Metahypochonder

Ooit heb ik erover gedacht een online zelfhulpgroep op te richten voor mensen die bang zijn dat ze misschien hypochonders zijn – metahypochonders? Ik ben op zich iemand die zich snel zorgen maakt, in het algemeen, en enige ziekteangst hoort daarbij. Bij mij heeft de ziekteangst een zelfde karakter als andere zorgen, bijvoorbeeld de angst dat er ingebroken zou worden op mijn hok als ik vergat de deur op het nachtslot te draaien – waardoor ikdit iedere avond minstens tien keer controleerde. Ik controleerde standaard ook iedere avond heel vaak of de lampen uit waren en mijn stekkerdozen uit – want ik was bang een torenhoge energierekening te krijgen -, of mijn wekker aanstond – want anders zou ik me misschien verslapen – en of mijn verwarming uit en raam open waren – want anders kreeg ik misschien koolmonoxidevergifitiging. Toen ik klein was, was ik bang voor alle dingen die ik in het nieuws hoorde, op eenzelfde manier waarop andere kinderen bang zijn voor monsters onder hun bed. Ik was bang voor landmijnen en dacht dat iemand er één in de tuin had verstopt. Ik was bang voor giftige slangen (niet voor wurgslangen overigens, want ik ging ervanuit dat ik die wel aankon), en toen we naar Apeldoorn verhuisden, was ik bang daar midden op straat een adder tegen te komen, want ik had gehoord dat die beesten op de Veluwe voorkwamen. En ik was dus bang voor ziektes: in die tijd was de Leprastichting goede doel van de eeuw of zoiets, want het kwam heel vaak in het nieuws. Omdat ik gehoord had dat je tenen eraf vielen als je lepra had, telde ik ze iedere avond minstens vijf keer – alsof die ziekte in één dag toeslaat, maargoed.

Ik was in ieder geval tot vorig jaar niet iemand die de spreekkamer van de huisarts platliep met wissewasjes. Als ik naar de huisarts ging, was het meestal wel “niks”, maar ik ging gemiddeld één keer per jaar met een klacht waarvan een ander ook vond dat ik ermee naar de huisarts moest gaan. Toen ik nog op mijn hok zat, liep ik wel redelijk de spreekkamer van de huisarts plat met kleine dingetjes, maar ik wilde graag geloven dat ze aan stress of een recente verkoudheid lagen of dat het logisch was dat een klacht lang duurde (ik had al eerder de regel ingevoerd dat ik met elke klacht minimaal twee maanden moest rondlopen, en mag hopen dat ik die niet letterlijk neem als ik ooit een hartaanval krijg), en kwam daarna niet meer met dezelfde klacht terug (ik heb nog steeds een klacht die afgelopen september in de categorie wissewasjes belandde, maar laat maar hangen).

Nu zeur ik al maanden over darmklachten, waarvan de kans steeds groter is dat ze in de categorie wissewasjes gaan belanden. Het bloedonderzoek was normaal en toen ik gevraagd werd een verpleegkundige te vragen mijn ontlasting te beoordelen, vonden twee van de drie verpleegkundigen die dit gedaan hebben, het normaal. Voor mij is het alles behalve normaal, maar ik schreef ook al dat ik moeite heb de signalen van mijn lichaam juist te interpreteren.

Ik heb me voorgenomen volgende week aan de verpleging te vragen het predikaat “niks” maar vast aan de huisarts voor te stellen, voordat die het zelf doet. Ik kan toch niet meer beoordelen of mijn klachten op een bepaald moment overeenkomen met de beoordeling van één van de twee verpleegkundigen die het niet significant vonden, of met die op het moment dat de verpleegkundige er wel enige afwijking in zag (niet dramatisch overigens). Ik heb geen zin om weer een klacht, nu na maanden, voor niet-significant te hebben worden uitgemaakt. Dan weet je ook dat je niet langer serieus genomen wordt, ook al doe je je best om niet te snel te concluderen dat je een medisch probleem hebt, door hiervoor allerlei regels in te voeren, zoals de twee-maandenregel (die trouwens strenger is als een klacht binnen het officiële normale bereik valt, bijvoorbeeld doordat de “diarree” nooit langer duurde dan vijf dagen achtereen). Ik wil niet overkomen als iemand die de dokter zijn tijd verspilt met onzinklachten, en het is voor mij al moeilijk om uit te maken of dit op een bepaald moment komt door overdreven zorgen of door een verkeerde interpretatie van lichamelijke signalen of door alletwee, en laat staan dat een dokter – die in het algemeen niet eens snapt dat er mensen zijn die hun eigen lichaamssignalen niet kunnen interpreteren – deze beoordelign juist maakt.

Op zich is mijn “metahypochondrie” – mijn angst om voor hypochonder versleten te worden -, deels te verklaren door het feit dat je als hypochonder in het algemeen niet serieus genomen wordt door artsen. “Just because you’re paranoid doesn’t mean they aren’t out to get you,” en zo geldt dat voor hyochondrie ook: hypochonders hebben net zo’n hoog of laag risico op het krijgen van de ernstige ziektes waar ze voor vrezen, als hun psychisch normale medemensen. Maar een andere reden is het feit dat ziekteangst vaak gezien wordt als een vorm van aanstelleritis, terwijl het net zo’n serieus te nemen angst is als elke andere angst. Toen ik bang was longkanker te krijgen omdat ik jarenlang een steen die schijnbaar een soort asbest was (volgens iemand met verstand van mineralen ongevaarlijk), in mijn bezit heb gehad of dacht dat ik Alzheimer zou krijgen omdat ik mobiel belde (weer zo’n it’s-been-in-the-news angst: mobiele bellers hebben meer alfagolven in de hersenen), waren dit net zulke hinderlijke zorgen als de angst dat ik toch uit elke woonplek zou worden weggeschopt vanwege mijn gedrag of de angst voor inbraak als ik de deur niet op het nachtslot had, alleen minder logisch. Daarom nog niet niet-bestaand. Niet “niks” dus! Overigens: geen gezondheidswerker heeft mij tot nu toe ooit voor hypochonder uitgemaakt. De reden dat ik mijn “metahypochodnrie” ontwikkelde, is dat ik in 2005 door mijn ouders hier regelmatig voor werd uitgemaakt, plus het feit dat ik altijd vast anticipeer (mogelijk onterecht) op wat een hulpverlener van me kan vinden.

Laat een reactie achter