Akkoord tot het tegendeel blijkt?: middelen en maatregelen bij vrijwillig opgenomen patiënten

De wet BOPZ kent een aantal middelen en maatregelen die kunnen worden toegepast om gevaar voor de patiënt zelf of zijn omgeving af te wenden of te voorkomen. Het gaat bijvoorbeeld om afzondering, fixatie (beperken van de fysieke bewegingsvrijheid) of het ongewild toedienen van medicatie. Er zijn drie situaties waarin een maatregel kan worden toegepast:


  • Akkoord: de maatregel staat gemotiveerd in het door de patiënt of wettelijk vertegenwoordiger ondertekende behandel- of zorgplan en er is geen verzet (verbaal of fysiek) tijdens de uitvoering van de maatregel.
  • Dwang: de te nemen maatregel is opgenomen in het behandel-/zorgplan, maar de patiënt verzet zich als de zorgverlener de maatregel wil toepassen.
  • Nood: hiervan spreekt men, als er zich een onvoorziene noodsituatie voordoet, waardoor een maatregel nodig is bij een patiënt die deze maatregel (nog) niet in zijn zorg-/behandelplan had staan.

Bij vrijwillig opgenomen patiënten mag alleen gebruikgemaakt worden van een maatregel op basis van akkoord. Dit betekent concreet dat in het behandel- of zorgplan, dat door de patiënt of wettelijk vertegenwoordiger is ondertekend, staat omschreven onder welke omstandigheden er een bepaalde maatregel zal worden uitgevoerd, wat het doel is en de frequentie van de maatregel. Als de patiënt vervolgens verzet toont bij de uitvoering van een vastgelegde maatregel, moet alsnog een IBS (inbewaringstelling) worden aangevraagd.

Gebeurt het ook zo in de praktijk? In ieder geval niet op mijn afdeling. Ik zit sinds begin november vrijwillig opgenomen en heb nooit een IBS gehad. Voor mij is op 10 januari de maatregel van afzondering (time-out) ingesteld. Mij is niet gevraagd of ik het ermee eens was, en de paar keer dat ik mijn arts tegensprak, ging ze er nogal bot tegenin en maakte terloops de opmerking dat als het zo niet werkte, de crisisdienst maar moest komen om me voor een IBS te beoordelen. Ik dacht dat ze bedoelde dat dit moest als de time-outmaatregel niet zou werken en vroeg me af wat een IBS dan voor meerwaarde had, maar ik ga ervanuit dat het eerder op een IBS zou uitdraaien als ik blijvend tegen de maatregel in verzet was gegaan. Dat deed ik niet. Misschien had ik het gedaan als ik toen de wet al kende en dus wist dat niemand me deze maatregel ongewild mocht opleggen zolang ik een vrijwillige status had, maar misschien had ik dan ook een IBS aan mijn broek gekregen. Trouwens, in die tijd was het woord “IBS” al genoeg om me mijn mond te doen houden over waar ik dan ook het nou weer mee oneens was.

Hoe dan ook: toen de maatregel werd ingevoerd, werd mijn instemming niet gevraagd. Ook niet op het volgende behandelplan twee weken daarna. Ik kan me niet herinneren dat ik me akkoord heb verklaard met het plan, want tijdens de bespreking was ik boos weggelopen voor iemand het me had gevraagd. Toch staat er in dat behandelplan vermeld dat het time-outprogramma akkoord is. Ik vraag me af wie ermee akkoord was – ik nam altijd aan de psychiater -, maar ik in ieder geval niet. Nog weer vier weken later heb ik me pas akkoord verklaard met het time-outbeleid, maar na die datum is het nooit meer toegepast en afgelopen donderdag hebben we de maatregel weer ingetrokken.

Er is vast wel een manier te verzinnen waardoor deze praktijk past binnen de kaders van de wet. Akkoord veronderstellen is eenvoudig, al is de patiënt misschien niet in staat zijn verzet duidelijk te maken, weet hij niet dat hij, met vrijwillige status, officieel akkoord moet zijn met zijn beleid, of verzet hij zich maar niet om een IBS te voorkomen. In de psychiatrie is het immers common sense dat je als patiënt geen gelijkwaardige partner in je behandeling bent. Handig voor de arts misschien, maar niet altijd even ethisch als je het mij vraagt.

Laat een reactie achter