “behandelaar” is überhaupt maar een titel, want mij kan ze niet behandelen. Maandag heb ik behandelplanbespreking. Ik ben behoorlijk pissig over de gang van zaken, maar als ik te veel klaag, word ik misschien weggestuurd.

Laat een reactie achter

Oudere Berichten »