Met de decentralisatie – het verhuizen van cliënten uit de inrichtingen naar woonvormen in de wijk – werden bij veel zorginstellingen veranderingen in het personeelsbeleid doorgevoerd. Z-verpleegkundigen, die vroeger de dagelijkse zorg voor verstandelijk gehandicapten hadden uitgevoerd, verdwenen en werden vervangen door zorgmedewerkers met nauwelijks opleiding. Daarnaast werden gastvrouwen aangesteld – vaak vrouwen die ervaring opdeden als moeder en huisvrouw. Officieel is hun taak puur huishoudelijk, maar veelal voeren ze verzorgende of verplegende taken uit, bij gebrek aan goed opgeleid personeel. Vaak is de begeleiding niet eens aanwezig als de cliënten op het dagcentrum behoren te zijn. En waar moet de cliënt dan heen als hij een dag niet naar dagbesteding kan?
Ik zie misschien iets over het hoofd, maar ik zie persoonlijk niet in wat dit met decentralisatie te maken heeft, anders dan dat het een onterecht voortvloeisel is uit de onterecht voorwaardelijke argumentatie achter het wonen in de wijk: “Want ze hebben mogelijkheden.” So what? Waarom kunnen verpleegkundigen wel in inrichtingen werken om daar ernstig verstandelijk gehandicapten of mensen met meervoudige handicaps te verplegen, en niet in een woonwijk? Waarom moet een cliënt, om in de samenleving te mogen deelnemen, kunnen volstaan met minder begeleiding dan hij in de inrichting had, terwijl het begrijpelijk is dat iemand met een handicap meer ondersteuning nodig heeft om in de “normale” samenleving te functioneren dan om in een beschutte, speciaal aangepaste inrichting te verblijven? Het is precies de reden dat ik decentralisatie geen plicht vind: sommige gehandicapten willen niet in een wijk wonen, omdat zij zich in de beschermde omgeving van de inrichting beter kunnen ontplooien. Maar het voorwaardelijke achter wonen in de samenleving legt een enorme druk op de gehandicapte om te presteren: hij gaat in de samenleving wonen (in de praktijk mag de gehandicapte zelf niet kiezen of hij in de inrichting wil wonen, dan wel in de wijk), dus hij zal het met minder ondersteuning moeten doen. Als hij het zo niet redt, zoekt hij het maar uit of gaat hij terug naar de inrichting.
Ik kan niet voor alle mensen met een handicap spreken. Ik kan daardoor niet zeggen dat iedereen in de wijk zou moeten wonen. Dit heeft mijn persoonlijke voorkeur, maar die kan anders zijn voor andere cliënten. Wat ik wel zeg, is dat soms decentralisatie de schuld krijgt van problemen die ontstaan door bezuinigingen op personeel en zorg. Als de gastvrouw in de inrichting had gewerkt en daar een meervoudig gehandicapte had verpleegd omdat er geen verpleegkundige was, was dit ook een misstand geweest, maar blijkbaar kwam dit in de tijd van de massale inrichtingen niet voor (of kwam het niet in het nieuws!). Nu tegelijkertijd met de verhuizing van cliënten van instellingsterreinen naar woonwijken, een enorme bezuiniging op personeel is doorgevoerd, krijgt de decentralisatie de schuld van problemen die het gevolg zijn van slechte zorg door weinig opgeleid personeel.