Vrijheidsbeperkende interventies in de thuiszorg

Een paar dagen geleden stuitte ik op een rapport over het toepassen van vrijheidsbeperkende interventies in de thuiszorg (De Veer et al., 2006). Vrijheidsbeperkingen in de thuissituatie waren in ieder geval toen niet gereguleerd middels de Wet BOPZ, die alleen geldt voor psychiatrische ziekenhuizen, psychogeriatrische afdelingen in verpleeg- en verzorgingshuizen en intramurale instellingen voor verstandelijk gehandicapten. Ten tijde van het rapport had de staatssecretaris voor VWS een plan om de BOPZ te wijzigen, zodat hierin ook vrijheidsbeperkende maatregelen die worden toegepast in de thuiszorg, konden worden geregeld. Vooruitlopend hierop deden de auteurs onderzoek naar het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen door medewerkers in de thuiszorg. Het blijkt dat deze maatregelen, zoals het plaatsen van bedhekken, het op slot doen van de huisdeur, het beperken van de bewegingsvrijheid door de cliënt bijvoorbeeld in een diepe stoel te plaatsen, en het gedwongen of gecamoufleerd toedienen van medicatie, veelvuldig worden toegepast door verpleegkundigen en verzorgenden. Vaak gebeurt dit in opdracht van de vertegenwoordiger van de cliënt of uit eigen initiatief van de verzorgende of verpleegkundige, dus zonder tussenkomst van een arts (uitzondering hierop vormt het gedwongen of gecamoufleerd toedienen van medicatie). Daarnaast blijkt dat relatief weinig verpleegkundigen of verzorgenden de maatregelen die ze treffen, als vrijheidsbeperkend ervaren.

In de nieuwe regeling zou alleen een arts mogen besluiten tot het treffen van vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals dit ook nu in de Wet BOPZ gebeurt. Daarnaast zou alleen bescherming van de cliënt in geval van gevaar een gerechtvaardigde reden zijn om deze maatregelen toe te passen, terwijl een verzoek hiertoe van de cliënt of wettelijk vertegenwoordiger of het feit dat de cliënt zonder de maatregel niet te handhaven zou zijn, ook vaak als reden wordt genoemd. En als een verpleegkundige of verzorgende geen alternatief ziet – wat in de meeste gevallen zo was -, is het natuurlijk niet gezegd dat dit er niet is. Je kunt een cliënt tegen vallen beschermen door een bedhek te plaatsen, maar is een lager (eventueel verstelbaar) bed ook geprobeerd?

Eerlijk gezegd verbaasde het mij hoe vaak en hoe snel verpleegkundigen en verzorgenden in de thuiszorg blijkbaar de vrijheid van hun cliënten beperken, zonder dat hier wettelijke regelingen over zijn. Ik weet niet hoe het inmiddels met de voorgestelde wetswijziging staat, maar ik mag hopen dat de praktijk wordt gereguleerd. De Wet BOPZ is immers niet alleen een handig wapen van de arts of verpleegkundige om de cliënt mee in het gareel te houden, maar is primair bedoeld als rechtsbescherming voor de cliënt.

* Veer, A.J.E. de, Francke, A.L., Kruif, A. de, Bolle, F.J.J. (2006), Vrijheidsbeperkingen in de thuiszorg: een inventarisatie onder verpleegkundigen en verzorgenden. Verpleegkunde 2006-21, nr. 4.

1 Reactie »

  1. Aicha Hajbat zei

    beste, moet een verpleegkundige zich huoden aan een bepaalde B handeling alvorens te fixeren?

    M.V.G aicha

RSS feed for comments on this post · TrackBack URI

Laat een reactie achter