Archief voor maart, 2008

Rectificatie: dwangbehandeling vs. middelen en maatregelen

Het verandert mijn mening niet, maar ik moet toch even een rectificatie plaatsen. In mijn post over dwangbehandeling heb ik een fout gemaakt door onterecht te veronderstellen dat de criteria voor dwangbehandeling gelijk zijn aan die voor middelen en maatregelen. Bij gedwongen toedienen van medicatie is er in de wet een onderscheid tussen toedienen van medicatie als maatregel en als onderdeel van dwangbehandeling. Bij de maatregel van ongewild toedienen van medicatie, gaat het erom een tijdelijke noodsituatie te overbruggen. Denk bijvoorbeeld aan het toedienen van kalmeringsmiddelen bij een patiënt met ernstige onrust. Deze medicatie is dan niet specifiek gericht op het verminderen van de geestelijke stoornis, maar op het beheersen van de door de patiënt veroorzaakte overlast. Bij dwangbehandeling gaat het er echter om (een deel van) het behandelplan uit te voeren zonder toestemming van de patiënt. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat een schizofrene patiënt die behandeling weigert, ongewild zijn antipsychotica toegediend krijgt.

De wettelijke bepalingen met betrekking tot dwangbehandeling zijn strenger dan die betreffende middelen en maatregelen en die betreffende gedwongen opname. Hierdoor kan het gebeuren dat iemand wel een IBS of RM krijgt, maar niet zodanig gevaarlijk is dat hij gedwongen behandeld kan worden. Bovendien geldt het gevaarscriterium bij gedwongen opname voor gevaar buiten het ziekenhuis, en dat voor dwangbehandeling binnen het ziekenhuis, en als een patiënt binnen het ziekenhuis geen gevaar vormt, is er dus geen grond voor dwangbehandeling, ook al zou hij wel weer een gevaar vormen als hij naar buiten ging. Geeft me trouwens wel te denken over mijn dwangbehandelde medepatiënten, die in ieder geval in mijn bijzijn geen substantieel gevaar veroorzaakten.

Laat een reactie achter

Informed consent en psychiatrische medicatie

Volgens de WGBO (Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst) heb je als patiënt recht op informed consent. Dat betekent dat de arts de patiënt informatie moet hebben gegeven over de voorgestelde behandeling, effecten, risico’s van behandelen en niet behandelen en eventuele alternatieven, en dat de patiënt op basis van deze informatie zijn toestemming moet geven voor de behandeling. Ik begin me zelf echter steeds meer gedesillusioneerd te voelen over de praktijk van informed consent, zeker waar dit psychiatrische behandeling betreft.

Afgelopen zomer vond ik het vreemd dat mijn psychiater me niet fatsoenlijk informeerde over de te verwachten bijwerkingen van de medicatie die ze me voorschreef. Nu moet ik blij zijn dat ze me überhaupt informatie verstrekte. Sinds ik opgenomen zit, heb ik zelf zes verschillende psychofarmaca voorgeschreven gehad. Met het eerste middel, het slaapmiddel temazepam (Normison), had ik al eerder ervaring en het al dan niet voorschrijven is met mij overlegd toen ik opgenomen werd. Ik raakte echter binnen de kortste keren gewend aan de temazepam en mijn slaapproblemen gingen niet over, dus moesten er andere middelen geprobeerd worden. Achtereenvolgens kreeg ik levomepromazine (Nozinan, waarvan ik later ontdekte dat het officieel alleen geïndiceerd is bij matige pijn), nitrazepam en diazepam (Valium). Over de levomepromazine heb ik nog redelijk wat informatie gekregen, maar bij de nitrazepam en de diazepam heeft mijn arts eerst met de psychiater overlegd, die vervolgens een recept uitschreef, en moest ik van de verpleging horen wat ik voorgeschreven gekregen had. Ik wist wat het voor middelen waren omdat ik gewoon vrij veel verstand van medicatie heb, maar het is niet bepaald handig om een patiënt van tevoren weinig tot geen informatie te geven. Overigens: ik raak gigantisch snel gewend aan benzodiazepines, dus uiteindelijk ben ik eind december gewoon met alle slaapmedicatie gestopt.

Maar het kan vervelender. Begin december was ik erg onrustig en afleiding zoeken, hielp niet. Een verpleegkundige kon niet veel voor me doen, maar stelde voor op te zoeken of ik zo-nodigmedicatie had. Tot mijn verbazing beweerde ze dat ik oxazepam (Seresta) voorgeschreven had staan. Op zich niet verbazend, want de meerderheid van de psychiatrische patiënten heeft dit middel voorgeschreven staan, maar met mij was het totaal niet overlegd en ik weet tot nu toe niet welke arts het me wanneer en waarvoor voorgeschreven heeft. Bovendien is oxazepam ook een benzodiazepine, en deze werkt (in ieder geval in de dosis die ik had, 10mg) helemaal niet. Toch bleven verpleegkundigen er in de weken daarna mee komen aanzetten als ik onrustig was. Ik heb enkele malen aangegeven dat ik het er met de arts over wou hebben en schreef in de eigen inbreng van mijn eerste en tweede behandelplan, dat het niet werkte, maar er is nooit over mijn zo-nodigmedicatie overlegd. Wat nou informed consent? Dat ze me het niet gedwongen zouden toedienen als ik weigerde misschien.

Een ander probleem is het niet kunnen raadplegen van bijsluiters. Ik ben gewend ieder middel dat ik voorgeschreven krijg, op te zoeken op Apotheek.nl of zelfs in de online editie van het Farmacotherapeutisch Kompas, maar in het ziekenhuis heb ik geen internet. Papieren bijsluiters krijg je ook niet. Voor mij niet zo erg – ik wist genoeg van medicatie om eventuele bijwerkingen te kennen -, maar er zijn patiënten die helemaal niet weten wat ze slikken. Enkele dagen geleden weigerde een verpleegkundige een patiënt een bijsluiter te geven van de voorgeschreven medicatie. Dat wil zeggen, hij beweerde dat hij er geen kon vinden, maar ik zat erbij en wees hem erop dat die gemakkelijk te vinden zijn. Maar geen bijsluiter was geschikt voor deze patiënt, volgens de verpleegkundige. Nou zal daar best een reden voor zijn – ik ken de achtergrond van de patiënt niet en het gaat me ook niks aan -, maar er is ook nog zoiets als informed consent. Zelfs als je wilsonbekwaam en gedwongen opgenomen bent, heb je nog steeds recht op informatie over je behandeling. Als een gewone bijsluiter dan om de één of andere reden niet geschikt is voor de patiënt, moet je op zijn minst als arts of anders als verpleegkundige fatsoenlijke informatie verstrekken over het middel. Geen patiënt hoeft iets te slikken waarvan hij niet weet wat het is, wat het doet en wat de eventuele bijwerkingen kunnen zijn.

Laat een reactie achter

Dwangbehandeling

Eén van de meest controversiële onderwerpen in de psychiatrie, is dwangbehandeling. Pas las ik een column die Bram Bakker, psychiater in Amsterdam, over dit onderwerp geschreven had. Ik kende zijn standpunt al, want ik heb enkele jaren terug zijn boek Te gek om los te lopen gelezen. En toch blijft het standpunt van Dr. Bakker me verbazen. Meer nog dan toen ik Te gek om los te lopen las, want toen zat ik nog niet opgenomen. Nu wel, en nu ken ik de praktijk van dwangmedicatie, tenminste op mijn afdeling. Misschien is het Nijmeegse beleid heel anders dan het Amsterdamse, of misschien heb ik een andere kijk op de zaken, omdat ik patiënt ben, maar in mijn visie mag het beleid met betrekking tot gedwongen medicatietoediening, wel wat terughoudender.

Dr. Bakker heeft gelijk dat volgens de Nederlandse wet officieel alleen gevaar een reden kan zijn om iemand gedwongen medicatie toe te dienen. Het feit dat iemand bijvoorbeeld zo psychotisch is dat hij het zelf niet doorheeft, is geen reden. En terecht, als je het mij vraagt, want je schaadt door dwangmedicatie op een zeer vergaande manier iemands lichamelijke autonomie. Echter, zoals ik al eerder schreef, valt het begrip “gevaar” nogal subjectief te interpreteren. Als patiënt ken ik natuurlijk niet de achtergronden van mijn medepatiënten die dwangbehandeling kregen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de redenen om dit beleid in te stellen, niet zoveel met agressie (het criterium volgens Dr. Bakker) te maken hadden, want in ieder geval in mijn bijzijn waren geen van de patiënten agressief.

Dr. Bakker gaat ervanuit dat mensen gedwongen behandeld moeten worden als ze met een RM opgenomen worden, omdat het anders totaal geen zin heeft. Immers, een RM loopt na een halfjaar af en iemand die psychotisch is, komt daar niet vanaf zonder pillen – ook niet na een halfjaar. Aan de andere kant vraag ik me af wat bij een dergelijke patiënt dan het gevaar was, waardoor hij gedwongen opgenomen werd. Je kunt je serieus afvragen of een dergelijk gevaar – wat toch substantieel moet zijn, anders hoeft iemand niet tegen zijn wil opgenomen te worden – niet rechtvaardigt dat hij ook dwangmedicatie krijgt. “Zo psychotisch dat hij het niet doorheeft,” is geen reden voor dwangmedicatie, maar wel een reden voor een RM? Overigens: ik ken mensen die gedwongen medicatie kregen vanwege een zo ernstige psychose dat ze het niet beseften.

Ik snap Dr. Bakkers redenatie wel: een opname kost veel geld en mankracht, en als je die met een pilletje kunt voorkomen of verkorten, lijkt dat natuurlijk zeer aantrekkelijk. Echter vraag je eerst eens af of het er daadwerkelijk om gaat een persoon of zijn omgeving voor gevaar te behoeden, danwel simpelweg om een meerderheidsmening op te dringen aan de minderheid. Immers, als de psychiater zegt dat een patiënt ziek is, wil dat niet veel meer zeggen dan dat de overgrote meerderheid van zijn cultuur de wereld of zichzelf op een andere manier waarneemt of zich anders gedraagt dan de patiënt, en dat die in de problemen is gekomen door deze discrepantie. Vraag je vervolgens, als je geconcludeert hebt dat er een reëel gevaar is voor de patiënt of een ander, af of er andere mogelijkheden zijn om de patiënt ertoe te brengen zich aan zijn behandeling te houden. Ik ken de wet niet zo goed, maar als je het mij vraagt zou een rechter in een voorwaardelijke machtiging een vereiste van therapietrouw moeten kunnen opnemen. Als er dan niks anders op zit dan de patiënt met een machtiging te laten opnemen, vraag ik me werkelijk af wat daar nou tegen is? Ja, het kost de samenleving veel geld wat uitgespaard had kunnen worden als de patiënt gewoon zijn pillen had geslikt, maar is dat een reden? En wat betreft het feit dat ee gedwongen opname heel veel van de vrijheid van de patiënt wegneemt: sorry hoor, maar het ongewild ingrijpen in de neurochemie van de patiënt, doet dat ook, en misschien wel nog meer.

In het buitenland is gedwongen opname synoniem met dwangbehandeling. Dat is best, maar dan mag ik wel hopen dat het gevaarscriterium voor gedwongen opnames daar wat stricter wordt gehanteerd, al vrees ik van niet. Immers, ook psychiatrisch zieke mensen hebben het recht om serieus genomen te worden als partners in hun behandeling, behalve als hun keuzes ernstig gevaar veroorzaken voor henzelf of anderen. Dat zegt de wet ook al, maar de wet is nogal vaag.

Laat een reactie achter

Nieuw inzicht in pijn bij kanker


Drie kwart van de kankerpatiënten hebben last van matige tot ernstige pijnklachten. Dr. Guy Hans, medisch coördinator van het pijncentrum van het Universitair
Ziekenhuis Antwerpen (UZA), levert voor de eerste keer het wetenschappelijk bewijs dat kankerpijn te wijten is aan de aanwezigheid van een bepaalde chemische stof die sommige tumoren afscheiden. (Bron: ZorgKrant.)

De bedoelde chemische stof, endotheline-1 (ET-1) activeert de pijnzenuwen. Dit kan ertoe leiden dat kankerpatiënten ernstige pijn ervaren, ook al hebben ze maar een hele kleine tumor – wat altijd onverklaarbaar was omdat de tumor dan dus niet op bijliggende organen kon drukken. ET-1 wordt namelijk in zeer grote hoeveelheden uitgescheiden door de tumor. Op dit moment is er helaas nog geen geneesmiddel dat de werking van deze stof neutraliseert. Als dit middel er wel komt, in de toekomst, kan dit niet alleen de pijn bestrijden, maar ook de groei van de tumor verminderen – want ET-1 draagt bij tot de uitbreiding van de kanker. Het is dus te hopen dat dr gauw meer onderzoek komt, waardoor een middel kan worden ontwikkeld dat deze stof tegengaat.

Laat een reactie achter

Hulpverleners maken (n)ooit fouten

Gisteravond was er een situatie waarin, naar mijn mening, een verpleegkundige enkele patiënten nogal onjuist bejegende. Bovendien kon de hele afdeling meegenieten, wat niet even prettig was. Ik sprak samen met een andere patiënt de verpleegkundige hierop aan, maar ze reageerde dat ze haar redenen had om te handelen zoals ze deed en de zaak dus heel professioneel had aangepakt. Op zich kan het wezen dat verpleegkundigen redenen hebben om op een bepaalde manier met bepaalde patiënten om te gaan, maar sta alsjeblieft open voor feedback.

Deze verpleegkundige is zeker niet de enige. Op het trainingshuis gebeurde het een aantal keer dat een begeleider mij recht in mijn gezicht zei dat zij hulpverlener is en dus geen fouten maakt. Even voor de duidelijkheid: het simpele feit dat jij hulpverlener bent – of je nou arts, verpleegkundige of woonbegeleider bent -, betekent niet dat je nooit fouten maakt.

Het kan zijn dat de cliënt een ander gezichtspunt heeft dan jij en dat jij vanuit jouw gezichtspunt vindt dat je professioneel hebt gehandeld. Immers, de cliënt weet niet altijd de achtergronden van de medecliënten of ziet zijn eigen gedrag door een gekleurde bril (wat overigens niet wil zeggen dat jij dat niet doet). De cliënt kan dus ook ongelijk hebben, ook al vindt hij dat jij een fout hebt gemaakt. Maar kom niet aanzetten met het argument dat jij als hulpverlener nooit fouten maakt, want dat is onzin en gedrag waardoor je de cliënt alleen maar minder serieus neemt.

Als een cliënt je dus aanspreekt op je gedrag, hoef je niet gelijk in de verdediging te schieten. Luister naar wat de cliënt te zeggen heeft – zeker als het om gedrag tegenover medecliënten gaat, heeft die cliënt misschien best een goed oog op de situatie -, denk erover na, bespreek het eventueel met collega’s en kom pas daarna met de conclusie of je wel of niet professioneel gehandeld hebt. Communiceer open over eventueel incorrect handelen. Immers, zoals ik ook al schreef toen ik het had over medische fouten: het is niet te vermijden dat er fouten worden gemaakt, maar wel dat je er niet open over communiceert.

Laat een reactie achter

“Dit is wat jouw gedrag bij mij oproept.”

Vaak rationaliseren hulpverleners het feit dat ze bijvoorbeeld tegen me schreeuwen, met de mededeling: “Dat is wat jouw gedrag bij mij oproept.” Een nog extremere reactie is: “Ik moest het wel doen, want je luisterde niet.” Ik kreeg dergelijke reacties vooral veel op het trainingshuis in Apeldoorn en krijg ze nauwelijsk van verpleegkundigen op de psychiatrische afdeling. Op zich begrijpelijk, gezien het feit dat verpleegkundigen in de psychiatrie behoren te kunnen omgaan met storend of agressief gedrag, en mijn woonbegeleiders van destijds hier mogelijk minder ervaring mee hadden. En toegegeven: meestal volgt deze reactie op een situatie waarin ik bijvoorbeeld schreeuw of met deuren smijt. Maar dan nog: je wilt toch zo graag duidelijk maken dat je cliënt zelf verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn gedrag? Geef dan eerst het goede voorbeeld, zou ik zeggen.

Cliënten kunnen zich ongepast gedragen. Hulpverleners ook. Het simpele feit dat de cliënt een psychiatrische stoornis of gedragsprobleem heeft en jij als hulpverlener niet, wil niet zeggen dat agressief gedrag, zoals schreeuwen, voor jou meer gepast is dan voor de cliënt. Stel je immers voor dat de cliënt, elke keer dat hij bijvoorbeeld schreeuwt, de schuld bij een ander legt door te zeggen dat die ander dit gedrag bij hem opriep! Jij zou deze situatie van verantwoordelijkheid afschuiven, niet accepteren. Dus waarom doe je het zelf dan wel?

Ik vind dit zelf een moeilijk sociaal concept, maar ik begrijp dat er zoiets als “uitlokking” bestaat, en dat agressie meer geaccepteerd wordt als dit was uitgelokt. Je kunt dit aan de cliënt uitleggen, door te zeggen dat hij begon met schreeuwen en jij daarop reageert door terug te schreeuwen. Echter dit is geen manier om je eigen gedrag goed te praten, maar om de context uit te leggen: soms schreeuwen hulpverleners, ook al zeggen ze dat hun cliënt dat niet mag. Daarmee is de hulpverlener nog wel zelf verantwoordelijk voor dit gedrag, ook al was het uitgelokt. Iedereen is immers verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag. In bepaalde situaties is het, voor “normale” mensen (en let erop dat de meeste cliënten niet tot deze doelgroep behoren!) begrijpelijk dat zij agressie tonen, omdat ze werden geconfronteerd met de agressie van een ander. Dat is niet hetzelfde als dat die ander de agressie opriep, alsof de persoon een robot is die wel agressief móet worden. Zo werkt het niet en het is ook buitengewoon verwarrend om op deze manier met cliënten, die vaak al een verminderd begrip van sociale regels hebben, te communiceren.

Laat een reactie achter

Communicatie bij medische fouten

Ik ben verknocht aan het AVRO-programma Missers, waarin medische fouten en misstanden in de zorg aan de kaak worden gesteld. De bedoeling is niet om artsen en verpleegkundigen aan de schandpaal te nagelen, maar om missers openlijk bespreekbaar te maken. Immers, waar gehakt wordt, vallen spaanders, maar medici zijn nogal eens niet geneigd dit toe te geven.

Wat je ziet wanneer slachtoffers of nabestaanden naar het medisch tuchtcollege stappen, is voornamelijk dat het ze erom te doen is om hun gelijk te halen. Immers, als patiënt heb je weinig aan zo’n tuchtzaak: de arts wordt waarschijnlijk (als de patiënt in het gelijk gesteld wordt) gewaarschuwd of berispt, verder niks. Maar het is een manier om toegegeven te krijgen dat er fouten zijn gemaakt. Idealiter zou de arts of verpleegkundige hier zelf openlijk over communiceren. De verminking van het lichaam gaat niet over of de overledene komt niet terug, maar in ieder geval straal je daarmee empathie uit naar de patiënt c.q. nabestaanden. Bovendien kun je dan de zaak mogelijk laten rusten – als de familie er geen rechtzaak van maakt – en werken aan het voorkomen van nieuwe fouten. Ik ben begonnen deze post te schrijven voordat ik de aflevering van Missers van vandaag gezien had, maar toevallig wordt in deze aflevering aan dit onderwerp aandacht besteed. Er komen enkele zaken aan de orde waarbij de arts c.q. het ziekenhuis eerlijk toegaf dat er fouten waren gemaakt, schade vergoedde en verbeteringen doorvoerde. De aflevering is nog terug te kijken op de Missers site. Op het forum wordt deze week gediscussieerd over de stelling dat artsen die hun fouten openlijk toegeven, niet voor de tuchtrechter hoeven te worden gesleept.

Laat een reactie achter

Gevaarscriterium, of zoiets?

Toen ik nog behoorlijk instabiel was, gebruikte mijn arts het woord “gevaar” veelvuldig waar ik dat niet zag. Ze omschreef de reden van mijn opname als “gevaar”, en doelde daarbij niet eens zozeer op het feit dat ik me suïcidaal had geuit (wat de directe aanleiding voor de opname was), maar veel breder ook op het feit dat ik in de week ervoor regelmatig zwierf en hierdoor in contact kwam met politie.

Toen het aankwam op vrijheidsbeperkende maatregelen (de time-out dus), beweerde mijn arts dat ze het wilde hebben over mijn en andermans veiligheid. Nou was er enkele dagen daarvoor inderdaad een incident geweest waarbij ik in een onveilige situatie terecht gekomen was – ik was in paniek midden op de weg stil blijven staan -, maar de toepasbaarheid van het time-outbeleid bleek later veel ruimer te zijn. De enige keer dat ik in de time-out gezeten heb, was omdat ik bleef hangen in uitingen dat ik weg wilde (ik wilde in die tijd steeds met ontslag) en daarmee blijkbaar overlast veroorzaakte. Wat nou gevaar?

In de wet BOPZ staat dat middelen en maatregelen alleen toegepast mogen worden om ernstig gevaar voor de betrokkene zelf of zijn omgeving af te wenden danwel te voorkomen. Echter het begrip “gevaar”, zoals dit in de wet staat, wordt extreem ruim uitgelegd. Niet alleen het gevaar dat de patiënt zichzelf of een ander van het leven berooft of ernstig lichamelijk letsel toebrengt, wordt bedoeld, maar ook:


  • Het gevaar dat betrokkene zichzelf of een ander ernstig zal verwaarlozen;
  • Het gevaar dat betrokkene maatschappelijk te gronde gaat;
  • Het gevaar dat betrokkene door hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
  • Het gevaar voor de psychische gezondheid van een ander.

Veel van deze gevaren zijn subjectief uit te leggen. Wanneer roep je bijvoorbeeld door hinderlijk gedrag agressie op – veelal hebben andere cliënten immers ook een minder dan normale draagkracht? En wanneer ga je door je gedrag maatschappelijk te gronde? Het is nogal lastig dit objectief vast te stellen, dus komt het neer op vage omschrijvingen van gedrag. In mijn eigen geval stond volgens mij nergens concreet uitgelegd in welke situaties afzondering gerechtvaardigd was, en de keren dat ik om uitleg vroeg, kreeg ik antwoorden in de trant van: “Ja, nou ja, als je bijvoorbeeld schreeuwt of met de deuren slaat, je kent dat gedrag van jezelf toch wel?” Lekker duidelijk. Ik kan mezelf niet aan de indruk onttrekken dat middelen en maatregelen gewoon worden toegepast als de verpleging zich te veel aan je ergert.

Laat een reactie achter

Akkoord tot het tegendeel blijkt?: middelen en maatregelen bij vrijwillig opgenomen patiënten

De wet BOPZ kent een aantal middelen en maatregelen die kunnen worden toegepast om gevaar voor de patiënt zelf of zijn omgeving af te wenden of te voorkomen. Het gaat bijvoorbeeld om afzondering, fixatie (beperken van de fysieke bewegingsvrijheid) of het ongewild toedienen van medicatie. Er zijn drie situaties waarin een maatregel kan worden toegepast:


  • Akkoord: de maatregel staat gemotiveerd in het door de patiënt of wettelijk vertegenwoordiger ondertekende behandel- of zorgplan en er is geen verzet (verbaal of fysiek) tijdens de uitvoering van de maatregel.
  • Dwang: de te nemen maatregel is opgenomen in het behandel-/zorgplan, maar de patiënt verzet zich als de zorgverlener de maatregel wil toepassen.
  • Nood: hiervan spreekt men, als er zich een onvoorziene noodsituatie voordoet, waardoor een maatregel nodig is bij een patiënt die deze maatregel (nog) niet in zijn zorg-/behandelplan had staan.

Bij vrijwillig opgenomen patiënten mag alleen gebruikgemaakt worden van een maatregel op basis van akkoord. Dit betekent concreet dat in het behandel- of zorgplan, dat door de patiënt of wettelijk vertegenwoordiger is ondertekend, staat omschreven onder welke omstandigheden er een bepaalde maatregel zal worden uitgevoerd, wat het doel is en de frequentie van de maatregel. Als de patiënt vervolgens verzet toont bij de uitvoering van een vastgelegde maatregel, moet alsnog een IBS (inbewaringstelling) worden aangevraagd.

Gebeurt het ook zo in de praktijk? In ieder geval niet op mijn afdeling. Ik zit sinds begin november vrijwillig opgenomen en heb nooit een IBS gehad. Voor mij is op 10 januari de maatregel van afzondering (time-out) ingesteld. Mij is niet gevraagd of ik het ermee eens was, en de paar keer dat ik mijn arts tegensprak, ging ze er nogal bot tegenin en maakte terloops de opmerking dat als het zo niet werkte, de crisisdienst maar moest komen om me voor een IBS te beoordelen. Ik dacht dat ze bedoelde dat dit moest als de time-outmaatregel niet zou werken en vroeg me af wat een IBS dan voor meerwaarde had, maar ik ga ervanuit dat het eerder op een IBS zou uitdraaien als ik blijvend tegen de maatregel in verzet was gegaan. Dat deed ik niet. Misschien had ik het gedaan als ik toen de wet al kende en dus wist dat niemand me deze maatregel ongewild mocht opleggen zolang ik een vrijwillige status had, maar misschien had ik dan ook een IBS aan mijn broek gekregen. Trouwens, in die tijd was het woord “IBS” al genoeg om me mijn mond te doen houden over waar ik dan ook het nou weer mee oneens was.

Hoe dan ook: toen de maatregel werd ingevoerd, werd mijn instemming niet gevraagd. Ook niet op het volgende behandelplan twee weken daarna. Ik kan me niet herinneren dat ik me akkoord heb verklaard met het plan, want tijdens de bespreking was ik boos weggelopen voor iemand het me had gevraagd. Toch staat er in dat behandelplan vermeld dat het time-outprogramma akkoord is. Ik vraag me af wie ermee akkoord was – ik nam altijd aan de psychiater -, maar ik in ieder geval niet. Nog weer vier weken later heb ik me pas akkoord verklaard met het time-outbeleid, maar na die datum is het nooit meer toegepast en afgelopen donderdag hebben we de maatregel weer ingetrokken.

Er is vast wel een manier te verzinnen waardoor deze praktijk past binnen de kaders van de wet. Akkoord veronderstellen is eenvoudig, al is de patiënt misschien niet in staat zijn verzet duidelijk te maken, weet hij niet dat hij, met vrijwillige status, officieel akkoord moet zijn met zijn beleid, of verzet hij zich maar niet om een IBS te voorkomen. In de psychiatrie is het immers common sense dat je als patiënt geen gelijkwaardige partner in je behandeling bent. Handig voor de arts misschien, maar niet altijd even ethisch als je het mij vraagt.

Laat een reactie achter

Patient knows best?

In de huidige samenleving wordt er in het algemeen van uitgegaan dat patiënten goed voor zichzelf op kunnen komen in contact met de dokter. De tijd dat de patiënt gezien werd als een soort machine met een defect onderdeel, dat door de arts gerepareerd moest worden volgens een door de arts bedacht plan, is gelukkig voorbij. Patiënten worden steeds meer geaccepteerd als actieve partners in hun behandeling. Dit stelt eisen aan de dokter – hij moet van zijn voetstuk af komen -, maar ook aan de patiënt: niet alleen wordt het toegelaten dat hij een actieve bijdrage levert aan zijn medische zorg, maar het wordt van hem verwacht. En niet iedereen is hier, om verschillende redenen, volledig toe in staat.

Je kunt denken aan patiënten met een verstandelijke handicap, die de arts niet begrijpen of niet met hem kunnen communiceren, of bij wie de nodige kennis over gezondheidszaken ontbreekt. Maar zelfs zonder verstandelijke beperking, met een goede taalvaardigheid en met een bovengemiddelde medische kennis, is het nog niet gezegd dat je aan de eisen van actief participerende patiënt kunt voldoen. Ik ervaar hier zelf een behoorlijk probleem: ik kan vaak de kennis die ik heb over gezondheid en hoe het lichaam behoort te werken, niet relateren aan mijn eigen ervaring.

Het is niet zo’n probleem als ik een concrete klacht heb. Dan kan het zijn dat mijn medische kennis niet toereikend is om te weten dat ik hiervoor niet naar een dokter hoef, maar dan weet ik dat voor de volgende keer. In ieder geval kan ik dan nog wel communiceren met mijn arts. De steeds terugkerende bloedneuzen waar ik heel 2007 last van had, zijn een voorbeeld. Dit valt niet in de categorie wissewasjes, alhoewel er nooit een oorzaak gevonden is, maar toch. Een bloedneus is iets heel concreets: er hoort geen bloed uit je neus te komen, dus als het wel gebeurt, heb je een bloedneus. Easy. Al is er dus geen oorzaak gevonden, dan hing dat er in ieder geval niet mee samen dat ik niet helder met de arts communiceerde, want ik had totaal geen moeite de diagnostische vragen te beantwoorden. Wat niet concreet was, kon de arts blijkbaar alleen maar zien door zelf in de neus te kijken (en dan nog niet dus).

Het wordt een stuk lastiger met minder concrete medische aangelegenheden. Zo loop ik nu al acht maanden met problemen met de stoelgang, tenminste dat denk ik. Maar dit is helemaal niet zo’n zwart-wit kwestie als de bloedneuzen waren: wanneer is de stoelgang normaal en wanneer niet? Ik kan wel bedenken dat het niet is zoals het bij mij altijd was, maar nuances kunnen voorkomen, toch? Uiteindelijk besloot ik toch maar dat ik ermee naar de huisarts moest. Ik omschreef de klacht als terugkerende diarree, al begreep ik nauwelijks of ik daarmee het juiste woord gekozen had. De huisarts gaf eerst de verpleging – ik zat al opgenomen – opdracht me een aantal vragen te stellen. De helft begreep ik niet, en dat gold ook voor de vragen die de huisarts me stelde, maar ik gaf zo goed als ik kon antwoord. Ze ondrzocht me, stelde een plausibel klinkende diagnose en gaf me een zelfzorgadvies. Toen het echter niet hielp, besloot ik na nog een paar maanden – de huisarts had me gezegd om twee weken te wachten, maar na twee weken kon ik niet beoordelen of de situatie veranderd was -, toch maar weer een afspraak te maken. De co-assistent van onze afdeling onderzocht me dit keer, maar stelde eerst een enorme hoeveelheid vragen. De helft kon ik eigenlijk niet beantwoorden, omdat ik niet begreep hoe wat ze vroeg, te vertalen was naar de signalen van mijn lijf. Ik kon dit haar niet uitleggen en heb ook maar geprobeerd zo goed als dat ging, antwoord te geven op haar vragen. Het is niet te hopen dat ik hierdoor een volledig verkeerd beeld geschetst heb en straks (weer) met een onjuiste diagnose zit. Na het vragenvuur en nog meer lichamelijk onderzoek – er kwam weer niks uit, net als bij de huisarts -, besloot ze te overleggen met de huisarts. Binnenkort moet ik bloed prikken. Zou bij God niet weten waarvoor of wat dit met mijn klachten te maken heeft, maar één voordeel heeft het wel: om een doktersassistent een naald in je te laten steken en bloed te prikken, hoef je niet te begrijpen hoe je lichaam werkt. Gisteren had ik behandelplan en toen vond ik de actieve patiëntparticipatie een welkome verworvenheid, maar soms mogen van mij de dokters wel weer terug op hun voetstuk.

Laat een reactie achter

Oudere Berichten »