In de Amerikaanse wetgeving over onderwijs aan gehandicapte kinderen, wordt gesproken over het “least restrictive environment”, de minst beschermde omgeving. Dit betekent dat een kind bij voorkeur zoveel mogelijk geïntegreerd moet worden in de reguliere klas, en pas als dit niet mogelijk is, onderwijs moet krijgen binnen een speciale klas. Dit is een nobel streven, ook voor de zorg- en welzijssector voor volwassenen met een handicap of psychiatrische ziekte. Helaas wordt het niet altijd nagestreefd.
Ik merk vaak een zekere terughoudendheid bij zorginstellingen om hun cliënten in de minst beschermde omgeving te plaatsen. Begrijpelijk natuurlijk, want overschatting kan vergaande gevolgen hebben. Ik wens het niemand toe in de situatie terecht te komen waarin ik zat. Ik raakte, nadat ik zelfstandig ging wonen met ambulante begeleiding, psychisch in een crisis, waardoor ik opgenomen werd op de gesloten afdeling – niet bepaald de minst beschermde omgeving. Nu dat ik opgenomen zit, hoor ik dan ook vaak: “Maar we willen niet dat het weer misgaat.” En hierin ligt de reden voor het niet zoeken van de minst beschermde omgeving die voor een cliënt haalbaar is.
Voordat ik naar Nijmegen verhuisde, woonde ik in een trainingshuis met overdag een begeleider aanwezig op het steunpunt – een centraal gelegen huis tussen de appartementen van de cliënten -, en ’s nachts een telefonische bereikbaarheidsdienst. Ik had mijn eigen appartement in een nieuwbouwwijk in Apeldoorn. Perfect was anders, maar dat lag er niet aan dat de omgeving niet beschermd genoeg voor me was, en hangt waarschijnlijk voor een deel samen met mijn beperkingen. Al met al was het te doen. Zelfstandig wonen bleek daarentegen niet te gaan, ook al had ik zestien uur woonbegeleiding per week. Binnen drie maanden raakte ik zodanig in crisis dat ik opgenomen moest worden. Omdat teruggaan naar mijn woning te veel risico’s met zich meebrengt op een terugval, zijn we op zoek naar een nieuwe verblijfplek. En dan vraag ik naar een minst beschermde omgeving. Een ortho-psychiatrische woonvoorziening (trainingshuis) met 24-uurs begeleiding op de afdeling op een GGZ-terrein dus? Niet bepaald waar ik aan denk, en toch wordt het voorgesteld. Want wat als het weer misgaat?
Ik ben niet de enige. Ik heb verschillende medepatiënten van mijn afdeling zien overgeplaatst worden naar verblijfsafdelingen, terwijl het mij zeer de vraag was of zij werkelijk in zo’n beschermde omgeving moesten verblijven. Een andere medepatiënte werd op aanraden van haar behandelaar overgeplaatst naar een gezinsvervangend tehuis voor verstandelijk gehandicapten. Ze liep er weg omdat er “allemaal mongolen” zaten en zit nu opnieuw opgenomen. Je zou kunnen zeggen: alles beter dan de gesloten afdeling. Maar zelfs na vier maanden redeneer ik nog niet zo.
Ik snap de angst voor overschatting. Ik heb zelf de gevolgen mogen meemaken. Maar onderschatting heeft ook een vergaand effect. Hoe moet iemand vooruitgaan of zich ontwikkelen, als hij in een te beschermde omgeving verblijft? Ik heb helemaal niet de ambitie om één dezer jaren weer helemaal zelfstandig te gaan wonen, maar als ik die wel had, hoe zou ik dat dan moeten leren in een 24-uursvoorziening op een terrein? De overstap wordt alleen maar veel groter. Alleen vanuit de minst beschermde omgeving, het least restrictive environment, is naar mijn mening ontwikkeling naar een nog minder beschermde omgeving – mits de cliënt die ambitie heeft – mogelijk.