Overal in de zorg wordt bezuinigd. Ook bij mijn GGZ-instelling. En uiteraard is het belangrijkste waar op bezuinigd wordt het personeel. Ik zit op een gesloten opnameafdeling, waar normaal gesproken overdag steeds drie verpleegkundigen in dienst moeten zijn en ’s nachts twee. Toen ik in november opgenomen werd, kwam het heel af en toe wel voor dat er overdag twee verpleegkundigen werkten, maar meestal werkte er bij ziekte of vakantie een invalkracht (flexer). Nu wordt op personeel bezuinigd en mogen er eigenlijk geen flexers meer ingehuurd worden. Het is hierdoor steeds meer regel geworden dat er een dienst te kort is, waardoor men schuift met werktijden en komt tot het draaien van twee ochtend- en twee avonddiensten en een tussendienst voor tussen twaalf uur ’s middags en acht uur ’s avonds – en éénmaal moest zelfs de stagiaire de tussendienst draaien. “We redden het wel met zijn tweeën,” zeggen de verpleegkundigen.
Vaak is dat ook zo. Er is wat minder mogelijkheid om met patiënten bijvoorbeeld een wandeling te maken, maar als het rustig is op de afdeling, kan één iemand best op kantoor of op de groep zitten terwijl de ander bijvoorbeeld in een gesprek zit of soms zelfs van de afdeling af is. Dat is áls het rustig is op de afdeling. Maar ik zei al, het betreft een gesloten opnameafdeling. Onze afdeling is een relatief rustige gesloten afdeling, maar dit betekent vooral dat het niet constant bonje is. Als er eens iemand over de tief gaat, moeten er wel minstens twee verpleegkundigen aanwezig zijn voor het geval het uit de hand loopt. En wie vangt dan de andere patiënten op als er geen derde dienst is? En het is al eens voorgekomen dat op onze afdeling twee medewerkers werktne, die allebei weg moesten vanwege groot alarm op de andere gesloten afdeling. Wij hebben toen een korte tijd helemaal zonder personeel gezeten. Er is niets gebeurd, maar er had wel iets kunnen gebeuren.
En dan heb ik het niet over het feit dat patiënten veel moeilijker individueel de aandacht van een verpleegkundige kunnen krijgen, als er een dienst te kort is. Ik heb het meegemaakt dat een patiënt met een verpleegkundige van de afdeling af wou om afleiding te vinden, maar dit niet kon doen omdat er te weinig personeel was, en het hierdoor alsnog uit de hand gelopen is.
Er is nog niets ernstigs gebeurd wat direct aan personeelsgebrek te wijten valt – nog niet. Moeten we erop wachten? Of trekken we de conclusie dat we het wel met zijn tweeën redden? Als de bezuiniging bij onze instelling verder doorzet, wordt deze conclusie misschien getrokken. Dit zal dan wel invloed moeten hebben op de cliëntengroep die hier opgenomen wordt – als de andere gesloten afdeling, waar ernstiger zieke mensen verblijven, vol zit, kunnen cliënten met ernstiger gevaarlijk gedrag niet meer hier worden opgenomen. Of wachten we net zo lang tot er iets gebeurt, zoals dit in de andere sectoren van de zorg gaat?
Je kunt eigenlijk moeilijk de instelling zelf de schuld geven van de bezuinigingen. Ik kan wel klagen bij de PVP’er of zoiets, zoals een verpleegkundige me aanraadde toen ik klaagde toen de stagiaire de tussendienst moest draaien, maar daardoor komt er niet meer geld. Mensen genoeg die zouden willen werken hier – minstens twee verpleegkundigen verliezen dit jaar nog hun baan op onze afdeling -, maar als er geen centen zijn om ze te betalen, houdt het op. En de clustermanager van opname heeft ook geen geldboom in de tuin. Ik vind het wel jammer dat de verpleegkundige die de dienstroosters maakt, stellig beweert dat we volgens het management genoeg personeel hebben, maar dat zegt nog niet dat het de schuld van het management is dat er op onze afdeling niet met een volledige bezetting kan worden gewerkt. Ik schreef het gisteren al: de zorg staat niet hoog op de politiek-financiële agenda, dus verbeteringen zullen er voorlopig wel niet komen.